Nu 2025 definitief achter ons ligt, de oliebollen verteerd zijn, de vuurwerkresten weggeveegd worden en de kerstbomen opgeruimd zijn, is het de eerste maanden van 2026 nog één keer tijd om achterom te kijken naar het afgelopen muzikale jaar, voordat het vizier weer op de toekomst wordt gericht. Welke platen van vorig jaar zijn interessant genoeg om alsnog in de schijnwerpers te zetten? In deze terugblikkende reeks bespreek ik tien platen uit 2025 die zeker de moeite van het beluisteren waard zijn.
De achtste in deze serie die ik bespreek, is afkomstig van het Franse Aephanemer, een portemanteau van de Franse woorden éphémère" (‘vluchtig’) en "fanée" (‘verwelkt’). Hoewel de band nog niet heel bekend is, verschijnt het vierde album Utopie net als zijn voorganger bij het toch behoorlijk grote Napalm Records. En hoewel de samenstelling waaruit de bandnaam bestaat anders doet vermoeden, is Utopie zeker geen droefgeestig gebeuren. Wat dat betreft geeft de albumtitel een betere indicatie, want de combinatie van sprankelende, met orkestrale elementen gelardeerde melodieuze death metal en neoklassieke power metal blijkt bijzonder opbeurend.
Na het korte, filmische intro Échos D'Un Monde Perdu maakt Aephanemer met het geweldige Le Cimetière Marin direct duidelijk waar de band voor staat. Het nummer is werkelijk tot de nok gevuld met harmonieuze gitaarleads en orkestrale grandeur. Het resultaat is een blijmoedige notenbrij met een feilloos gevoel voor harmonie. Het hierop volgende La Règle Du Jeu begint iets verbetener door de blastbeatpassages en het afgeknepen gekrijs van frontvrouw Marion Bascoul. Tegelijkertijd waait er door de weldadige orkestraties (die op het conto komen van gitarist, bassist en componist Martin Hamiche) altijd een bepaald optimisme en elan door de muziek. Die dualiteit tussen donker en licht horen we het best in het zeer epische Chimère, dat vol krachtige screams en dreigende passages staat, maar waarin een frivole fluitpartij op de achtergrond het nummer toch een feeërieke ondertoon meegeeft.
Het heeft me enige tijd gekost om uit te vinden waarom ik dit album zo ontzettend prettig vind klinken. Maar met de realisering dat de stijl niet alleen bestaat uit ouderwetse, melodieuze death metal à la Children Of Bodom en Kalmah, maar met een even rijkelijke scheut neoklassieke powermetal van het oude Rhapsody (met name in het gitaarwerk en de orkestraties) heb ik mijn verklaring: deze combinatie raakt precies mijn ‘happy spot’, zullen we maar zeggen. Neem het onweerstaanbare, met epische grandeur doorspekte Contrepoint, waarvan de blije, frivole openingsriffs zo op een album als Symphony Of Enchanted Lands (1998) of Dawn Of Victory (2000) hadden kunnen staan.
Zelfs zonder zang is Utopie een ronduit meesterlijk werkstuk. Neem het ruim acht minuten durende, volledig instrumentale La Rivière Souterraine: wát een compositie; wát een souplesse en spelplezier! Als Frédéric Chopin metal zou hebben gemaakt, zou het hierbij in de buurt komen. Met het tweedelige titelnummer eindigt Aephanemer met een ambitieus slotstuk, dat ruim zeventien minuten duurt. Het eerste deel begint met een behoorlijk pompeus, orkestraal intro en ontwikkelt zich tot een vloeiende, zich voortdurend ontwikkelende compositie, die heel soepel loopt. Het tweeluik doet wat denken aan Wintersun tijdens zijn beste momenten.
Hoewel de muziek op Utopie weliswaar vol, druk en bombastisch is, behoudt de plaat door de uitstekende productie een bepaalde lichtheid die heel charmant is. Utopie is dan ook geen overvol album geworden. De combinatie van neoklassieke metal en melodieuze death metal is rijk en meeslepend, maar toch ook toegankelijk. Het hele album staat bovendien vol ronduit fantastisch, sprankelend gitaarwerk. Utopie is een lust voor het oor.
Tracklist:
1. Échos D'Un Monde Perdu
2. Le Cimetière Marin
3. La Règle Du Jeu
4. Par-Delà Le Mur Des Siècles
5. Chimère
6. Contrepoint
7. La Rivière Souterraine
8. Utopie (Partie I)
9. Utopie (Partie II)





