Vrijdag
Infected Rain profiteert van het feit dat Drowning Pool door vertraging het festival niet haalt en mag daardoor vroeg op de mainstage aantreden. De band maakt dankbaar gebruik van die kans en zet meteen een verpletterende show neer. De metalcoreformatie uit Moldavië heeft met frontvrouw Lena Scissorhands een bijzonder sterke zangeres in de gelederen. Zowel haar cleane vocalen als haar imposante screams zijn zuiver en binnen no time heeft ze het publiek volledig onder haar duim. Er zijn maar weinig bands die zo vroeg op de middag al bij hun tweede nummer het publiek op de knieën krijgen, maar tijdens Dying Light volgt de menigte haar instructies moeiteloos. Ook de rest van de band overtuigt, met name gitarist Vadim Ojog, die met zijn energieke en wilde spel een opvallende rol speelt. De intensiteit en oprechtheid van de show maken het geheel sterk, en dat het gemeend is, blijkt ook uit de reactie van Lena na afloop van Because I Let You. Geëmotioneerd kijkt ze het publiek in terwijl de tranen zichtbaar opwellen. Infected Rain levert daarmee al vroeg op de dag een eerste hoogtepunt af.
Heel veel blackmetalbands zijn dit jaar niet te vinden op de line-up van Graspop. De weinige aanwezige acts vallen bovendien vaak meer onder de atmosferische hoek dan onder traditionele black metal. Het Finse Oranssi Pazuzu past ook in die categorie, maar gaat nog een stap verder door psychedelische en experimentele elementen aan het geluid toe te voegen. Dat levert een intens en duister geluid op, waar maar weinig bezoekers voor naar de Metal Dome trekken. Jammer, want wie er wel bij is, krijgt een hypnotiserende en meeslepende trip voorgeschoteld. Op het podium gebeurt weinig, maar dat is ook niet nodig: de muziek spreekt volledig voor zich. De combinatie van onregelmatige ritmes, vervormde vocalen, soms bijna triphopachtige drums en plotselinge uitbarstingen in razernij zorgt voor een fascinerend geheel. Ook elektronica speelt een grote rol, en alles smelt samen tot een eigenzinnige, bijna buitenaardse sound. Wie openstaat voor experimentele black metal, doet er goed aan Oranssi Pazuzu eens te bekijken.
Wie regelmatig festivals of concerten bezoekt, ontkomt er bijna niet aan: Wolfgang Van Halen en zijn band Mammoth lijken overal altijd wel ergens aanwezig te zijn. De carrière van de zoon van een van de meest iconische gitaristen aller tijden verloopt dan ook voorspoedig, zeker op plaat waar hij sterk voor de dag komt. Live blijft er echter iets steken. Muzikaal staat het allemaal degelijk, maar de show zelf mist spanning. Wolfgang is geen uitgesproken frontman en blijft vrij ingetogen op het podium. Daardoor komt de energie nooit echt los en kijkt het publiek vooral gelaten toe. Het geheel is professioneel uitgevoerd, maar ook wat vlak. Een opvallend moment is I Really Wanna. Waar Mammoth doorgaans vrij veilige en gepolijste rock brengt, wringt het expliciete refrein (“I really wanna fuck you”) enigszins met de rest van de song. Het voelt niet helemaal in balans met de verder vrij nette sound van de band. Uiteindelijk is Mammoth muzikaal prima in orde, maar blijft het optreden weinig hangen. Het is zo’n show die je achteraf moeilijk precies kunt plaatsen, simpelweg omdat hij niet echt een blijvende indruk achterlaat.
Negen jaar geleden stonden Max en Igor Cavalera in Dessel om het klassieke Sepultura-album Roots (1996) in zijn geheel te spelen. Hoewel de muziek overtuigend is, was de performance van Max dat destijds niet meer. Vooral conditioneel leek de Braziliaan aan het kortste eind te trekken en was die show een tegenvaller. Hoe anders is dat tegenwoordig. De transformatie die Max heeft doorgemaakt is opmerkelijk en hij verschijnt tegenwoordig fit, vitaal en vol energie op het podium. Onder de noemer Cavalera Chaos A.D. zijn de broers terug om ditmaal het legendarische Chaos A.D. (1993) live te vertolken. Het optreden mondt uit in een van de leukste shows van het festival. De klassieke nummers worden vol agressie gespeeld en het is genieten van het wilde drumspel van Igor. Het blijft imponerend hoe hard hij altijd mept op het drumstel. Ook de massieve gitaarriffs blijven na al die tijd fier overeind. Neem Propaganda of het geweldige Territory als voorbeeld. Je kunt niets anders doen dan hiervan genieten. Naast de gebroeders Cavalera staat Igor Amadeus (de zoon van Max) als bassist. Deze heeft bij Soulfly al laten horen en zien wat hij in huis heeft en ook vandaag maakt hij indruk. Ook gitarist Travis Stone verdient alle lof met zijn wilde spel en de energie die hij uitstraalt. Met We Who Are Not As Others, Biotech Is Godzilla en Nomad kan de band weinig verkeerd doen, al staat dat stiekem eigenlijk al bij opener Refuse / Resist vast. Er schijnt een hardnekkig gerucht de ronde te doen dat de huidige versie van Sepultura stopt. Wat zou het toch een droom zijn als de Cavalera-broers eindelijk hun verschil met Andreas Kisser en Paulo Jr. zouden oplossen en die geweldige muzikale connectie uit de hoogtijdagen een vervolg zouden geven.Commercieel ligt de piek van Trivium al een aantal jaren achter ons, maar muzikaal blijft de groep verrassen met klasseplaten die boordevol sterke nummers en vakmanschap zitten. Helaas bleven de grote hits wel een beetje achterwege, anders had de formatie ongetwijfeld later op de dag mogen aantreden. Desondanks staan de heren gemotiveerd als altijd vol passie te spelen. Ditmaal ook met een show die louter uit klassiek materiaal bestaat. Je kunt zelfs stellen dat dit een setlist is die je als fan van de groep wilt zien. Meteen wordt er met scherp geschoten als Trivium opent met het geweldige Pull Harder on the Strings of Your Martyr, dat wordt opgevolgd door het sterke Strife, met dat heerlijke intro. Waar de kern van de band altijd bestaat uit het trio Matt Heafy, Corey Beaulieu en Paolo Gregoletto, heeft de groep altijd moeite gehad met het behouden van een drummer. Alex Bent leek die vloek te doorbreken en leek de ideale aanvulling, maar helaas heeft ook hij vorig jaar afscheid genomen. Toch heeft de formatie met Alex Rüdinger (Whitechapel) wederom een prima versterking gevonden. Live staat Trivium altijd als een huis en de groep hoeft weinig moeite te doen om het publiek in een kolkende massa te veranderen, waarbij de crowdsurfers maar blijven komen. Zeker het heftige Like Light to the Flies imponeert, terwijl bij afsluiter In Waves de toeschouwers in grote getale tegen elkaar aan botsen bij die imposante break in het begin.
Met Never Mind the Bollocks, Here’s the Sex Pistols (1977) heeft Sex Pistols een monumentaal album afgeleverd. De invloed van de legendarische Engelse formatie is niet te bevatten en het leek er niet op dat de groep ooit de instrumenten weer zou oppakken. De relatie met vocalist Johnny "Rotten" Lydon is al jaren slecht, dus die reünie zal er nooit meer in zitten. Verrassend was het nieuws dat Frank Carter aangetrokken werd om de zangtaken op zich te nemen en op papier lijkt dit een gouden combinatie. Wie Carter ooit eerder live heeft gezien, weet dat hij een wild podiumbeest is met een attitude die ergens wel aan Lydon doet denken. Toch pakt de reünie slecht uit en is het optreden van Sex Pistols een deceptie. Oerleden Steve Jones (gitaar), Paul Cook (drums) en Glen Matlock (bas) zijn op dermate leeftijd en stralen op het podium nog maar weinig uit. Het zijn legendes, maar er zit geen pit meer in en ze staan eigenlijk volledig anoniem op het podium. Carter probeert de boel nog aan te jagen, maar heeft het ook moeilijk. Pas wanneer hij zelf het publiek induikt, ontstaat er meer enthousiasme, maar dat neemt ook geleidelijk weer af zodra hij terug op het podium staat. Het tempo van de nummers ligt ook lager en enkel bij klassiekers als Pretty Vacant, God Save the Queen, My Way en het ultieme punknummer Anarchy in the U.K. veert het publiek op. Nee, deze versie van Sex Pistols schiet alleen nog maar losse flodders. Lydon heeft gelijk dat hij niet meedoet.
Met Death to All weet je dat je altijd kwaliteit te zien en te horen krijgt. De legacyband die als doel heeft de muziek van Chuck Schuldiner en Death te eren en te laten voortleven, imponeert altijd live. Met in de gelederen klassemuzikanten als Gene Hoglan (drums), Steve DiGiorgio (bas), Bobby Koelble (gitaar) en vocalist/gitarist Max Phelps kan het ook amper misgaan. Vandaag komen nummers van alle platen van Death voorbij, maar ligt de nadruk op Symbolic (1995), met sterke uitvoeringen van het titelnummer, Zero Tolerance en het fantastische Crystal Mountain. In het begin van het optreden mist Phelps nog even de kenmerkende snerpende sound van Schuldiner en de manier waarop de vocalist soms zijn lyrics kon uitspuwen. Daardoor komt Living Monstrosity niet helemaal goed uit de verf. Echter begint de zanger steeds beter te zingen en is het genieten van Zombie Ritual, Spiritual Healing en Zero Tolerance. Naarmate de show vordert volgen de hoogtepunten elkaar op. Het stuwende Crystal Mountain krijgt een glansrijke vertolking en Spirit Crusher wordt venijnig en fel gespeeld, waarbij vooral de manier waarop Phelps de titel uitgilt indrukwekkend is. Prachtig optreden en de groep krijgt terecht een lang applaus als het optreden voorbij is.
Cradle of Filth heeft nooit een stabiele line-up gekend en het is altijd komen en gaan bij de formatie. Toch leek het alsof Dani Filth de afgelopen jaren eindelijk een groep artiesten om zich heen had gevonden die samen een band vormden in plaats van een groep sessiemuzikanten die onder de leiding van de excentrieke zanger vielen. Toch ging het weer verkeerd en kon ineens iedereen getuige zijn van een ruzie tussen bandleden, toetseniste en zangeres Zoë Marie Federoff, gitarist Marek Šmerda en Dani Filth, die zich openbaar op internet afspeelde en waarbij heen en weer met modder werd gegooid. Vanavond staat Cradle of Filth dus weer met twee nieuwe leden op het podium: Kelsey Peters (toetsen/backingvocals) en Joff Bailey (gitaar). Door al het tumult zou men bijna vergeten dat vorig jaar het uitstekende The Screaming of the Valkyries uitkwam, maar gelukkig herinnert de formatie vanavond het publiek hieraan. Veelvuldig komt materiaal van deze plaat voorbij, aangevuld met de nodige klassiekers. Wat opvalt is dat Dani Filth vandaag gemotiveerd en vurig op het podium staat, alsof hij wil bewijzen dat deze versie van Cradle of Filth nog beter is dan de vorige. Ook vocaal klinkt hij niet slecht. Nooit is de sound van de platen te benaderen, maar vandaag komt de kleine zanger goed voor de dag. Alleen bij afsluiter Her Ghost in the Fog heeft hij het zwaar, maar eigenlijk is die track live sowieso moeilijk te vertolken. Kelsey Peters drukt vandaag ook haar stempel. Ze mist wel het charisma van Federoff, maar haar engelenstem valt positief op tijdens het hoogtepunt Nymphetamine (Fix). Ook Joff Bailey doet hard zijn best om een positieve indruk achter te laten, en dat doet hij ook. Met zijn duivelse blikken en niet-aflatende energie laat ook hij een prima visitekaart achter. Volgens Filth is een nieuwe plaat onderweg (“And no, it doesn't have that fucking Ed Sheeran song on it”) en het is interessant om te zien hoe de nieuwe muzikanten zich compositorisch staande weten te houden. Live is het in ieder geval een dikke voldoende.
Het Deense Volbeat is inmiddels al een aantal jaar een headline-act en het is niet de eerste keer dat de formatie de toppositie op de affiche van Graspop inneemt. Muzikaal deed de band de laatste jaren een beetje afstand van de wat hardere sound en richtte Volbeat zich meer op meezinganthems en een wat meer swingend geluid. Echter lijkt de groep zich langzaam weer meer te oriënteren op een zwaarder geluid met Servant of the Mind (2021) en het vorig jaar uitgebrachte God of Angels Trust. De show van vandaag richt zich meer op de latere periode en het snellere werk uit de begindagen wordt op klassieker Sad Man’s Tongue na grotendeels overgeslagen. Het zijn de grote hits als Lola Montez, Fallen, The Devil’s Bleeding Crown, Heaven Nor Hell en Still Counting die de setlist sieren. Met zulke nummers ontstaat er vanzelfsprekend een groot meezingfeest op de weide. De band doet het dan ook prima, al moet deze wel een beetje op gang komen. Opener The Mirror and the Reaper klinkt nog wat stroef en vooral de stembanden van Michael Poulsen moeten nog even opgewarmd worden, lijkt het. De grote hits worden aangevuld met andere klassiekers van Volbeat en daar zitten weinig verrassingen tussen. Wat opvalt is dat de nieuwe tracks erg goed worden ontvangen en dat vooral By a Monster’s Hand is uitgegroeid tot een fanfavoriet. Verder voelt het optreden vooral veilig en weinig verrassend. Waar Volbeat ten tijde van Seal the Deal & Let’s Boogie (2016) een indrukwekkend podiumdecor had, is ditmaal het podium sober ingericht. Ook wordt er niets aan extra showelement gedaan. Max Verstappen wordt weer geëerd (net als tijdens de afgelopen show in de Ziggo Dome) en Poulsen maakt af en toe een praatje. Ook muzikaal heeft de band wel eens sterker geklonken en het lijkt erop dat sommige nummers een tandje langzamer worden gespeeld. Het feest is er echter niet minder om en de groep blijft scoren met zijn sympathieke uitstraling en catchy songs. Toch is de hongerigheid er wel wat vanaf en dat is jammer. Zeker als je bijvoorbeeld de headline-shows van Bring Me the Horizon en Sabaton later dit weekend ziet, dan had hier best wat meer gegeven mogen worden.











