Compartimenteren is niet alleen een strategie voor landschapsbeheer (de term verwijst naar een ruimtelijke maatregel om het overstromingsrisico te verkleinen), maar ook een psychologische tactiek. Daarbij verwijst de term naar manieren om je cognitie en denken op te delen in verschillende stukken. Ook muzikanten doen aan compartimenteren, zou je kunnen stellen. Sommige componisten houden er immers meerdere projecten op na, die allemaal gekenmerkt worden door hun eigen stijl.
De Schot Andy Marshall is een voorbeeld van zo'n componist. Hij geniet vooral bekendheid als boegbeeld van de epische folk/blackmetalband Saor. De woeste en epische klanken van die band weerspiegelen het ruige Schotse landschap als geen ander en klinken door de toevoeging van fluit, viool en doedelzak zowel melancholisch als melodieus. Sinds 2015 heeft Marschall echter ook het project Fuath in het leven geroepen, waarmee hij naar eigen zeggen vooral wil teruggrijpen op de grimmigere, minimalistische black metal uit de jaren negentig. Het in 2016 verschenen debuutalbum blijkt een schot in de roos. Het repetitieve karakter doet de luisteraar wegzinken in een maalstroom van meeslepende riffs op een stevige ondergrond van hypnotiserende drumroffels.
We zijn inmiddels tien jaar verder als Marshall toe is aan zijn derde langspeler, simpelweg III getiteld, dat vijf jaar na zijn voorganger (niet heel verrassend uitgebracht onder de naam II) verschijnt. Dat tweede album van Fuath blijkt wel wat minder overtuigend dan het debuut. Dat komt met name door de toevoeging van keyboardpartijen, die weinig toevoegen aan de sound. Marshall heeft dus wederom vijf jaar de tijd genomen om aan een opvolger te werken. Deze derde langspeler verschijnt in het begin van het jaar. Met een gemiddelde lengte van meer dan tien minuten per nummer kiest Fuath wederom voor een epische aanpak. De basisingrediënten zijn daarbij hetzelfde gebleven.
Het is vooral openingstrack The Cailleach die overtuigt met zijn sterke, repetitieve riffs en grimmig slepende tempo’s. Door het monotone en sfeervolle karakter doet de track wel wat denken aan het werk van Drudkh. Hoewel we ook nu enkele keyboardpartijen en akoestisch gitaarwerk horen, zijn die aspecten veel beter in de totaalsound geïntegreerd. Ze zorgen voor een subtiele verrijking op de achtergrond zonder overheersend te worden. Embers Of The Fading Age begint steviger, met felle tremoloriffs en een spervuur aan drums, om gaandeweg wat van karakter te veranderen door het akoestisch gitaargetokkel en de keyboardpartijen, die zich nu nadrukkelijker opdringen. Het snelle drumwerk harmonieert echter niet helemaal lekker met die rustigere elementen.
Ook de tweede helft van de plaat kent een soortgelijke aanpak. Zowel Possessed By Starlight als The Sluagh worden gekarakteriseerd door een combinatie van slepende riffs en monotoon voortrazende drumritmes. Omdat ieder nummer echter op een soortgelijke manier is opgebouwd, ligt monotonie op de loer. Hoewel deze nummers niet slecht zijn, onderscheiden ze zich ook niet. Bovendien wordt in The Sluagh de vaart uit het nummer gehaald door een lange keyboardpassage, die wat amateuristisch klinkt.
Daar waar een eerder aangehaalde groep als Drudkh uitblinkt in het schrijven van meeslepende composities, slaagt Fuath daar slechts ten dele in. De beste momenten van III zijn zeer sfeervol, maar het album bereikt niet zijn volledige potentieel door enkele onlogische keuzes. Het lijkt erop dat Fuath het niveau van het uitstekende debuutalbum niet meer kan evenaren. Als we de balans opmaken, kunnen we concluderen dat III een aardig werkstuk is, dat zich echter kwalitatief niet voldoende kan onderscheiden om de tand des tijds te doorstaan.
Tracklist:
1. The Cailleach
2. Embers Of The Fading Age
3. Possessed By Starlight
4. The Sluagh



