Metalfan.nl - Metal nieuws, reviews, interviews en meer...

13-04-2021

Interview: Nemesea
Met Hendrik Jan de Jong en Sonny Onderwater
Door Jeffrey
Geplaatst in april 2016

Op een dag dat buien met hagel en perioden met zon elkaar afwisselen, is er in GieSound Studio te Zwolle voor een select gezelschap een luistersessie van Uprise, het nieuwe album van Nemesea. Na afloop nemen gitarist Hendrik Jan ‘HJ’ de Jong en bassist Sonny Onderwater de tijd voor ons om uitleg te geven over het opnameproces, de reden dat zangeres Manda Ophuis vandaag niet aanwezig is, je gevoel volgen en positivisme.

Nemesea

Hoe is de luistersessie verlopen?

HJ: Leuk. Dat was wel een succes.

Sonny: Dat doen we de volgende keer weer.

Er waren zelfs mensen uit Frankrijk en Italië bij. Dat zijn de echte fans.

HJ: Zeker. Dat is ongelooflijk. We hebben het nooit eerder gedaan. Vroeger deden ze dat vooral voor de pers.

Sonny: Je krijgt de kans om het eerder te horen dan iedereen.

Hoe reageerden de mensen? Het is toch wel een andere sound dan op de vorige plaat.

HJ: Ja, dat is waar. We hebben wel positieve reacties gekregen.

Sonny: Ik heb zoiets van: als je allebei krijgt, dan is het goed.

HJ: Ja, je hoopt natuurlijk op het positieve, maar als mensen het niet leuk vinden, is het ook goed.

Je kunt ook nooit iedereen tevreden stellen. Er zitten ook mensen bij die hopen dat je terugkeert naar het geluid van het eerste album.

Sonny: Ja, nu nog. Die opmerkingen komen inderdaad nog voorbij. Die mensen volgen ons ook niet, want als je dat wel had gedaan, had je het allang geweten. We hebben het zo vaak gezegd. Dat gaat ook niet meer gebeuren. Ja, voor de lol misschien een keer. Het is wel haat of liefde. Er zijn weinig mensen die er tussenin zitten. Of ze vinden ons geweldig of ze hebben een hekel aan ons.

HJ: Het nieuwe album is via Napalm Records uitgebracht. Die staan erom bekend dat ze heavy bands hebben. Dat speelt ook nog een rol. Dit was voor hun ook wel een verrassing, maar ze vinden het wel gaaf. Het is een plaat die we voor onszelf hebben gemaakt. Het was wel even spannend omdat we niet wisten hoe ze zouden reageren. Het waren wel spannende tijden.

De setlist zal ook niet meer van dat oude materiaal bevatten.

HJ: Daar hebben we de sound niet voor. Daar hebben we de mensen niet voor.

Sonny: Als er mensen komen kijken dan nog live, die verwachten dat ook niet. Die kennen die oude dingen misschien ook helemaal niet.

Voor de thuisblijvers hadden jullie een livestream. Hoe is die bekeken?

HJ: Dat waren snippets. Op een gegeven moment kwam onze manager Sieb naar ons toe en die liet zien in welke landen de mensen de livestream allemaal volgden. Dat was overal, in Japan, Nieuw-Zeeland, overal kwamen ze vandaan. Bizar.

Ik zag ook mensen die op Facebook reageerden dat ze wakker zijn gebleven om jullie te volgen. Het was wel leuk om de beelden uit de studio te bekijken. Het is ook wel een bijzondere plek. Leuk om eens zo’n studio van dichtbij te zien.

HJ: Dit is inderdaad wel een bijzondere plek. Er is hier al heel veel gebeurd en Guido (Aalbers, producer - red.) is druk bezig om het verder uit te bouwen. Hij is heel erg productief.

Hij heeft voor jullie veel gedaan met betrekking tot Uprise, waar op eerdere albums zelf nog veel deden.

Nemesea - Uprise HJ: Ja, dat klopt. We hebben het eerste album (Mana (2004) – red.) helemaal zelf gedaan. We namen toen op in Franky’s Recording Kitchen, maar Berthus (Westerhuys – red.) ging op vakantie, dus toen kregen we de sleutel (lacht). Dat mogen we nu wel vertellen, maar toen nog niet. Hij vond het wel goed dus zijn we iedere keer daarheen gegaan. Klaas (Pot – red.), een vriend van ons, doet front of house en hij mixt heel veel dingen. Hij heeft zijn eigen studio (NoPussyBlues – red.) in Groningen en heeft bijvoorbeeld werk gedaan voor Town Of Saints. Hij heeft destijds ons album gemixt. Produceren deden we zelf. Bij de tweede (In Control - red.) hadden we Sellaband en dat was met Ronald Prent. Die heeft het album alleen gemixt, maar niet geproduceerd. Daarna hebben we met Joost van den Broek gewerkt. Die heeft vooral gemixt en ook meegeholpen met de productie.

Sonny: Maar we hebben toen toch het meeste thuis gedaan.

HJ: Tijdens Sellaband hadden we al zoiets van dat we er iemand graag helemaal bij wilden hebben en nu met Uprise hadden we die kans.

Sonny: Het is wel fijn om er iemand bij te hebben die een overview heeft en alles in de gaten houdt, die ervoor zorgt dat je op het rechte pad blijft en dat je niet afdwaalt. Niet dat je het ene wilt en dat er iets anders uit komt.

Dat hoor je wel op het album terug. Het heeft een duidelijke richting en klinkt gefocust.

HJ: Zo iemand voegt ook écht iets aan het resultaat toe. Als je het zelf hebt gemaakt, ben je er natuurlijk wel trots op, maar er zit geen verrassing meer in en nu is dat heel anders. Je weet natuurlijk dat je bepaalde dingen hebt opgenomen, maar het ligt er maar net aan wat hij ermee gaat doen. Het is wel een tijdkwestie, want je moet er toch met de platenmaatschappij uitkomen of het wel allemaal kan. We zaten deze keer in een luxepositie dat we het ook echt zo konden doen. Het is voor ons leerzaam en leuk om het op deze manier te doen.

En toch ook wel bijzonder, want jullie zijn perfectionisten. Hoe is dan om die controle los te laten?

HJ: Ja, (beiden lachen). We hebben in de zomer van 2014 met Guido afgesproken om in de studio een soort van pre-productie te doen om te kijken van: wat vinden wij gaaf, wat kan hij er mee, of hij er wat mee kan, wat adviseert hij ons?

Sonny: We hebben hem wel uit een evaluatie gekozen, mede vanwege zijn staat van dienst.

HJ: Vrij snel wisten we dat we het iets dynamischer en puurder wilden hebben ten opzichte van de vorige albums en zo kom je al snel bij Guido terecht, want dat is iemand die zo werkt. Joost had niet de ruimte die Guido heeft gekregen. Joost werkt in Sandlane (Recording Facilities – red.) en dat heeft ook wel goed gewerkt, maar dat kwam nu qua schema niet helemaal uit.

Je hebt met verschillende mensen gewerkt en toch was het resultaat uiteindelijk gewoon goed. Je hebt er internationaal toch wel veel mensen mee bereikt.

Sony: Ja, dat is zo gegroeid.

HJ: Sonny is heel actief met social media bezig.

Sonny: De muziek is waarschijnlijk ook internationaal. We verkopen qua cd’s het minste in Nederland, ondanks dat we hiervandaan komen. Ik ben in Groningen nog nooit herkend (beiden lachen). Er is gewoon niemand die weet dat ik in deze band zit.

HJ, je hebt laatst een programma ontwikkeld, een soort gitaarcursus. Kun je daar iets over vertellen?

HJ: Dat is een cursus sologitaar. Eigenlijk is zoiets er niet of het is meteen te moeilijk. Ik geef al heel lang gitaarles op muziekscholen en toen dacht ik: “Ik ga zoiets gewoon maken.” Ik heb dat met Michel Penterman gedaan van Gitaarles.nl. Die heeft heel veel lessen, alleen dat gaat dan over liedjes spelen en toen hadden we het idee om een cursus op te zetten hoe je eigenlijk een melodie en uiteindelijk een solo kunt leren spelen op gitaar, in plaats van alleen akkoorden en wat daarin de beste manier is om stappen te nemen. Als je op de muziekschool begint en je bent wat jonger, dan begin je niet direct met akkoorden, maar dan leer je een melodie spelen en dat is de basis voor soleren. Ik ging zoeken en dat is er eigenlijk niet. Het is meestal een kwestie van direct beginnen met een toonladder, maar het gaat meteen al vrij snel. Ik wil het laagdrempelig houden. Ieder ding dat je tegenkomt, daar zit een bekend liedje bij. Aan de hand daarvan leg ik een bepaalde techniek uit.

De kern van de band bestaat uit drie leden en dan hebben jullie mensen als Lasse die er af en toe bij is.

Sonny: Het contact is er altijd wel geweest.

HJ: Wij zijn met z’n drietjes eigenlijk altijd wel de kern geweest. We hebben er wel andere mensen bij gehad. Op een gegeven moment kwamen Steven en Lasse er vast bij. We bestaan natuurlijk al heel lang. Lasse kreeg twee kleine kindjes en zat met zijn werk. Er komen op een bepaald moment dingen naast. Het kan niet altijd 100% om de band draaien. Dat is begrijpelijk. We hebben toen tegen elkaar gezegd dat we dit album met zijn drietjes doen en Lasse sluit aan wanneer hem dat lukt en Steven ook. Ze hoeven zich dan ook niet verplicht te voelen om deel van de band uit te maken. Als je met zijn allen die band doet, dan worden er ook taken verdeeld.

Sonny: Dan krijg je opeens nog meer dingen erbij dan alleen maar inspelen of partijen bedenken.

Er komt wat dat betreft ook veel meer kijken bij een band dan de luisteraar zich realiseert.

HJ: Al die zakelijke dingen erbij bijvoorbeeld. Als iemand daar dan ook geen tijd voor heeft, dan moet je dat ook niet willen. Dan ga je gewoon met zijn drietjes dat doen. Dat werkt heel goed omdat het overzichtelijk is.

Zijn Lasse en Steven ook op het nieuwe album te horen?

HJ: Steven heeft alle partijen ingedrumd. Lasse heeft voor dit album niet meegewerkt, omdat het privétechnisch niet paste, dus toen hebben we een vriend van hem gevraagd en die heeft zijn rol overgenomen. Vandaag en de afgelopen tijd is Lasse er weer bij en dan zie je ook dat het weer naar elkaar toe trekt.

Het nieuwe album bevat een hele positieve vibe. Ondanks je in de teksten terughoort dat er vervelende gebeurtenissen aan ten grondslag liggen, krijgt het geheel toch een positieve draai. Vandaar de titel Uprise wellicht?

HJ: Dat is ook het idee erachter. Iedereen wil graag positief zijn. Dat is ook het beste voor een mens denk ik. Iedereen maakt dingen mee en dan kun je even wegzakken, maar het is dan denk ik heel belangrijk dat je ook de positieve en mooie kant ziet. Daar moet je soms hard voor werken om dat voor elkaar te krijgen, maar ik denk dat die energie gewoon belangrijk is. Dat is wel het thema van Uprise.

Dat komt ook weer in de clip van Forever terug. Voor de opnamen zijn jullie helemaal naar Zweden gegaan en hebben daar met de bekende regisseur Patric Ullaeus samengewerkt.

Sonny: We wilden graag met hem samenwerken, dus we hebben onze koffers gepakt en zijn een weekendje daar geweest. Daar zeg je geen nee tegen. We hebben het nooit eerder zo gedaan. Hij heeft het wel druk, want ik zag nu al weer dingen voorbijkomen van Haïti. Het is een bijzondere wereld, die van de video’s.

Ik vind het zelf een van de sterkste nummers van de plaat, samen met de nummers die er vlak omheen staan. Het is een hele sterke fase van de plaat.

HJ: Dat vinden wij ook.

Wat is de achtergrond van het nummer?

HJ: Als ik het zo zeg, klinkt het misschien wel cliché, maar echte liefde blijft. Wat er ook gebeurt. Het blijft altijd een plek houden. Over dat gevoel, over dat bijzondere, ontastbare van, voor of met iemand, daar gaat het eigenlijk over. Dat is de gedachte erachter. Het geloof in en liefde voor die persoon is voor altijd.

In het begin van de clip zie je een meisje op een ziekenhuisbed liggen, dus daar is blijkbaar iets ernstigs mee gebeurd. Manda sleept dan vervolgens toch die jongen mee zo van, we moeten verder.

HJ: De gedachte achter de video is heel breed en dit is een situatie, een verhaal waar het bij past. Het zou ook iets anders kunnen zijn. Dit is er uiteindelijk uitgekomen. Het is met zo’n regisseur ook zo dat we hem zijn ding willen laten doen. Wij hebben natuurlijk ook wel een idee, maar ik zou het ook niet leuk vinden als mensen aan mij vragen of ik een liedje voor ze wil schrijven, maar het moet dan wel zoals ik het wil. Dat werkt niet. Het is dan ook niet leuk om te doen.

Sonny: Niet zo van, het moet in c en het moet een refrein bevatten. De regisseur heeft er zelf dingen uitgehaald.

HJ: Hij heeft er dingen uitgehaald en zelf weer ingedaan. Hij heeft dingen aangevoeld bij de muziek. Normaal gesproken bemoeien we ons er altijd mee. Die clip ervoor (van Afterlife - red.), van het vorige album (The Quiet Resistance (2011) - red.), hebben we zelf van soort van in elkaar gedraaid. Dan hebben we het over een hele andere kwaliteit. Dat is aan de ene kant lekker omdat je er controle over hebt. Nu was het zo van, we zijn er geweest en hebben wel dingen opgenomen, maar…

Sonny: ... het is best wel spannend. Geen idee wat het resultaat is, want je ziet het niet. We gingen scènes schieten bij die man in huis. Ondertussen ging de regisseur weer ergens anders langs...

HJ: ... en ik maar vragen aan hem, maar ik kreeg geen reactie, dus het bleef een verrassing, maar uiteindelijk heeft het gelukkig goed uitgepakt.

Nemesea

Er staat een bijzonder nummer op de plaat in de vorm van Bones. Ik doel dan uiteraard op de passage halverwege met de didgeridoo en de proggy gitaar- en keyboardmelodie. Het is eigenlijk het enige moment dat het progressieve karakter van Mana even terugkomt.

HJ: Ik heb me pas achteraf gerealiseerd dat mensen er op die manier naar luisteren. Toen we ermee bezig waren, zei ik op een gegeven moment tegen Guido: “Dit heeft een Muse-achtige vibe.” Dat vind ik heel tof en prima, maar ik begrijp ook achteraf wel dat het een beetje een Dream Theater-achtig iets heeft.

Sonny: Er zit inderdaad zo’n riedeltje in. Ik heb dat van meerdere mensen gehoord. Hij staat ook vrij hard in de mix.

Maar niet storend. Het nieuwe album heeft een mooie productie meegekregen. Er is aan veel details aandacht besteed.

HJ: Het is terecht wat je zegt en toch ging de werkwijze deze keer tegen onze natuur in, omdat we normaal gesproken gingen zitten en dingen gingen opnemen, maar dan net zolang dat het goed was...

Sonny: ... totdat we het bijna in wave-vorm gingen nakijken. Dat hebben we nu niet gedaan. Het is een kwestie van daar niet naar kijken, behalve natuurlijk dat je erop toeziet dat alles gelijk loopt met de basdrum en de bas, maar je zet het gewoon aan, dan luister je en komt het dan binnen, dan is het goed. Dan hoef je er niet meer aan te knutselen of het opnieuw te doen. Dan is het gewoon goed.

HJ: Het ging gewoon heel snel. Het waren misschien twee of drie takes.

Sonny: Aan de ene kant hebben we wel opgelet dat het goed was, maar aan de andere kant hebben we er afstand van genomen zodat je er niet teveel aan gaat doen.

Want dan klinkt het te mechanisch. Dat gaat het weer ten koste van het emotionele aspect.

Sonny: Dat hadden we op het vorige album te veel, ten minste, dat vind ik, dat het te mechanisch klinkt.

HJ: Precies.

Sonny: Dat wilden we deze keer loslaten en we zijn het dus anders gaan doen. Gewoon iets doorspelen en klinkt het goed, dan is het goed.

Is de huidige sound iets waarmee jullie je het meest comfortabel voelen en waarmee je door wilt gaan of wil je elk album weer heel anders laten klinken zoals tot nu toe het geval is geweest?

Sonny: Mensen verwachten inmiddels iets onverwachts van ons. Een volgend album zal misschien wel weer een wat ander jasje krijgen, maar dit is voor nu wel onze stijl waar we ons gemakkelijk bij voelen en de werkwijze met Guido bevalt ons prima.

HJ: Er zit een bepaald verloop in, omdat we al lang bezig zijn. Ik vind ook niet meer dezelfde muziek leuk als tien, twaalf, veertien jaar geleden. Sommige dingen wel. Ik luister nog naar Deftones, Korn en Meshuggah, Animals As Leaders, maar andere dingen weer niet. Ik luister best nog wel heavy dingen, maar ik vind het geen liedjes meer om te spelen of te schrijven. Daar groei je overheen. Je gaat anders naar muziek luisteren en je luistert naar andere muziek. Dat is altijd van invloed op wat je zelf maakt. We zijn gewoon niet meer zo heavy. Tijdens Mana hebben we nog veel gespeeld met After Forever. Eigenlijk meteen daarna, toen we na gingen denken over een nieuw album, toen had ik direct al zoiets van, volgens mij is dit niet helemaal ons ding. We zijn overigens wel trots op het album. Ik heb hem laatst nog een keer in de auto in zijn geheel gedraaid. We hebben echter daarna een gesprek met elkaar gehad en toen hoorde ik ook iemand zeggen dat je altijd moet doen wat je zelf leuk vindt, wat dichtbij je staat. Tijdens het spelen met andere bands merkte ik toch dat we er een beetje buiten vielen. Niet alleen qua muziek, maar ook als personen. Wij waren toch altijd een beetje anders. Het voelde nooit echt natuurlijk. Wij hebben elkaar ontmoet op het conservatorium en speelden ook samen jazz en pop. After Forever speelden de muziek waar ze goed in waren en dat was het gewoon. Het was te gek. Wij vonden ook hele andere dingen leuk.

Sonny: Aan de ene kant is dat een voordeel dat je overal heen kunt, aan de andere kant bestaat het gevaar dat je een afslag mist.

HJ: Ik had zoiets van dat we gevoelsmatig meer naar datgene toe moesten wat wij wilden. Ik ben een liedjesschrijver en ik hou van liedjes. Het hoeft voor mij allemaal niet zo lang te duren. Dat is een spanningsboog die ik heb. Jij luistert er heel anders naar (kijkt naar Sonny – red.).

Sonny: Ik luister naar allebei (lacht). Ik vind lange nummers mooi, maar ik kan ook naar korte nummers luisteren. Dat is voor iedereen anders.

HJ: Dat is ook van invloed op het hele gebeuren.

Je kunt het beste je eigen hart volgen, ondanks dat je misschien onzeker bent of anderen dat wel leuk vinden.

HJ: Dat hadden we toen heel erg. We kregen toen heftige reacties. Ik snap dat ook wel. Ik noem bijvoorbeeld Linkin Park. Ik vind dat oude wat zei deden toffer dan dat van nu. Als je dan ook nog eens diehard fan bent en ze switchen, dan snap ik die reacties ook wel. Voor ons was het gewoon wel een natuurlijke keuze.

Sonny: We hebben er bij het eerste album misschien van te voren niet al te veel bij nagedacht van wat we precies gingen doen. We zijn het gewoon gaan doen. "We maken een album en zien dan wel weer verder." Als je serieus met muziek bezig bent en een band begint, dan moet je eigenlijk al wat verder kijken en dat hebben we totaal niet gedaan.

HJ: Wij hadden twee of drie maanden gerepeteerd en toen zijn we begonnen met wat covers spelen. Manda kwam daarmee. Ik kende die bands helemaal niet. After Forever had ik nooit van gehoord. Ik zat toen heel erg in die hoek van Dream Theater, Symphony X en pop.

En jij komt weer uit een hele andere hoek.

Sonny: Ja, ook wel popmuziek, funk en soul. Metal? Nee, nooit naar geluisterd.

Jij kunt je dan ook veel beter identificeren met Uprise dan met Mana.

Sonny: Ja, alhoewel ik Mana instrumentaal wel lachen vond. Alles speelde ik met de drums mee en de breaks, dus daar kon ik me enorm mee uitleven. Dat hield het wel leuk, maar qua muziek was het niet echt wat voor mij. Dan past Uprise absoluut veel beter.

Het is heel songgericht en het pakt je direct, zowel het gitaargedreven Hear Me als andere keyboardgedreven songs met catchy refreinen.

HJ: Daar hou ik wel van, van dat catchy aspect.

Sonny: Dat is wel het idee, dat het direct bij je binnenkomt.

In vergelijking met eerder materiaal valt op dat er meer mannelijke achtergrondvocalen zijn toegevoegd.

HJ: Dat hebben we met opzet gedaan. Op het vorige album staan best veel duetten met gastmuzikanten. Dat is best welkom, zo nu en dan een ander geluid erbij. Ik vind het voor de spanningsboog wat toffer.

Sonny: Dat maakt het ook afwisselend.

The Quiet Resistance is het meest veelzijdige album naar mijn mening, zowel muzikaal als vocaal, met elementen vanuit de metalhoek, maar ook de kenmerken die je terugvindt op Uprise.

HJ: Qua zang kan ik niet helemaal bij Manda’s bereik. Op The Quiet Resistance zing ik een paar keer wat erbij, maar ik vond dat niet goed genoeg, maar ik had wel zoiets van, misschien kunnen we dat met een paar jongens wel bereiken, het geluid aandikken, zodat je Manda’s geluid af en toe even breekt. Dat maakt het luisterproces ook lekkerder. Live kunnen we het dan ook op die manier doen. Het zijn ook niet complete koren.

In 2009 verscheen Pure: Live @ P3, jullie eerste live-album. Destijds maakten jullie gebruik van de unieke gelegenheid om het optreden in surround op te nemen. Komt daar nog een vervolg op?

Sonny: Een live-album zeer zeker wel. In surround gaan we denk ik niet nog een keer doen. De technieken zijn er tegenwoordig om zoiets makkelijker te kunnen doen. Je hebt tafels die per spoor kunnen opnemen, bands die elk live-optreden op Spotify zetten. Zo nieuw is het om in onze scene dat te kunnen doen. Als je live goed presteert als band, waarom niet? Ik vind het gaaf om daar iets mee te gaan doen, zodat de mensen na het optreden toch een stick mee kunnen krijgen of iets dergelijks, of dat je ‘m voor een paar euro opstuurt.

Jullie stonden eigenlijk vanavond gepland als voorprogramma van Kamelot, maar vanwege de gezondheid van Manda kan dat niet doorgaan. Hoe is het met haar?

HJ: Ik kan niet zeggen dat het goed gaat, want ze zit zo laag in haar energie. Ze is vermoeid en niet fit. Anders had ze er vandaag wel bij geweest, maar het zit er niet in. Dat is even een pas op de plaats maken en rust nemen. Het is jammer, want we hadden inderdaad vier gigs staan.

Sonny: Het was mooi geweest om dat met de luistersessie te combineren.

HJ: Qua liveshows zit het niet echt mee.

Sonny: Dat ligt soms aan het boekingsbureau, soms aan het tijdstip of dat dingen worden afgezegd.

Zijn jullie wel bezig om optredens later in het jaar te plannen?

HJ: Ja, dat sowieso wel. Deze vier optredens gingen nog via Napalm, maar we moeten gewoon goed kijken met wie we straks gaan samenwerken op boekingsvlak. We hebben daarin veel gewisseld. We hebben een paar jaar bij Athene gezeten, een grote booker natuurlijk. We hebben ook kleinere bookers gehad. We hebben alles groot en klein gehad (lacht).

Sonny: Het was altijd net op het verkeerde moment, dat het bij het podium niet uitkwam of dat de festivals al geweest waren. Het is nooit goed voor latere optredens.

HJ: Het is eigenlijk best weird. Er was altijd wel wat. We willen absoluut geen project zijn en gewoon live spelen. Dat vinden we het leukste om te doen. We zijn toch muzikanten en willen lekker spelen. Versterkers aan en gaan met die banaan.

Het is daarom goed om het vanaf nu gewoon structureel goed aan te pakken. Ook de cyclus van de albums, want daar zat nu ook vrij veel tijd tussen. Tussen The Quiet Resistance en Uprise zit bijna vijf jaar.

Sonny: Ja, dat is gewoon te lang.

Dat zal wel met allerlei oorzaken te maken hebben, maar daardoor krijg je wellicht dat het niet lekker loopt.

HJ: Dat klopt. We hebben nu sinds korte tijd iemand die met ons meedenkt op het management-vlak, wat gewoon heel veel scheelt. Het helpt enorm dat je iemand hebt die niet meespeelt, maar wel creatief is met ideeën. Dat gaat wel helpen, dat weet ik zeker. We willen graag spelen, maar voorlopig wordt het hem dat niet. Eerst even back to basic.

[ Terug naar de Interviews ]