Nu 2025 definitief achter ons ligt, de oliebollen verteerd zijn, de vuurwerkresten weggeveegd worden en de kerstbomen opgeruimd zijn, is het de eerste maanden van 2026 nog één keer tijd om achterom te kijken naar het afgelopen muzikale jaar, voordat het vizier weer op de toekomst wordt gericht. Welke platen van vorig jaar zijn interessant genoeg om alsnog in de schijnwerpers te zetten? In deze terugblikkende reeks bespreek ik tien platen uit 2025 die zeker de moeite van het beluisteren waard zijn.
De zesde in deze serie die ik bespreek, vertoont veel parallellen met het eerste album uit deze reeks (World Maker van Psychonaut). Pothamus komt immers eveneens uit België, heeft ook onderdak gevonden bij Pelagic Records en bevindt zich voor een deel in hetzelfde stilistische vaarwater. En – het allerbelangrijkst – beide groepen bestaan uit uitstekende muzikanten, die in staat zijn om met hun muziek ver boven de middenmoot uit te stijgen. Het in februari verschenen album Abur is in ieder geval zeker geen alledaags werkstuk. De ‘ritualistische sludge’, zoals de heren het zelf noemen, is bijzonder sfeervol en hypnotiserend.
In tegenstelling tot veel andere albums binnen dit genre zijn de belangrijkste rollen niet weggelegd voor de gitaar en zang, maar voor de drums en – in mindere mate – de basgitaar. Of het nu tijdens de mantra-achtige, ingetogen passages is of tijdens de stuwende marsritmes als de band een tandje bijschakelt: het tribale drumwerk van Mattias Van Hulle vormt het kloppende hart van vrijwel ieder nummer op Abur. En op het moment dat Michael Lombarts op zijn basgitaar begint te ronken, resoneren de loodzware klanken tot diep in het lichaam.
Pothamus neemt ruim de tijd om zijn composities te ontvouwen. Zo begint Zhikarta zeer rustig met aanzwellende ambient, heel geleidelijk uitbouwend richting een stuwend en primordiaal ritme, waarbij de ronkende basgitaar en tribale drumritmes de muziek laten klinken als de soundtrack voor een oeroude krijger die zich mentaal voorbereid op de oorlog. In het fantastische Ravus blijkt het onmogelijk om níet meegezogen te worden in de hypnotiserende, meditatieve en tegelijkertijd dreigende sfeer die ontstaat door de combinatie van stuwende drums en afwisseling tussen cleane zang en oorlogszuchtig gekrijs.
Een belangrijk onderdeel van de hypnotiserende sound is de surpeti, een instrument dat oorspronkelijk in India wordt gebruikt voor het zingen van mantra’s. In het korte, maar zeer rijke, drone-achtige pareltje De-varium horen we wat dit instrument kan toevoegen, zeker in combinatie met de plechtige cleane zang. Dit nummer had wat mij betreft nog een hele tijd mogen doorgaan! Ook in Ykavus krijgt de surpeti een hoofdrol. Door de zachtmoedige, cleane zang herinnert dit nummer aan het ingetogen werk van Amenra, met als enige minpunt dat een volledige uitbarsting uitblijft.
Als er één nummer is dat duidelijk maakt waar Pothamus voor staat, is het wel het titelnummer, dat met een lengte van een kwartier een derde van het album in beslag neemt. Toch werkt die omvangrijke speelduur juist goed: de muziek komt er het best door tot zijn recht. De prachtige opbouw draagt er ook aan bij, want in het laatste deel van het nummer wordt de sound steeds massiever, waardoor je als luisteraar ook echt ondergedompeld raakt in het totaalpakket.
Abur is geen album dat zich oppervlakkig laat beluisteren. Dat komt niet omdat de plaat technisch complex is of omdat de composities zo gelaagd of innovatief zijn. Het is vooral omdat Abur zijn charme voor een zeer groot deel ontleent aan de ritualistische sfeer die de mannen weten neer te zetten. Dat vergt een bepaalde ontvankelijkheid van de luisteraar. Wie zich ervoor open stelt, vindt met Abur de soundtrack voor een inwendige film over rituelen van oude stammen, uitgevoerd rondom de koortsachtige gloed van een laaiend kampvuur in een donker kleurende hemel.
Tracklist:
1. Zhikarta
2. Ravus
3. De-varium
4. Savartuum Avur
5. Ykavus
6. Abur




