
Ook op de zaterdag begint de festivaldag al vroeg. Terwijl de Spoorzone langzaam volstroomt met bezoekers die rustig opstarten, bijkletsen of koffie drinken, is er ook al aardig wat volk op de been dat het optreden van de Japanse ‘post-allesgroep’ Heaven In Her Arms bijwoont. De muziek is een mengeling van screamo, cinematische post-rock en post-hardcore en houdt een beetje het midden tussen Mono en Envy – twee bekendere namen die al eerder tijdens het festival op de planken stonden. Ik pik een half uur mee van het optreden, dat in het teken staat van het album White Halo (2017). En hoewel ik nog niet bekend ben met de muziek, klinkt de band behoorlijk goed. De combinatie van glooiende gitaarlijnen, luidruchtige post-rockerupties en hese screams pakt zeer goed uit, de band staat strak te spelen en het geluid is wederom uitstekend. Een goed begin van de zaterdag!
Ook voor de drie dames van Blackwater Holylight staat het optreden van vanmiddag volledig in het teken van één album: het eerder dit jaar verschenen Not Here Not Gone. De groep uit Portland, Oregon krijgt de gelegenheid om dat werkstuk integraal ten gehore te brengen. De eerdere platen van deze band klinken wel aardig, maar ook wat kabbelend en vrijblijvend, maar op Not Here Not Gone heeft het trio een grote stap vooruit gezet. De instrumentatie is strakker, de songs zijn veel krachtiger en beter en de muziek ademt ook veel meer een livegevoel. Gelukkig weet Blackwater Holylight ook live te overtuigen. Zeker het eerste deel van het optreden is sterk. De doomgaze van de groep heeft een onberispelijk geluid en klinkt daardoor zo dik als een goede NEIPA. De combinatie van lieflijk klinkende vocalen, serene ambient en prettige, zware riffs doet wel wat aan Faetooth denken. Opmerkelijk is dat bassiste (en zangeres) Allison Faris halverwege van instrument wisselt met gitariste Mikayla Mayhew. Tijdens de laatste nummers begint de zang ietwat te wankelen, maar over de gehele linie levert Blackwater Holylight een aimabel optreden af.
Hoewel ik benieuwd ben naar het debuut van Tria Nema (een afstudeerproject van studenten van The Metal Factory - sinds een aantal jaren traditiegetrouw op zaterdagmiddag in Hall Of Fame geprogrammeerd), wil ik ook erg graag de vieze, stroperige sludgenoise van Slowhole ondergaan. En aangezien ik vermoed dat het wel eens erg druk zou kunnen worden in The Engine Room, zoek ik direct na het optreden van Blackwater Holylight een plekje. Mijn vermoedens blijken terecht, want al ruim een half uur voor aanvang is de zaal tot aan de nok toe gevuld. Degenen die er vroeg bij zijn, worden echter beloond voor hun geduld, want het optreden van Slowhole is er een voor de boeken. De sound is lood- en loodzwaar en allesverziedend intens. De gitaren knarsen en kraken als nagels over een schoolbord. En alsof dat nog niet genoeg is, krijst de frêle frontvrouw Shannon Arsenault de longen uit haar lijf met screams waarin alle zielenpijn van de wereld lijkt te rusten. Slowcrush brengt je niet alleen naar de poorten van de hel, maar sleept je er al ziedend en tierend aan je haren doorheen. Het rode licht accentueert de helse en huiveringwekkende sfeer. Dit optreden komt qua intensiteit nog het meest in de buurt van Khanate (2024).
Soms is er al tijdens het festival te merken dat een bepaalde artiest het momentum mee heeft. Zo is er aardig wat ‘buzz’ rondom het optreden van de Ierse componiste, multi-instrumentaliste en zangeres Rose Linda Connolly, die onder de naam RÓIS optreedt. De Next Stage puilt uit zijn voegen en de aanwezigen staan als sardientjes in een blik op elkaar geperst. Even heen en weer naar de bar lopen wordt zo een ware odyssee. RÓIS maakt een versie van Ierse folk waar niets vrolijk aan is. De zang van Connolly staat centraal en dat is een klaagzang in de letterlijke zin van het woord, want haar zangstijl wordt getypeerd als ‘keening’ (letterlijk: jammeren). Het is een Ierse traditionele Ierse expressie die tijdens begrafenissen wordt gebruikt. Hoewel haar stemgeluid indrukwekkend is, worden de nummers na verloop van tijd ook wel wat eentonig. Dat is vooral omdat er verder weinig gebeurt in muzikaal opzicht. RÓIS klinkt weliswaar fascinerend, maar maakt zijn vooruitgesnelde status toch ook niet helemaal waar.
Na een eetpauze besluit ik een stukje van Prostitute mee te pikken – ook een beetje bij gebrek aan beter op dit tijdstip. Hoewel de muziek omschreven wordt als een eclectische pastiche van noiserock, Arabische klanken en elektronische muziek, is daar live niets van te merken. Door de monotone en veel te luide drums wordt alles platgeslagen. Er blijft een rellerige, harde en vooral eendimensionale brij over. “Why aren’t you dancing?”, vraagt frontman Moe Kazra aan de volgepakte zaal. Nou, omdat het vooral eenzijdige herrie is allicht? De file richting uitgang neemt steeds verder toe en ook ik hou het na een minuut of twintig voor gezien.
Hoewel Roadburn veel ruimte geeft voor nieuwe, nog relatief onontdekte groepen, is er dit jaar ook extra aandacht voor het verleden. In dat opzicht is het niet meer dan logisch dat het Japanse Boris twee keer op het podium van de Main Stage staat. In de bijna vijfendertig jaar die deze experimentele groep actief is, laveert het gezelschap moeiteloos tussen stijlen. Doom, drone, post-rock, ambient, noiserock en alles daartussenin komt voorbij. Ook Tilburg is bekend terrein voor het drietal. Zo staat Boris al op de planken tijdens Roadburn 2008 en 2018 (als het album ABSOLUTEGO integraal wordt gespeeld met Sunn O)))-lid Stephen O'Malley). Dit jaar trakteert de groep ons eveneens op twee integrale albumvertolkingen. Vanavond staat in het teken van het eenentwintig jaar geleden verschenen Pink (2005), dat wereldwijd als een van de beste platen van het gezelschap staat aangeschreven. Met veel rook, een gong en fraaie outfits heeft Boris verder weinig visuele ondersteuning nodig. De luidruchtige en vooral ook lekker schurende noisy garagerock werkt live verrassend goed en de band komt dan ook uitstekend tot zijn recht. Vooral drummer Atsuo ontpopt zich tot een behoorlijk charismatische verschijning, die iedere gelegenheid neemt om de zaal op te zwepen. Dat sorteert aardig effect: al snel vormt zich een van de eerste noemenswaardige moshpits in de Main Stage. Prima optreden van deze veteranen.
We blijven in Japanse sferen, want na de twee waanzinnige optredens van de afgelopen dagen wil ik ook vandaag mijn ‘fix’ krijgen wat betreft Acid Mothers Temple. Het is de derde en laatste keer dit weekend dat de formatie op de planken staat, ditmaal weer in de Engine Room. De setlist van vandaag staat in het teken van de toekomst. Het begin is ditmaal iets meer drumgedreven, maar verder zijn de ingrediënten (gelukkig!) hetzelfde. De kwaliteit eveneens, want ook dit optreden is geniaal. Vooral het laatste half uur ontpopt zich tot een collectief ‘oorgasme’: door middel van een eindeloos repeterend gitaarritme, waarop de band volledig los gaat, stijgen we met z’n allen op richting de kosmos. Hoe graag ik Oathbreaker ook had willen zien, het is onmogelijk om tijdens deze set weg te lopen. Wat een absurde climax – en wat een monumentaal vertoon van psychedelische grootsheid! Na afloop spoed ik me naar de merchandise om een t-shirt te kopen voordat de mannen hun tournee door Europa vervolgen. Roadburn 2026 is het domein van Acid Mothers Temple gebleken.
Omdat Oathbreaker al halverwege zijn setlist is, besluit ik om het optreden van Industry mee te pikken in de Hall Of Fame. Het viertal uit Berlijn staat bekend om de politieke lading van zijn optredens. En ook nu hangt het podium vol met antikapitalistische en antizionistische spreuken. De sound van het viertal uit Berlijn is mokerhard en zeer ongepolijst. De monotone, maar effectieve mengeling van punk en industrial zorgt voor een flinke moshpit, maar het oorverdovende volume jaagt ook heel wat mensen de matig gevulde zaal uit. Na heel wat experimentele, mooie, psychedelische en dromerige optredens van de afgelopen dagen merk ik dat deze in your face-teringherrie voor een dikke grijns op mijn gezicht zorgt. Ik onderga de auditieve geseling dan ook met liefde.
De laatste band van de avond die ik meepik (het nachtprogramma trek ik echt niet meer) is de Franse psychedelische rockgroep Slift. Het drietal speelde al eerder op Roadburn en was in 2022 zelfs Artist In Residence, met drie optredens in totaal. Het optreden van vanavond staat in het teken van het nieuwe album Fantasia, dat in juni zal verschijnen. Dat het publiek nog niet bekend is met de muziek, lijkt niemand te deren: de zaal is zo goed als vol en van voor tot achter zijn meedeinende hoofden te zien. Slift klinkt dan ook als een goed geoliede machine: strakke riffs voorzien van een dikke laag ‘fuzz’, nevelige psychedelische uitspattingen, passages die goed doorbeuken en hallucinante visuele ondersteuning (die tot duizeligheid kunnen leiden als je er te lang naar kijkt). Het immense podium is kleiner gemaakt doordat drummer Canek Flores lekker knus naar het midden is verplaatst met zijn zeer bescheiden drumstelletje. Het uur speeltijd vliegt voorbij en Slift levert de kwaliteit die het aan zijn stand verplicht is.



