Het is twintig jaar geleden dat vier tieners uit de oostelijke voorsteden van Melbourne halsoverkop een band vormen voor een thrashmetaloptreden op hun middelbare school. Met het debuut Origin (2013), de opvolger Proliferation (2015) en de derde langspeler Extinction (2017) bouwt Harlott een stevige basis voor furieuze thrash metal. Op Detritus Of The Final Age (2020) wordt het klankpalet breder met nieuwe inspiratiebronnen als sfeer en dissonantie. Die lijn zet de band nu door op het vijfde album Exsequiis.
De stijl van Harlott is diep geworteld in de klassieke Bay Area thrash metal (Slayer, Testament en Exodus). Het viertal raast nog steeds met chirurgische precisie voort, maar besteedt meer aandacht aan melodie, zonder daarbij in te boeten aan het meedogenloze karakter. Frontman en gitarist Andrew Hudson schreeuwt de longen uit zijn lijf, terwijl hij samen met Leigh Bartley de razendsnelle riffsalvo's afvuurt. De speelse baslijnen van Tom Richards zorgen voor een stevig fundament.
De albumtitel verwijst naar begrafenisrituelen. Het artwork van Shaun Farrugia toont een ceremonie voor een brandende godheid, die begint met de instrumentale inleiding Incipiam, waarna Void alle ingetogenheid op furieuze wijze beëindigt. Hints naar het latere werk van Exodus klinken door, evenals de duistere invloeden van death metal die op de vorige plaat al aanwezig zijn. In Messiah Simplex krijgen de melodieën de ruimte om te ademen, grooves doorbreken de razernij en elementen van black metal voegen extra venijn toe.
Trial By Liar, waarin de pijlen gericht zijn op een samenleving waarin aandacht belangrijker is dan de waarheid, ontpopt zich al snel tot een eerste favoriet. Die frustratie over de huidige maatschappij, de verruwing van de samenleving, politieke onmacht en zelfverrijking ten koste van anderen, laat zich moeiteloos vertalen naar vele andere landen en komt ook aan bod in de groovende mid-temposong The Joyful Stain.
Het absolute hoogtepunt is Kleptogenesis, met razendsnel gitaarwerk en gangshouts die het nummer naar een hoger niveau tillen. Waar Harlott voorheen op pure snelheid leunt, beheerst de formatie nu ook de kunst om te imponeren met verpletterende, groovende ritmes, zoals in The God That Knows No Name. Aanstekelijke refreinen, met sporadisch ook cleane zang zoals in A Still More Glorious Dawn Awaits, geven de nummers een extra boost.
Endling is het langste nummer op de plaat, maar dat betekent niet dat het aan actie ontbreekt. Talloze tempowisselingen, een vleugje cleane zang en diverse technische hoogstandjes maken dit tot een uiterst krachtige track. Met hectische riffs geeft Harlott nog één keer vol gas van begin tot eind, al zorgt ook hier het refrein voor de nodige afwisseling, voordat de plaat op indrukwekkende wijze sluit met het titelnummer. De intense slotfase met blastbeats en koorzang is een absoluut huzarenstukje.
Al met al klinkt de formatie als een goed afgestelde machine. Toch schuilt de echte prestatie ditmaal in het feit dat de twee gitaristen niet simpelweg zoveel mogelijk noten in een zo kort mogelijke tijd proppen. Hun solo's getuigen van gevoel voor melodie en spanningsopbouw. Die aandacht voor gecontroleerde waanzin zorgt ervoor dat technisch vernuft nooit klinkt als een conservatoriumexamen. De bas van Tom Richards treedt vaak op de voorgrond, in plaats van ergens onder het gitaargeweld te verdrinken. Een puntje van kritiek is de productie: het veelzijdige drumwerk van Glen Trayhern klinkt hier en daar een beetje blikkerig.
Met Exsequiis bewijst Harlott trouw te blijven aan zijn roots, maar wel met extra aandacht voor de songstructuren, waardoor de nummers een nog hogere intensiteit bereiken. Het complexe gitaarwerk en het energieke beukwerk doen de rest. Een absolute aanrader voor iedere liefhebber van brute thrash metal.
Tracklist:
1. Incipiam
2. Void
3. Messiah Simplex
4. Trial By Liar
5. The God That Knows No Name
6. Kleptogenesis
7. A Still More Glorious Dawn Awaits
8. The Joyful Stain
9. Ending
10. Vice Borne
11. Exsequiis



