
Vrijdag
De Franse post-blackmetalgroep Mourir heeft de eer om Soulcrusher 2026 te mogen openen. En vanaf de eerste, loodzware en dissonante riff is het voor iedereen duidelijk: we zijn begonnen! Het viertal uit Toulouse lijkt op de rand van een doorbraak te staan: na twee albums via het kleine Throatruiner Records verschijnt de derde langspeler Nous, Le Venin eerder dit jaar via het beduidend grotere Pelagic Records. De heren hoeven niet voor anderhalve man en een paardenkop aan te treden, want de kleine zaal is zelfs om half vier in de middag al zo goed als vol. Met een zware sound vol beklemmende riffs, naargeestig ronkende basgitaarpartijen en een grauwende frontman weet Mourir het publiek van begin tot eind geboeid te houden. De muziek kunnen we wel als 'typisch Frans' typeren: de claustrofobische stijl heeft raakvlakken met landgenoten als Celeste en Regarde Les Hommes Tomber. En met de getekende achtergrondbeelden van rellende groepen en brandende straten weet de band ook voor passende visuele ondersteuning te zorgen. Mourir blijkt een uitstekende opener van het festival.
In de grote zaal valt de eer om af te trappen te beurt aan een Nederlandse groep. Het Noord-Hollandse Dystopia is ooit begonnen als thrashmetalband, maar heeft zich ontwikkeld tot een eigenzinnige blackmetalgroep. Met lange composities vol tempowisselingen en met een belangrijke rol voor de trompet en trombone maakt de groep het de luisteraar niet makkelijk, maar de intrigerende muziek – die ergens tussen White Ward en Arcturus laveert – levert het viertal wel een terechte plek op Soulcrusher op. De band kiest voor een sobere, maar sfeervolle visuele ondersteuning: er zijn slechts enkele peertjes die het podium enigszins verlichten, maar voor de rest is alles in duisternis gehuld. Daarmee slaat het viertal twee vliegen in één klap: het ziet er direct sfeervol uit én de focus ligt op de zeer avontuurlijke muziek. Die blijkt van een hoog niveau. Met name de manier waarop de band speelt met kolkende versnellingen en slepende vertragingen verraadt de klasse van de mannen. Frontman Dennis Onsia draagt zijn steentje bij met gevarieerde en doorleefde screams. Helaas zijn de bijdragen op trompet en trombone in het begin niet goed te horen, maar tegen het einde is dat euvel gelukkig verholpen. Dystopia weet van begin tot eind te boeien en zal zichzelf met dit sterke optreden ongetwijfeld op de kaart hebben gezet bij een breder publiek.
Op Soulcrusher krijgt ook nieuw talent regelmatig een kans. Zo mag het Italiaanse Bianca met slechts het vorig jaar verschenen, titelloze debuutalbum op zak laten horen wat het in zijn mars heeft. Op plaat klinkt de muziek van dit viertal sfeervol en intrigerend, met invloeden uit de black, doom en gothic metal, die soepel worden verweven tot een smaakvol geheel. Live valt het optreden echter enigszins tegen. Met name het ronduit matige geluid gooit roet in het eten. Zo valt het gitaarwerk behoorlijk weg en staat het drumgeluid juist te hard. In veel nummers contrasteert dat drumgeluid nogal met de atmosferische riffs, maar waar dat contrast op plaat goed werkt door het relatief zachte volume van de drums, klinkt het live juist alsof de drummer in een andere band speelt (zo horen we af en toe totaal misplaatste blastbeats). De anonieme zangeres heeft wel uitstraling, maar haar screams zijn live nogal zwakjes. Eigenlijk bevat het afsluitende nummer, dat een stuk minimalistischer is en een rustig, bijna Chelsea Wolfe-achtig einde heeft, nog het best. Deze band verdient een herkansing met een beter geluid.
In de grote zaal bewijst het Finse Rotten Sound dat je met drie personen heel wat schade kunt aanrichten. Deze grindcore-veteranen gaan namelijk als een bende doorgesnoven holbewoners tekeer. Gewapend met een ronduit fantastische sound met duidelijk hoorbare basgitaar en lompe gitaarsound knuppelt dit trio werkelijk alles aan gort. Het ene na het andere korte kanonskogeltje wordt op het publiek afgevuurd onder aanvoering van de opgefokte überhooligan-annex-frontman Keijo Niinimaa. Grindcore is niet per se mijn favoriete genre, maar als de uitvoering zo onberispelijk strak is, is het onmogelijk om niet onder de indruk te zijn. Rotten Sound brengt niet alleen pure adrenaline, maar ook enkele lompe D-beatpassages en hardcore-achtig gebeuk. Alles wordt even gretig door het publiek omarmd. Het enige nadeel is dat de mannen maar een half uurtje spelen in plaats van de aangekondigde vijftig minuten. Dat vind ik – zeker als band met zo'n staat van dienst – wel enigszins respectloos. Maar goed, wellicht dat de kortere speelduur wel enkele scheuren in de muren heeft voorkomen.
Het begint een beetje op een Romeinse invasie te lijken, want na Bianca staat er met Patristic nóg een groep uit Rome op de planken in de kleine zaal. De muziek van dit viertal bevindt zich echter in heel ander vaarwater: de band laveert met zijn mengeling van orthodoxe black metal, ritualistische elementen en doominvloeden ergens tussen Deathspell Omega, Batuskha en The Ruins Of Beverast. Daarbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat de heren nog ver verwijderd zijn van het niveau van bovengenoemde groepen. Niet dat Patristic slecht klinkt - want de dissonante riffs en het bevlogen drumwerk zijn sterk en frontman Lorenzo Sassi beschikt over een prima strot – maar echt speciaal wordt het nergens. Wellicht dat er inmiddels iets te veel bands rondlopen die ritualistische, orthodoxe en dissonante black metal spelen. Onderscheidend is het optreden dus niet, maar een straf om het uit te kijken is het ook allerminst.
Op naar de grote zaal, waar het IJslandse Misþyrming als een van de grote namen van deze editie aan zijn set begint. De mannen zijn geen onbekenden van het festival. In 2023 stond de blackmetalsensatie namelijk ook al op de planken in Nijmegen. Dat optreden werd toen enigszins ontsierd door een ronduit abominabel geluid en technische mankementen. Vandaag begint het viertal, dat in witte, met bloed doordrenkte shirts op het podium staat, helaas wederom met een matig geluid, waardoor de fantastische riffs van beide gitaristen naar de achtergrond worden gedrongen. Gelukkig trekt het geluid in de tweede helft van het optreden bij. Het is puur genieten van de machtige, intense black metal van het gezelschap, die van de absolute buitencategorie is. De bikkelharde, verwrongen riffs, stoer erop los groovende passages en ijzersterke melodielijnen geven de muziek een onovertroffen gevoel van urgentie en kracht mee. Maar waarom speelt de band maar veertig minuten als er vijfenvijftig worden aangekondigd? Terwijl iedereen wacht op een toegift, gaan de lichten al aan en blijft het publiek enigszins vertwijfeld achter. Hoe goed dit ook weer was, ik loop met een wrange nasmaak – ik voel me toch enigszins bestolen – weg.
Na een broodnodige eetpauze keer ik terug richting de grote zaal om de Britse, klassieke doommetalformatie Warning aan het werk te zien. De groep rondom zanger en gitarist Patrick Walker is in doomkringen vooral bekend vanwege het in 2006 verschenen album Watching From A Distance, dat lang ook het laatste wapenfeit van het viertal is. Eerder dit jaar was Warning echter al te zien op het Roadburn-festival, waar het publiek kennismaakte met nieuw materiaal van het derde album Rituals Of Shame, dat dus twintig (!) jaar na zijn voorganger verschijnt. Vanavond krijgen we ook meerdere nummers van die plaat voorgeschoteld. In tegenstelling tot het optreden bij Roadburn blijkt Walker vanavond uitstekend bij stem. Zijn gedragen, met pathos doordrenkte stemgeluid verleent allure aan de zware, zich langzaam ontvouwende nummers. De sound is bovendien prima, waardoor de stemmige riffs als een soort deken over de zaal blijven hangen. Het optreden is wel wat statisch, waardoor tijdens de tweede helft de aandacht ietwat wegebt. Warning speelt vooral muziek om thuis heerlijk mee weg te zakken in een comfortabele zetel.
Van oudgedienden naar vers bloed. Figuurlijk én letterlijk, want in de kleine zaal mag het Belgische drietal Bloed zichzelf presenteren aan het Nijmeegse publiek. De groep is pas een paar jaar actief en nog niet erg bekend, maar stond afgelopen voorjaar al wel op de Antwerpse editie van het Samhain-festival. De zaal is afgeladen vol als de twee broers en zus het podium betreden. De sound van het gezelschap is uniek en zeer luidruchtig. De met zware elektronica doorspekte mengelmoes van doom, sludge, noise, hiphop en noiserock laveert ergens tussen de soundtrack van een horrorgame, Marilyn Manson, Chat Pile en Gnaw Their Tongues. Het resultaat is een dystopische potpourri van donkere klanken in een stijl die opzwepend, pulserend en ritmisch is. De publieksreactie is eerlijk gezegd wat lauw, maar wellicht dat de aanwezigen simpelweg overdonderd worden door deze intrigerende helleklanken, die het midden houden tussen de soundtrack van een rave en een revolutie. Bloed intrigeert in ieder geval en blijkt een band om de komende jaren goed in de gaten te houden.
Ook in de grote zaal is de tijd voor nuance voorbij als de mannen van Nails het podium betreden. De Amerikaanse formatie is op Europese tournee met Rotten Sound en de powerviolence/grindcore/hardcore van het drietal is net zo nietsontziend als de muziek van hun Finse evenknie. Het enige verschil is dat Nails meer groove heeft. De sound staat heerlijk zwaar en zompig afgesteld, waardoor de lompe klanken perfect de speakers uit druipen. In de zaal komt al snel een flinke moshpit op gang. De korte, niet bepaald verfijnde – maar wél zeer effectieve – beuknummers lokken natuurlijk als geen ander hooliganisme uit. Gitarist/frontman Todd Jones benadrukt na zowat ieder nummer hoe dankbaar de band is dat deze hier staat, aangezien deze niet vaak in Nederland speelt. De nadruk ligt vanavond op het album You Will Never Be One Of Us en dat gaat er bij het publiek als zoete koek in. Nails levert precies de energie en onopgesmukte vorm van barbarisme en muzikaal geros waar de avond behoefte aan heeft.
De allerlaatste band van deze mooie eerste dag komt helemaal uit Brazilië. DEAFKIDS stond echter al vaker op de planken in ons land. Zo heeft het tweetal meerdere malen op Roadburn gestaan. Vanavond mag het duo uit Rio de Janeiro de eerste festivaldag afsluiten. En dat doet DEAFKIDS in stijl. De muziek is moeilijk vast te pinnen, maar valt vooral te omschrijven als zeer ritmisch en dansbaar. Punk, dance, techno, psychedelica en wereldmuziek: alles wordt op een haast achteloos vanzelfsprekende manier aan elkaar geknoopt. De beschrijving die de band zelf geeft, dekt de lading nog het best: “blending big riff noise punk with distorted techno loops for hypnotic dance chaos”. De basis wordt gevormd door drummer en percussionist Mariano de Melo, die een onweerstaanbaar, opzwepend ritme produceert op de djembé. Gitarist Douglas Leal gooit daar de ene na de andere luidruchtige, zeer noisy riff overheen, terwijl allerhande vage, industriële achtergrondeffecten opdoemen en weer naar de achtergrond verdwijnen. De nummers zijn als hypnotiserende koortsdromen, waarin het steeds moeilijker wordt om weerstand te bieden aan de opzwepende, tribale ritmes. Na een wat aarzelend begin gooit een deel van de aanwezigen – ondergetekende incluis – de schroom van zich af en danst de nacht in. DEAFKIDS zal wellicht overal waar het komt een vreemde eend in de bijt zijn, maar wel een bijzonder fijne.



