Alweer een legacyband die een terugkeer waagt. Forbidden werd in 1985 opgericht als Forbidden Evil, veranderde twee jaar later van naam om niet in de blackmetalhoek gedrukt te worden en leverde met Forbidden Evil meteen een klassieker binnen de vroege Bay Area-thrash af. Rauwe en agressieve thrash, technisch vaardig gespeeld, maar vooral opvallend door de karakteristieke strot van Russ Anderson. Denk aan een agressieve kruising tussen Joey Belladonna en Bruce Dickinson, voorzien van nog hogere uithalen. Daardoor klonk Forbidden minder straatrauw dan Exodus, maar feller en dynamischer dan veel melodieuzere genregenoten.
Na drie prima opvolgers ging in 1997 het licht uit. Er waren reünies in 2001 en 2007, waarna de band opnieuw langere tijd verdween. Sinds 2023 staat gitarist en oprichter Craig Locicero weer aan het roer, samen met oorspronkelijke bassist Matt Camacho en aangevuld met nieuwe leden Jeremy Von Epp (gitaar), Chris Kontos (gitaar) en Norman Skinner (zang). En nu is er dan met Forbidden de eerste nieuwe plaat sinds 2010. Bij een nieuwe bezetting is het altijd afwachten of de band nog hetzelfde klinkt als toen. Anders hoeft natuurlijk niet slechter te zijn, maar het vervangen van Anderson doet de wenkbrauwen fronsen.
Opener Single Point Failure wekt aanvankelijk nog behoorlijk wat vertrouwen. Skinner heeft een redelijk zuivere stem met een fijn rauw randje, die qua timbre soms aan M. Shadows van Avenged Sevenfold doet denken en zijn hoge uithalen werken hier uitstekend. De riffs zijn strak, het tempo blijft erin en Forbidden laveert tussen moderne heavy metal en legacy-thrash in de hoek van Metal Church, Death Angel en vooral Testament. Niet bijzonder origineel, maar effectief. Achteraf bezien is het de beste song van de plaat.
Burning The Lungs Of Earth begint eveneens sterk. Ruigere vocalen en agressievere passages geven de melodieuze stukken wat gif en technisch valt er op het gitaarwerk weinig af te dingen. Alleen begint hier al het structurele probleem van de plaat hoorbaar te worden: Forbidden kan moeilijk keuzes maken. Een trage break die een veel modernere en commerciële sound heeft, haalt de vaart eruit, waarna de song langzaam weer op gang komt, om vervolgens weer in een traag en tamelijk chaotisch slot te verzanden. De song hinkt op twee gedachten die niet helemaal goed op elkaar aansluiten: old school en nostalgisch? Modern en commercieel? Allebei?
Divided By Zero is coherenter: meer dissonantie, een agressiever refrein en geen geforceerde melodieuze tussenstukken. Zodra Forbidden zich op deze hoekigere en hardere kant concentreert, werkt het meteen beter. Toch blijven riffs vaak te lang doorgaan en mist de ritmesectie inventiviteit. Hier beginnen ook de beperkingen van de nieuwe zanger op te vallen: Skinner is adequaat, maar zijn zanglijnen zijn repetitief en juist de hoge registers waarmee hij zich zou kunnen onderscheiden gebruikt hij te weinig.
Dat wordt pijnlijk duidelijk in het meer dan zesenhalve minuut durende DCLXVI. Tokkelwerk, monnikenzang, traag opgebouwde sfeer; op papier kan het allemaal. Alleen ontbreekt er een echte spanningsboog. Skinner etaleert hier niet de expressieve diepgang om zo'n lange, slepende compositie te dragen en wanneer het tempo na drie minuten eindelijk stijgt, blijft het nog steeds ergens rond midtempo hangen. Ook de variatie in riffs die je nodig hebt voor een song van deze lengte ontbreekt.
Met Psyclops herpakt het kwintet zich, dankzij een fijn basintro, sterk drumwerk en een hoekige openingsriff. Ook Mutually Assured Dysfunction begint uitstekend: agressief, wat groove, melodische gitaarlijnen en wederom duidelijke vroege Testament-vibes, maar verliest zich wat in riffs die net iets te lang duren. Mutually Assured Dysfunction verliest veel van de zo zorgvuldig opgebouwde drive door een lang progressief segment. Zes minuten is eenvoudigweg te lang voor het aantal ideeën in deze song.
Het vreemde intermezzo Jisei helpt vervolgens niet om de vaart in het album te brengen. Wat Japans gemompel, clean gitaarwerk, gefluister en half gesproken zang: het voelt vooral als willekeurig materiaal dat de band nog ergens had liggen en maar aan elkaar geplakt heeft. In Sol Grave duikt Forbidden opnieuw de progressieve thrashhoek in, inclusief toetsen. Niet onaardig, maar het middenstuk vol solo's is te lang. Afsluiter Flower Of Life (Chaos By Design) spant vervolgens de kroon met een speelduur van negenenhalve minuut. Er zit een uitstekende, galopperende Testament-riff in en er zijn hier en daar wat aardige ideeën te horen, die echter nooit samenkomen, ondanks de gevoelige violen die hier en daar onder de riffs geplakt zijn.
En daarmee is het probleem van deze comebackplaat samengevat. Forbidden kan nog altijd spelen. De gitaristen zijn technisch uitstekend, er staan genoeg aardige riffs op de plaat en af en toe hoor je daadwerkelijk waarom deze band ooit serieus genomen werd. Maar de songwriting is onevenwichtig, de riffs te vaak te repetitief en veel nummers zijn simpelweg te lang voor het aantal ideeën dat erin zit. Bovendien schiet de band stilistisch soms alle kanten op: heavy metal, oldschool thrash, groove en prog zonder dat het ergens samenkomt in een herkenbare sound. Het klinkt soms alsof ze na hun terugkeer zijn vergeten wie ze eigenlijk waren. Dat hoeft geen doodvonnis te zijn. Er zit genoeg vakmanschap in deze bezetting om iets beters te maken. Maar eerst zal Forbidden zijn songs strakker moeten schrijven, harder moeten schrappen en vooral moeten bepalen wat de juiste richting is: oud, nieuw, of toch maar allebei? Van een band met deze reputatie had ik beter verwacht.
Tracklist:
1. Single Point Failure
2. Burning The Lungs Of Earth
3. Divided By Zero
4. DCLXVI
5. Psyclops
6. Jisei
7. Mutually Assured Dysfunction
8. Sycophantasy
9. The Burden
10. Sol Grave
11. Flower Of Life (Chaos By Design)



