The Ocean neemt ons mee op reis. Dat is op zich niet per se bijzonder, want platen van deze Duitsers zijn altijd een avontuur op zich en bij tijd en wijlen een enorme tour de force, maar deze keer is de reis een stuk minder figuurlijk. In weerwil van wat tegenwoordig normaal lijkt te zijn, weiger ik te zeggen dat we deze keer 'letterlijk' op reis gaan. We gaan immers helemaal niet letterlijk op reis! Nee, we gaan figuurlijk op reis, samen met The Ocean, en u kunt lekker in uw luie stoel blijven zitten, of waar u ook maar uithangt.
Uit de titel van de eerste track wordt gelijk duidelijk wat er bedoeld wordt: 52°30'11"N, 13°26’12"E. Als u die invoert in Google Maps komt u uit op Köpenicker Straße 180 in Berlijn. Daar zit het hoofdkantoor van Pelagic Records, de platenmaatschappij van frontman Robin Staps. Op Solaris verlaten de marien onderlegde progressievelingen dus huis en haard. In zekere zin is dat ook echt zo (maar niet letterlijk), want na de personele exodus van 2025 bleef Robin samen met bassist Mattias Hägerstrand achter. Wat nu? moet hij gedacht hebben, maar vast niet al te lang. Naast de contacten vanuit zijn label heeft hij altijd al allerlei artiesten gecharterd om met hem samen te werken. Zijn formatie staat niet voor niets ook wel bekend als The Ocean Collective, en zodoende is de creditlijst op het album ouderwets lang. Met fris elan en goede moed kiest hij daarom het ruime sop in Departure Song. We horen een band die zich een nieuwe weg aan het banen is. Zoekende (maar niet dolende) naar een nieuwe vorm, zonder de schepen achter zicht te verbranden. Althans, nog niet. Of misschien voorzichtigjes wel? Ja, hoe zit dat nou?
Solaris lijkt op twee gedachten te hinken. Zo klinkt de band herkenbaar met typerende signature riffs in (delen van) het maar liefst zeventien minuten durende Simulacra. Dat is toch altijd weer genieten. Gek genoeg wordt diezelfde lijn zo nu en dan onnodig doorgetrokken op zang. Hoewel imitatie de hoogste vorm van vleierij is, is het kopiëren van Loïc Rossetti zowel onhaalbaar als onnodig. Daar komt bij dat, ofschoon er prachtig gezongen wordt, de grenzen niet echt opgezocht worden. Daarmee wordt de wind toch ook wel een beetje uit de zeilen gehaald. Zo komen we weer terug bij die ene hamvraag: Waar gaat dit heen?
Nou zou The Ocean wel de laatste zijn om met alle winden mee te waaien. Toch zou het interessanter zijn geweest als de band het roer gewoon rigoureus had omgegooid; of toch op zijn minst de bakens zou verzetten. Schipbreuk zal men heus niet lijden. Daar is deze plaat simpelweg te goed voor. Maar vergeleken met de kenmerkende tsunami aan oergeweld, zoals die bijvoorbeeld in Jurassic | Cretaceous (Phanerozoic II: Mesozoic | Cenozoic, 2020) tentoongespreid wordt, lijkt men op deze plaat vooral in relatief rustiger water te zijn aanbeland. Niet dat het allemaal maar voortkabbelt, dat nooit. Maar tóch. Voor The Ocean-begrippen is dit niet per se wild.
Zoals gezegd zakt geen enkel van de acht nummers echt door de ondergrens; deze plaat belandt heus niet tussen wal en schip. Er valt nog altijd van alles te ontdekken en omdat The Ocean live nou eenmaal altijd nog een stukkie ruiger uit de hoek komt, zit dat vast ook wel goed. Met de platen van de afgelopen decennia heeft het collectief de lat nou eenmaal torenhoog gelegd, en daar kan de band zelf op dit moment niet aan tippen. Waar dat de komende tijd dan strandt? Nou ja, u zou de coördinaten van de laatste track in uw favoriete kaartensoftware kunnen knallen, maar ik weet niet of u daar nou zoveel wijzer van wordt...
Tracklist:
1. 52°30'11"N, 13°26'12"E
2. Departure Song
3. Light Pollution
4. Simulacra
5. Belligerence
6. Ultima Esperanza
7. Milk Of My Dreams
8. 51°28'30"S, 73°6'11"W




