
De vrijdag begint al vroeg, want om een uur in de middag trapt de Amerikaanse blackmetalformatie Yellow Eyes de dag af in de Engine Room. En dat gebeurt op niet al te zachtzinnige en vooral zeer overtuigende wijze. Het New Yorkse viertal speelt ‘USBM’ done the right way: drummer Mike Rekevics (Vanum, ex-Fell Voices) legt een solide ondergrond met zijn spervuur aan strakke blastbeats, terwijl de broers Sam Skarsrtad en Will Skarstad de ene na de andere uitstekende riff de zaal in slingeren. Qua stijl zijn er duidelijke raakvlakken met Artist in Residence Krallice, maar de muziek van Yellow Eyes is ondanks zijn relatieve complexiteit een stuk toegankelijker. De subtiele, ondersteunende laag van koele synths zorgt voor extra verdieping. Qua sound herinnert het gezelschap bij vlagen ook wel wat aan de cultband Weakling. De zaal staat ondanks het vroege tijdstip helemaal vol om te horen hoe de mannen voornamelijk werk van het recente album Confusion Gate (2025) ten gehore brengen. Een erg lekker begin van de dag!
Daarna is het tijd voor een speciaal voor Roadburn gecomponeerd stuk van de Nederlandse post-metalgroep Teardrinker. Rondom de zaal zijn verschillende teksten opgehangen die een uitgebreide content warning geven voor het optreden en ook het scherm achter het podium vertoont voor aanvang regelmatig een waarschuwing. Het optreden heet dan ook I Hope This Hurts en is geworteld in de “verschrikkingen van het leven in een vervolgd lichaam in een samenleving die gekenmerkt wordt door patriarchisme, kolonialisme, wit superioriteitsdenken en kapitalisme”. Het optreden begint heftig, met geluidsopnames van allerhande problematische influencers uit de ‘manosphere’, die worden afgewisseld met nieuwsberichten over geweld tegen vrouwen (waaronder het misselijkmakende en onbevattelijke nieuws over de veelvuldige drogering en verkrachting van Gisèle Pelicot). De band trekt historische parallellen naar de heksenverbrandingen uit de middeleeuwen en vroegmoderne tijd en zet zijn visie kracht bij met citaten van beroemde denkers, waaronder de filosofe en politieke wetenschapper Hannah Arendt (de banaliteit van het kwaad) en de feministische filosofe Judith Butler (over gender en performativiteit). Het risico is dat een dergelijke insteek al snel leidt tot een academische en daardoor afstandelijke uiteenzetting, maar daar is gelukkig geen enkele sprake van. Want de kracht en urgentie die van dit optreden uitstraalt, zorgt ervoor dat ook de inhoudelijke boodschap als een mokerslag binnenkomt. Met de in een wit gewaad gestoken, nu eens furieus fulminerende, dan verrassend ingetogen klinkende Kim Hoorweg als boegbeeld en met nu eens logge en zware, dan weer hoekige en beukende post-metal als muzikale basis weet Teardrinker muzikale vorm en inhoud samen te brengen en tot een hoger niveau te tillen. En ondanks de zware thematiek spreekt er ook bij vlagen hoop uit de muziek, zeker als het vijftal in het laatste nummer wordt bijgestaan door een achtergrondkoor. Het is moeilijk om geen brok in de keel te krijgen bij dit ijzersterke, emotionele en tegelijkertijd louterende optreden.
Nog overdonderd loop ik vanuit de Koepelhal richting Main Stage voor een speciale samenwerking. De Belgische blackmetalgroep Wiegedood heeft de laatste jaren al vaker op de planken gestaan in Tilburg. Het optreden vandaag is echter van een heel andere aard. Zo werkt het blackmetaltrio samen met de experimentele jazzgroep Bl!ndman onder de naam Wiegedood x Bl!ndman. Het optreden vandaag staat in het teken van drone, waarbij we ook herinterpretaties van oud Wiegedood-materiaal zullen horen. Helaas is dit het eerste optreden dat enorm tegenvalt. Ondanks de fraaie, ingetogen lichtshow en een paar heel sporadische erupties is dit namelijk oer- en oersaai. De zaal krijgt een soort lethargische loungemuziek uit de voorportalen van de hel voorgeschoteld, die eindeloos voortploetert zonder dat er iets noemenswaardigs gebeurt. En het wordt alleen maar ergers als de klanken ontaarden in een soort eindeloos aanhoudend kattengejammer. Dronemuziek kan absoluut de moeite waard zijn, maar dit is een optreden waar niemand iets van begrijpt. Vanaf het balkon is het goed te zien dat de zaal na aanvankelijke anticipatie leger en leger wordt.
Na een korte eetpauze blijf ik bij de Main Stage hangen voor het optreden van de Amerikaanse post-blackmetalband Agriculture. De groep uit Los Angeles stond in 2024 al op de planken tijdens dit festival, maar de Koepelhal was toen zo afgeladen vol dat er geen doorkomen meer aan was. Het is dan ook logisch dat de organisatie ervoor heeft gekozen om het viertal ditmaal het grootste podium te geven. Agriculture speelt vanmiddag zijn nieuwste album The Spiritual Sound (2025) integraal. Het begin is nochtans rommelig en nogal amateuristisch. Als de lichten uitgaan, gebeurt er minutenlang helemaal niets. Uiteindelijk komt de groep wat schlemielig het podium oplopen en kan het optreden dan echt van start gaan. De band beschrijft zijn sound zelf als “ecstatic black metal", maar van die extase merk ik weinig. Hoewel de muziek van Agriculture goed in elkaar zit en de bandleden hun instrumenten goed beheersen, komt de sound me te gekunsteld en pretentieus over, waardoor de emotionele connectie uitblijft. De cleane zang is bovendien soms op het valse af. Al met al een optreden van wisselende kwaliteit.
Na het geweldige optreden van gisteren is de keuze snel gemaakt om op tijd richting Next Stage te gaan voor het tweede optreden van Acid Mothers Temple. Het optreden van vandaag staat in het teken van huidig materiaal, maar met een discografie van meer dan tweehonderd(!) releases maakt het eigenlijk niets uit wat de band kiest om te spelen. Uiteindelijk is er één constante: dat elk optreden uitmondt in een enorme, luidruchtige, uitgesponnen jamsessie waarin alle muzikanten volledig losgaan. En ook vanavond weet de band de zaal in hogere sferen te krijgen. Het optreden is net zo fantastisch als dat van gisteren. Gewapend met een zeer luid geluid vuurt Higashi Hirosh wederom allerhande intrigerende geluidseffecten op ons af, terwijl zangeres Cotton Casino zich al springend probeert staande te houden in het muzikale geweld (waar ze zelf overigens ook met haar keyboard aan bijdraagt). De energie spat van het podium en het optreden culmineert in één groot psychedelisch walhalla. Acid Mothers Temple is wederom fantastisch.
Het is een kwestie van doorlopen op weg naar de Koepelhal om nog een groot stuk mee te pikken van het Belgische Slow Crush, dat twee optredens geeft tijdens dit festival. Vanavond wordt het debuutalbum Aurora (2018) integraal gespeeld. Hoewel de groep The Terminal niet helemaal gevuld krijgt, klinkt de nevelige shoegaze met flink wat gitaarruis bijzonder lekker. Het dromerige stemgeluid van bassiste en vocaliste Isa Holliday past heel goed bij de muziek en zorgt voor een aanstekelijke lichtheid onder de deken van ruizige riffs. Ze komt in eerste instantie niet echt goed boven de instrumenten uit, maar gelukkig wordt de sound wel wat bijgetrokken. De band toont zich sympathiek en zeer dankbaar: zo geeft Holliday aan dat Slow Crush een van zijn eerste optredens ooit gaf op Roadburn 2017. Ondersteund met een fraaie video- en lichtshow laat Slow Crush het publiek wegdromen op mooie nummers die tegelijkertijd zwaar en licht zijn.
We blijven in beweging, want na Slow Crush toog ik weer terug naar 013 voor het tweede optreden van de Zweedse post-metallegendes Cult Of Luna. De groep rondom gitarist en brulboei Johannes Persson kent een lange geschiedenis met het festival. Niet alleen stond Cult Of Luna al drie keer eerder op de planken tijdens Roadburn (in 2008, 2013 en 2016 voor de boekhouders onder u), maar de band heeft ook enkele bijzondere samenwerkingen op zijn naam staan. De integrale vertolking van Mariner samen met Julie Christmas in 2018 staat nog in mijn geheugen gegrift, maar ook de bijzondere samenwerking met Perturbator onder de noemer Final Light (2022) verdient een eervolle vermelding. De grootste gemene deler van al die optredens is de constante excellentie, want Cult Of Luna zal je niet betrappen op een slecht optreden. Terwijl gisteren in het teken stond van een ‘old school set’ met nadruk op de eerste albums, staat vandaag in het teken van het nieuwere werk, dat mijns inziens geen moment onderdoet voor het oudere materiaal. Adel verplicht, realiseert het zestal zich, en dat wordt vanavond gelukkig ruimschoots geleverd. Het optreden is ronduit fenomenaal, niet in de minste plaats door de fantastische sound (kristalhelder en loodzwaar) en de sublieme lichtshow. De podiumaankleding – die is gebaseerd op de monolithische wolkenkrabbers van Vertikal – is eveneens indrukwekkend. De nadruk ligt dan ook op deze geweldige langspeler, waarvan onberispelijke uitvoeringen van The One, I: The Weapon, Disharmonia en In Awe Of voorbijkomen. De Main Stage is afgeladen vol en ik durf te wedden dat iedereen na dit optreden met een uitermate bevredigd gevoel wegloopt.
Het is een lange dag en het vooruitzicht om mijn vermoeide benen nogmaals naar de Koepelhal te slepen voor Lathe Of Heaven (met bovendien weinig kans op succes, aangezien de groep in de kleinste zaal - de Hall Of Fame – speelt) is niet erg aanlokkelijk. Ik blijf dan ook in 013 hangen om in Next Stage nog het optreden van Bound By Endogamy mee te pakken. En dat blijkt een goede keuze. Met slechts twee mensen op het podium (drummer Shlomo Balexert en zangeres Kleio Obergfell-Thomaïdes) weet deze groep het publiek nog een behoorlijke energieboost te geven met zijn even opmerkelijke als krachtige mengeling van rellerige punk, industrial en rave. Obergfell-Thomaïdes beschikt niet alleen over een indringend stemgeluid, maar stuitert en springt ook vol energie over het podium. Hoewel het niet echt muziek is om thuis nog eens in alle rust na te luisteren, vormt het optreden wel een uitermate prettige afsluiter van de dag.



