Het is dit jaar een jubileum voor Fen. De atmosferische black metal/post-rockgroep viert namelijk zijn twintigjarig bestaan. Een knappe prestatie, zeker gezien de kwaliteit van de meeste albums. Want hoewel Fen niet de meest toegankelijke nummers schrijft en de meeste platen heel wat luisterbeurten nodig hebben, zijn de uitgesponnen composities die de Britten schrijven zeer sfeervol. Het in 2023 verschenen Monuments To Absence behoort tot een van de beste albums uit de carrière van de groep, maar ook platen als Winter (2017) en The Dead Lights (2020) blijven heerlijk om in weg te zinken. Het is niet voor niets dat Fen inmiddels al negen jaar bij het kwaliteitslabel Prophecy Records resideert.
Het twintigjarig jubileum wordt opgeluisterd met een fonkelnieuw album, dat bovendien het eerste deel uit een tweeluik – toegewijd aan de vier elementen – blijkt te zijn. Elemental (Part 1: Mourning Earth) ligt sinds het eind van de zomer in de schappen. Wie de plaat een aantal keren beluistert, zal tot de conclusie komen dat de sound van het drietal herkenbaar en vertrouwd is. Fen gedijt al sinds jaar en dag uitstekend bij zijn combinatie van stemmige riffs, glooiende soundscapes, melancholisch getokkel en ruwe blackmetaluitbarstingen, waarbij post-rock en black metal vaste bestanddelen zijn. Dat de balans nu eens wat meer richting de ene kant, dan weer naar de andere kant overhelt, is een detail.
Vooral op de eerste helft van Elemental (Part 1: Mourning Earth) blijkt Fen in goede doen. Glacier, Tectonic en Massif zijn stuk voor stuk prima tracks, waarin de Britten veel kanten van zichzelf laten horen. Glacier begint met stemmig getokkel en etherische, cleane zang, maar verrast ook door een plotselinge blastbeat, waar galmende zanglijnen en zweverige riffs overheen gelegd worden. Het woelige, rauwe en ongepolijste Tectonic beweegt zich richting post-metalwateren door het ronkende basgitaarwerk en de licht dissonante riffs. Dit smaakt naar meer! In Massif combineert Fen beide werelden door melancholische passages met cleane zang af te wisselen met behoorlijk woeste gedeeltes, waarin de band verrassend zwaar klinkt.
De tweede helft is helaas wel wat minder sterk dan de eerste, hoewel ook hier genoeg aardige momenten te horen zijn. Toch weten de relatief korte tracks Abyssal Plain en Barrow zich niet echt te onderscheiden, waardoor ze allebei wat minder impact hebben. Met de bijna dertien minuten klokkende afsluiter Moor kiest de groep voor een meer uitgesponnen aanpak, maar hoewel de compositie bij vlagen prettig vloeit, mis ik ook hier een duidelijke lijn die de boel echt bij elkaar houdt. Wellicht dat de keuze om grote delen van het album live op te nemen – hoe aimabel ook – daarin een rol heeft gespeeld. In ieder geval slaagt Fen er wat mij betreft op voorganger Monuments To Absence beter in om zijn impressionistische sfeerlandschappen boeiend te houden.
Het album is met een speelduur van drie kwartier voor Fen-begrippen behoorlijk 'vetvrij'. Dat is prettig, want het trio heeft in zijn carrière iets te vaak een neiging tot compositorische obesitas vertoond, met platen die uit hun voegen barsten. In dit geval kiest de groep ervoor om de reguliere schijf behapbaar te houden en voor de liefhebber een bonusschijf toe te voegen met covers en een paar extra nummers. Ook productioneel gezien heeft Fen zijn zaakjes op orde. De sound is in de ervaren handen van Chris Fielding, die ook The Dead Light (2019) en Monuments To Absence (2023) produceerde. Hij zorgt voor een krachtig, maar gelukkig niet al te clean geluid, waardoor de band voortdurend in een prettig soort neveligheid opereert.
Dat Elemental (Part 1: Mourning Earth) aan het eind van de zomer is verschenen, blijkt uitstekende timing. De muziek leent zich namelijk perfect voor lange herfstwandelingen door bossen vol vallende, fel gekleurde bladeren. De plaat is zeker niet de beste uit het rijke oeuvre van de band, maar biedt meer dan voldoende gelegenheid om lekker mee weg te mijmeren.
Tracklist:
1. Glacier
2. Tectonic
3. Massif
4. Abyssal Plain
5. Barrow
6. Moor


