Hellripper is het eenmansproject van multi-instrumentalist James McBain. De vorige plaat, Warlocks Grim & Withered Hags (2023), was een van de verrassingen van dat jaar en betekende de definitieve doorbraak van deze Schot naar een breder publiek. Het album is een staalkaart van zijn furieuze mix van black en thrash metal, gedragen door indrukwekkend virtuoos gitaarspel. Tegelijk markeert het een nieuwe stap in zijn ontwikkeling als songwriter: meer samenhang, meer gelaagdheid, meer compositorische controle. En nu is er alweer een nieuwe plaat, Coronach. De vraag is dus onvermijdelijk: kan McBain de vorige plaat evenaren of zelfs overtreffen?
Sinds de eerste langspeler Complete And Total Fucking Mayhem (2016) heeft Hellripper een flinke evolutie doorgemaakt. Dit debuut is veel meer geworteld in klassieke thrash met een stevige hardcore-injectie, eerder thrash-’n-roll dan blackened thrash. Meer Motörhead dan Mayhem dus, maar dan met een hese Lemmy die stiekem in een blackmetalband is beland. Het klinkt rauw, enthousiast en soms wat onbeholpen, maar de kwaliteit van de riffs en het gevoel voor melodie zijn al duidelijk aanwezig.
Kenmerkend voor McBains stijl is dat zijn riffs tegelijk heavy en melodisch zijn. Hij laat zich bovendien weinig gelegen liggen aan stilistische grenzen. Door de jaren heen zijn invloeden uit andere subgenres prominenter geworden en is hij nadrukkelijker gaan spelen met contrast. Zijn riffs vloeien vaak naadloos in elkaar over en subtiele melodische accenten zorgen ervoor dat je ongemerkt van de ene naar de andere passage glijdt. Op Warlocks Grim & Withered Hags resulteert dat in een ideeënrijk album dat nergens repetitief wordt en juist in die spanningsboog zijn kracht vindt.
Ook Coronach staat bol van de ideeën. De kern blijft de blackened thrash waar hij de afgelopen jaren naartoe groeide, maar er is wel degelijk iets verschoven. De songs zijn langer, meer uitgesponnen en de nadruk ligt meer op sfeeropbouw en narratieve dynamiek dan op pure intensiteit. McBain lijkt hier vooral de verhalende kant van zijn songwriting te willen uitdiepen.
Het meest uitgesproken voorbeeld is het bijna negen minuten durende titelnummer. Coronach opent episch met gedragen zang waarin meer verteld dan gezongen wordt, begeleid door een blackmetalachtige tokkelriff die meteen een weids, emotioneel landschap oproept. Het nummer bouwt langzaam op met door elkaar lopende melodieën en contrasterende vocalen, van cleane zang tot een diepe deathmetalgrunt. Af en toe doet het denken aan Opeth, zonder echt de stap naar prog te zetten. Het refrein verrast dan weer met uitgesproken heavymetal-gitaarharmonieën die aan Iron Maiden doen denken. Het nummer weet blijvend te boeien, wat gezien de lengte, de instrumentale secties en de vele stijl- en tempowisselingen gerust een prestatie genoemd kan worden.
Die Maiden-achtige harmonieën zijn niet nieuw in McBains oeuvre, maar op Coronach zijn ze prominenter dan ooit. In Kinchyle bijvoorbeeld wordt een lompe, thrashy riff, met een vleugje Lamb Of God, gecombineerd met een opvallend catchy heavymetalrefrein. Het nummer zit vol contrasten: dissonante passages, een akoestische break en opnieuw harmonieuze twinleads die je eerder in de NWOBHM zou verwachten. Het is een gedurfde combinatie, maar McBain weet de losse elementen tot een overtuigend geheel te smeden.
Baobhan… (Waltz Of The Damned) is zo’n compositie waarin riffs om je heen lijken te draaien en te transformeren, tot het nummer plots vertraagt en een verstilde, bijna contemplatieve sfeer aanneemt. Hunderpest opent het album met de inmiddels vertrouwde mix van black en thrash: zich organisch ontvouwende melodieuze riffs, subtiele tempowisselingen en uiteindelijk een explosie van blastbeats en tremoloriffs. Het contrast tussen het melodieuze begin en het rauwe einde is sterk, waarna het nummer zelfs nog melancholisch uitsterft. Een overtuigende opener.
Toch wringt hier ook iets. De grotere stilistische variatie gaat enigszins ten koste van de coherentie die Warlocks Grim & Withered Hags juist zo sterk maakt. De black metal-invloeden zijn minder dominant, terwijl de nadruk meer verschuift naar thrash en klassieke heavy metal. Dat verklaart misschien ook waarom de plaat minder consistent aanvoelt dan de vorige, want juist in de spanning tussen black en thrash haalt McBain veel van de intensiteit en emotie in zijn muziek.
In nummers als Sculptor’s Cave en The Art Of Resurrection lijkt McBain zoekende naar balans tussen zijn vele ideeën. Het toont ook de keerzijde van een eenmansproject: volledige artistieke vrijheid betekent ook dat er geen externe correctie is wanneer een song dreigt te verzanden in zijn eigen ambitie. Hij weet de compositorische grip op zijn spel met stijlen niet altijd stevig genoeg vast te houden, waardoor sommige songs in zichzelf lijken te verdwalen.
Kortom, op Coronach neemt McBain nog meer risico dan hij op zijn eerdere werk doet. Het resultaat is soms magnifiek, soms verwarrend en langdradig. Het album haalt het niveau van Warlocks Grim & Withered Hags dus niet. Toch voelt Coronach niet als een misser, maar eerder als een overgangsplaat, een album waarop McBain onderzoekt hoe ver hij zijn stijl kan oprekken zonder zijn kern te verliezen. Zolang deze experimenteerdrift songs als Hunderpest en Kinchyle oplevert, is het wat mij betreft meer dan de moeite waard. Maar wie Hellrippers ontwikkeling wil volgen, kan eigenlijk niet om Coronach heen. De pieken zijn simpelweg te indrukwekkend om te negeren. De toekomst lijkt Hellripper toe te lachen en de overstap naar Century Media Records is alvast een goed teken.
Tracklist:
1. Hunderprest
2. Kinchyle (Goatkraft And Granite)
3. The Art Of Resurrection
4. Baobhan… (Waltz Of The Damned)
5. Blakk Stanik Fvkkstorm
6. Sculptor’s Cave
7. Mortercheyn
8. Coronach





