De Zweedse, progressieve rockformatie The Flower Kings heeft altijd wel een bepaalde gemoedelijkheid en zoetsappigheid in zijn sound gehad. Dat kan ook niet anders natuurlijk met zo’n bandnaam. De groep rondom gitarist/zanger Roine Stolt draait alweer ruim dertig jaar mee, maar haalt zijn muzikale inspiratie uit verder vervlogen tijden. De lieflijke, symfonische rock grijpt terug op jarenzeventiggroepen als Yes, Camel en Genesis. Dat de oude hippies het nog steeds in zich hebben, bewees de formatie begin dit jaar tijdens het Midwinter Prog Festival, waar de band een sprankelend, zeer muzikaal optreden gaf. Begin juni stond de groep samen met Neal Morse op de planken in Tilburg – een optreden dat ondergetekende helaas dankzij landelijke stakingen van de NS aan zich voorbij moest laten gaan.
Ook in de studio blijven de heren onvermoeibaar, want twee jaar na Look At You Now (2023) ligt er met Love alweer een nieuwe plaat in de schappen. Het is alweer de zeventiende(!) cd van Stolt en consorten. En wie bekend is met de vorige werkstukken, weet dat de band het idee van een ‘langspeler’ letterlijk neemt, want ik geloof niet dat veel albums onder de zeventig minuten klokken. Ook Love tikt die lengte aan, maar in ieder geval hebben de bloemenkoningen zich ditmaal beperkt tot slechts één schijfje. In tijden die in toenemende mate worden gekarakteriseerd door polarisatie en egoïsme – en waarin waarden als compassie en naastenliefde haast als zonden worden gepresenteerd – is het niet moeilijk om de bondige, weeïge titel als een nadrukkelijk statement te zien.
In vergelijking met het ietwat wisselvallige, iets té frictieloos kabbelende Look At You Now klinkt de muziek op Love gelukkig een stuk swingender en energieker. In de uitstekende opener We Claim The Moon horen we sprankelende instrumentatie en swingende intermezzo’s, die als een frisse bries aanvoelen. Het elf minuten durende epos The Elder is zelfs zeer fraai. Het dromerige nummer begint ingetogen en sereen, maar wordt met enorme overtuigingskracht gezongen door gitarist Hasse Fröberg, wiens stemgeluid prachtig harmonieert met dat van Stolt. Ook Burning Both Ends overtuigt door deze vocale dynamiek. De track is in muzikaal opzicht eveneens prachtig, met een dromerige, Pink Floyd-achtige gitaarsolo en uitbundige keyboardsolo (laatstgenoemde komt op het conto van toetsentovenaar Lalle Larsson) als sappige kersen op de taart.
Naast dit soort hoogtepunten bevat het album ook enkele nummers die minder direct in het oog springen. Dat zijn vaak de wat kortere tracks, zoals het blijmoedig meanderende The Rubble, het melancholische The Phoenix (met een mooie, rijpe stem gezongen door Stolt) en het ontwapenende, singer-songwriterachtige The Promise (met een vleugje Franse chanson). In tegenstelling tot sommige eerdere albums zijn ook die kortere tracks stiekem zeer de moeite waard. Zelfs relatief vluchtige nummers, zoals het net iets langer dan twee minuten durende, rustieke World Spinning en het expressieve, licht carnavaleske Kaiser Razor, blijken geen kabbelende niemendalletjes, maar deftige mini-composities vol muzikaliteit.
Zo weet The Flower Kings ook na drie decennia schier moeiteloos nieuw materiaal te pennen. En hoewel de mannen inmiddels niet meer verrassen, valt er meer dan genoeg te genieten op deze langspeler. Door het spelplezier, het herwonnen gevoel van urgentie, de vloeiende composities en de prachtige samenzang tussen Stolt en Fröberg blijkt dit uit te groeien tot een plaat met een hoge herspeelwaarde. Love doet zijn naam eer aan: het is een album dat hoorbaar met veel liefde - en vakmanschap - in elkaar is gezet.
Tracklist:
1. We Claim The Moon
2. The Elder
3. How Can You Leave Us Now?
4. World Spinning
5. Burning Both Edges
6. The Rubble
7. Kaiser Razor
8. The Phoenix
9. The Promise
10. Love Is
11. Walls Of Shame
12. Considerations