Het is voor metalbands tegenwoordig enerzijds makkelijker dan ooit om in contact te komen met een breed publiek. Door middel van talloze platforms en sociale media is de muziek in een oogwenk wereldwijd beschikbaar en liggen de tijden van het lang zoeken naar een specifiek album al ver achter ons. Anderzijds zorgt die directe beschikbaarheid juist voor een overvloed aan beschikbare muziek, waardoor het voor bands die nog geen grote naam hebben opgebouwd juist lastiger wordt om op te vallen. Dat geldt des te meer voor groepen die zich simpelweg met de muziek bezig houden en niet met gimmicks of het aanvinken van de juiste hokjes om eerder door de algoritmen van sociale media opgepikt te worden.
Het Finse Gladenfold is zo’n relatief onbekende band die het niet moet hebben van theatrale bombast, goedkope gimmicks of artificieel effectbejag. Het sextet uit Turku houdt zich vooral bezig met het schrijven en opnemen van muziek die de band zelf kan waarderen. Daarin maakt de groep wel een ontwikkeling door. Mijn kennismaking is in 2019 met de release van When Gods Descend, het tweede album van de band. Op die plaat horen we een mengeling van melodieuze death metal en power metal, die nadrukkelijk is geïnspireerd door het werk van Children Of Bodom. Daarnaast is de invloed van groepen als Wintersun en Blackguard hoorbaar.
Anno 2026 is er het een en ander veranderd. Op Soulbound zijn de Children Of Bodom-invloeden volledig verdwenen en heeft zanger Esko Itälä zijn raspende screams ingeruild voor cleane zang. Gladenfold is dus volledig richting power metal gedreven. In opener Fire Wind pakt dat verrassend goed uit. Door de stoere riffs en het opzwepende tempo doet het nummer denken aan Primal Fear en Stratovarius, terwijl een majestueus, Rhapsody Of Fire-achtig refrein de boel op glamoureuze wijze bij elkaar houdt. Het met frivole uitstapjes gelardeerde, Sonata Arctica-achtige For My Queen zorgt zelfs voor een flinke glimlach door het heerlijk opzwepende tempo, het flitsende gitaarwerk en de euforische ‘vibe’. Ook Ghostlike behoort tot de betere tracks dankzij de Kamelot-achtige zanglijnen.
Wonderlijk genoeg zijn dat ook de enige tracks die indruk maken. Want op veel momenten blijkt de nieuwe stijl van Gladenfold vooral zeer inwisselbaar te zijn. Het melodieuze Wardens Of Time en Anthem Of The Broken kennen nog wel aardige centrale melodielijnen, maar zijn uiteindelijk toch wel behoorlijk generiek, zowel in de riffs als in het nogal simplistische drumwerk. En op andere momenten is het gebodene ronduit matig te noemen. Zo is Helix Of Hate een zeer onsamenhangend nummer, dat wordt ontsierd door een soort hardcore-achtige brulvocalen, die van zeer bedenkelijk allooi zijn. Mercy blijkt slaapverwekkend, vooral tijdens de momenten dat het tempo verder naar beneden gaat. En ik weet niet of het afsluitende Soulbound Parallax episch bedoeld is, maar het nummer is langdradig en sleept zich naar het einde.
De manier waarop Gladenfold zich heeft ontwikkeld, is vooral spijtig. Als Children Of Bodom-vereerder was de band niet origineel, maar bevatte de muziek wel pit en een bepaalde energie. Nu is gezapigheid troef. De eerder aangehaalde, positieve uitschieters maken duidelijk dat de Finnen het schrijven van aardige muziek niet helemaal verleerd zijn, maar verder bevat Soulbound vooral weinig verheffende composities. Als slaaptherapie kan het album misschien dienst doen, maar warm of koud word ik er zeker niet van.
Tracklist:
1. Fire Wind
2. Wardens Of Time
3. For My Queen
4. Helix Of Hate
5. Mercy
6. Ghostlike
7. Chaos Waltz
8. Anthem Of The Broken
9. Soulbound Parallax



