
De heren van Krallice moeten toch wel last hebben van rsi-achtige klachten na twee optredens vol vingerbrekende riffs en complexe structuren. Toch staat de blackmetalgroep op zondagmiddag ogenschijnlijk fris en fruitig op de planken in The Terminal om de aftrap te geven voor de traditionele ‘Afterburner’, voor menigeen de vijfde officiële festivaldag. Het is goed te merken dat het publiek ook wat meer tijd nodig heeft om op gang te komen. Krallice speelt vanmiddag een set die zich focust op actueel werk. Zo komt er materiaal voorbij van relatief nieuwe langspelers als Porous Resonance Abyss (2023) en Inorganic Rites (2024). De stijl op die albums blijkt wel wat anders dan het oudere werk. De muziek is langzamer qua opbouw, minder intens en kent een wat meer meanderende aanpak. Ook zijn de keyboardpartijen prominenter te horen. Hoewel deze wat relaxtere aanpak wel bij de zondagmiddag past, kabbelt het materiaal soms wel wat te lang door. Op de momenten dat het losgaat, hakt de muziek van Krallice er ook wel echt in, maar er zijn te veel passages vol gefröbel, die de glans wel wat van het optreden afhalen. Veel mensen houden het dan ook voortijdig voor gezien.
Ook Slow Crush maakt niet voor de eerste keer zijn opwachting dit weekend. Vrijdag stond de groep rondom bassiste en vocaliste Isa Holliday al op het podium in The Terminal om het debuutalbum Aurora (2018) te spelen. Vanmiddag krijgt het viertal zelfs een nog groter podium en mag het de Main Stage openen. De zaal is overigens verre van vol, maar de band laat zich er niet door ontmoedigen. We krijgen het meest recente album Thirst (2025) te horen en dat is geen straf. Naar eigen zeggen maakt dit gezelschap “grungy shoegaze-soaked noisepop”, maar laten we het erop houden dat het vooral een luidruchtige vorm van shoegaze is met een bijzonder prettige schemersfeer. Holliday heeft een mooi stemgeluid maar ook nu heeft ze wel wat moeite om boven de instrumenten uit te komen. Desondanks is het een goed optreden, met zeer sfeervolle, ondersteunende videobeelden (hoewel ik her en der ook wel wat kritiek hoor op het AI-gegenereerde karakter ervan). Slow Crush dompelt het publiek onder in een fijne, ruizige wolk aan etherische klanken, waarin de geest van My Bloody Valentine altijd aanwezig is.
Een van de artiesten die veel mensen intrigeert, is de Italiaanse componiste en multi-instrumentaliste Lili Refrain. Haar sound is zeer bijzonder: een ritualistische en hypnotiserende mengeling van dark ambient, folk, psychedelica en percussie. Met wat fantasie klinkt het als een versmelting van Heilung en Wolvennest. De performance is in lijn met die muziek en kent ook de nodige ritualistische elementen. Dat begint al bij de opkomst, waarin de artieste plechtig het podium betreedt onder begeleiding van meditatieve belletjes en zelfs een soort koeienbel, om vervolgens bij de aanwezigen op de eerste rij een rituele zegening uit te spreken. Denk echter niet dat het optreden van Lili Refrain puur om de theatrale elementen draait. De muziek zit geweldig in elkaar: de nummers bouwen laagje voor laagje op, beginnend bij opzwepende percussie, totdat de koortsachtige ritmes samenvloeien met beklemmende ambient, psychedelische effecten en sjamanistische keelklanken. Die geweldige combinatie heeft effect op het publiek: waar de een met de ogen dicht staat te genieten, voert de ander een soort extatische zonnedans uit. Lili Refrain laat niemand onberoerd en oogst terecht een minutenlange ovatie na afloop van deze zinderende show.
De Belgische neofolkband Kiss The Anus Of A Black Cat is de eerste groep die voor deze editie van Roadburn is geboekt. De band rondom zanger/gitarist Stef Heeren is dan ook niet vaak in Nederland te bewonderen – en live-optredens zijn überhaupt een zeldzaamheid. De groep maakt echter een ontspannen indruk. De nummers kabbelen rustig voort, maar er zit veel muzikaliteit in de minimalistische composities. Heeren wisselt tussen een reguliere gitaar, akoestische gitaar en banjo, waardoor er voldoende diversiteit is tussen de nummers. Zijn bijzondere stemgeluid draagt eveneens bij aan de beleving. De band kiest voor een gewaagd experiment door het publiek de zanglijnen bij Harrow te laten meezingen. We krijgen eerst een lesje van Heeren, maar de melodie die hij van het publiek verwacht, is ingewikkelder dan het lijkt. De generale repetitie is dan ook matig, tot hilariteit van de aanwezigen. Nadat hij ons nogmaals aanmoedigt, gaat het een stuk beter. Het tekent de ontspannen sfeer tijdens de show. Kiss The Anus Of A Black Cat geeft een prettig optreden weg. Laten we hopen dat dit voor de groep naar meer smaakt.
Ik loop snel terug naar de Main Stage, waar ik net op tijd ben om de Britse doomformatie Warning van start te horen gaan. De groep begint wat later dan gepland door enkele technische problemen. Zanger/gitarist Patrick Walker vraagt aan het publiek wie er gisteravond bij de karaoke was. Het is blijkbaar nogal laat geworden. Warning draait (met tussenpozen) al meer dan dertig jaar mee. De plechtige doom metal van de groep is dan ook geworteld in het verleden en doet vooral denken aan Candlemass en While Heaven Wept. Trage, uitgesponnen en verrassend melodieuze gitaarlijnen worden vergezeld door slepende drumritmes en cleane zang, die vol pathos wordt gebracht. Warning presenteert vandaag zijn nieuwe, nog te verschijnen album Rituals Of Shame, maar grijpt ook veel terug op het goed ontvangen Watching From A Distance (2006). Helaas is de normaal zo gedragen zang van Walker vanavond minder: hij lijkt wat in te houden om niet te veel uit de bocht te vliegen. De muziek is ook wel behoorlijk monotoon. Met een glas goede whisky thuis op de bank werkt dat vast goed, maar na vier dagen staan en met inmiddels een aardig slaaptekort is het moeilijk om de aandacht erbij te houden. Walker vraagt het publiek regelmatig om mee te zingen, maar krijgt nauwelijks reactie. De muziek is fraai, maar te statisch voor het hoofdpodium.
Ik sleep mijn vermoeide benen voor de laatste keer naar de Spoorzone voor het optreden van het mysterieuze Ak’ Chamel, een drietal uit Texas dat “fictional folk music from the post-apocalyptic age” maakt. Dat blijkt in de praktijk een intrigerende mengeling te zijn van psychedelica, wereldmuziek en ritualistische percussie. Een vergelijking met Goat dringt zich op), maar door de lugubere maskers en de mist die er hangt (door de rookmachine die overuren draait), is de sfeer wel wat duisterder. In muzikaal opzicht klinkt de band erg lekker, maar het geluid is nogal matig (te hard en te weinig details), waardoor veel finesses wegvallen. Het theatrale karakter is soms wat overtrokken en op het gekunstelde af, met name tijdens de zwaar aangezette spokenwordgedeelten tussen de nummers door. Ik begrijp goed waarom Ak’ Chamel op Roadburn staat, maar het optreden komt niet helemaal uit de verf.
De laatste band die ik in Hall Of Fame meepik, is Kollaps. En dat is zeker niet de meest zachtzinnige band op het festival. Deze oorspronkelijk Australische (en nu in IJsland woonachtige) groep doet zijn naam eer aan. Wat een alles vergruizende bak teringherrie produceert dit drietal! Die kwalificatie bedoel ik in de meest positieve zin overigens, want deze overspoeling van industrial/noise voelt als een reinigingsritueel. De muziek is kil, macaber, klinisch en vijandig tot en met door de snerpende, beukende en krassende instrumentatie en geluidseffecten. Frontman Wade Black loopt als een gekooide tijger heen en weer en wisselt droefgeestig gelamenteer af met getergde uithalen, terwijl zijn kompaan Robin Marsh zijn drumstel bij kans aan gort beukt met monotone percussie. Er zijn heel wat mensen die de zaal ontvluchten, maar degenen die blijven, ondergaan de geseling met liefde. Het enige minpunt van dit intense optreden is dat de verontrustende videobeelden niet tot hun recht komen omdat de band voortdurend in fel wit licht staat te spelen. Op eind slaan de heren hun instrumenten aan compleet aan gort en laten ze het publiek in een staat van verbijstering achter.
Als ik weer bij 013 aankom, besluit ik om op goed geluk nog een stukje mee te pikken van Echt!, een Belgisch gezelschap dat in Next Stage al aan het tweede deel van zijn set is begonnen. Dat blijkt een goede keuze, want als ik binnenkom, is er een waar feestje aan de gang. Dit viertal zet de kleine zaal volledig op zijn kop met zijn zeer opzwepende mengeling van drum-''n''-bass en psychedelica. De muziek is vrijwel onmogelijk om te beschrijven, maar swingt werkelijk aan alle kanten. De funky beats, keyboards en effecten zorgen voor een onweerstaanbare sound, die supercatchy is zonder gelikt te worden en intens bevreemdend en toch in zijn eigen universum volstrekt logisch klinkt. De ritmische bliepjes klinken alsof een leger aan R2-D2-robots collectief in een lsd-trip verkeert. De temperatuur in de zaal stijgt in rap tempo en de aanwezigen gooien een laatste keer de heupen los, zich realiserend dat dit optreden zomaar eens een van de blijste herinneringen aan het festival kan zijn.
Aan alle goeds komt een eind, ook aan Roadburn 2026. En vijf dagen van de ene naar de andere bijzondere band rennen, bijpraten, slaapgebrek opbouwen en de leverfunctie aan een stresstest onderwerpen eist bij veel mensen zijn tol. Maar desondanks is de Main Stage wel echt angstaanjagend leeg als K-X-P aan zijn set begint. De Finse elektronische psychedelische krautrockgroep (de heren omschrijven hun sound zelf op enigszins op verrukkelijke wijze als “Original electronic Motörhead space meditation”) staart in een gapende leegte vanaf het podium. Gelukkig trekt het gaandeweg wat bij, maar toch blijft het een pijnlijke constatering. Helaas weet het optreden er niet voor te zorgen dat mensen blijven hangen. De band kiest voor een zeer monotone aanpak, waarbij vooral het minutenlange gepriegel van de twee drummers op de cymbalen op de zenuwen werkt. Bij enkele stuwende passages klinkt de muziek wel tof, maar de helft van de tijd lijkt het alsof we naar het intermezzo tussen de daadwerkelijke nummers luisteren. Zo gaat de laatste festivaldag helaas een beetje als een nachtkaars uit.
Als we de balans opmaken, kunnen we echter constateren dat Roadburn 2026 in alle opzichten succesvol is. De uitwerking van het thema ‘redefining heaviness’ zorgt er wederom voor dat we een enorme diversiteit aan stijlen te horen krijgen, waarbij er zelden iets is dat écht uit de toon valt. De vele gecureerde sets zorgen ervoor dat er ook vaak unieke momenten ontstaan. En de keuze voor de Artists In Residence pakt goed uit, zeker in het geval van Acid Mother’s Temple. Tel daarbij op dat de sfeer onovertroffen is (er valt geen onvertogen woord en iedereen is vriendelijk en houdt rekening met de ander), het publiek respectvol en open is naar de optredende groepen en artiesten (die zich soms van een zeer kwetsbare kant tonen) en dat met name de Spoorzone een echte festivalsfeer weet te creëren en het is duidelijk: Roadburn blijft toonaangevend in alle opzichten!



