Metalfan.nl - Metal nieuws, reviews, interviews en meer...

29-10-2020

Interview: Numenorean
Met Byron Lemley en Roger LeBlanc
Door Sam
Geplaatst in januari 2020

Het Canadese postblackmetalgezelschap Numenorean heeft afgelopen jaar met Adore een klapper van een plaat uitgebracht. Het emotioneel intense en muzikaal sterke album heeft duidelijk gemaakt dat dit een band is om in de gaten te houden. Dit leidde tot de eerste tour in Europa, wat tevens de eerste headlinetour van de band was. Voorafgaand aan het optreden in Terneuzen sprak ik met de praatgrage gitaristen Byron Lemley en Roger LeBlanc over het album, het schrijfproces, openheid en nog veel meer.

Numenorean

Hoe gaat het met jullie?

Byron: We zijn vooral erg moe. Er wordt veel gesnurkt in de bus. Dat kan vervelend zijn, maar als we allemaal tegelijk snurken, valt het wel mee.

Roger: Dan kun je doen alsof je naar de oceaan luistert.

Jullie zijn dan ook al meer dan twee weken aan het touren.

Byron: Zestien dagen ja.

Hoe is dat?

Byron: Gaaf. Er wordt erg goed gereageerd. Het is onze eerste tour die we headlinen en het is de eerste keer dat we in Europa zijn. We wisten niet wat we moesten verwachten, maar voor ons gevoel komt dit soort muziek beter over op het Europese publiek dan in Canada en de Verenigde Staten.

Roger: Het grootste verschil tussen het publiek hier en thuis (Canada – red.) is dat het publiek hier waardeert wat je het geeft, terwijl mensen in Noord-Amerika wat van je verwachten, als dat logisch klinkt. Een beetje een ‘wat-ga-jij-me-geven’-instelling. Terwijl het in Europa erop lijkt alsof mensen niet kunnen wachten om te zien en horen wat je ze gaat geven. Dat is het grote verschil.

Jullie headlinen deze tour natuurlijk. Daar zou het ook aan kunnen liggen.

Roger: Ja, dat is zeker waar. De mensen willen er echt zijn om je te zien en te steunen. Er zijn ook maar een paar plekken geweest waar de sfeer een beetje vreemd was, zoals ergens in Frankrijk. Maar het merendeel is erg ontvankelijk. We hebben Duitsland gezien, wat erg leuk was. En hier in Nederland was de show van gisteren (in Patronaat, Haarlem – red.) geweldig.

Byron: Ja, net als in Denemarken. Dan is er de juiste hoeveelheid mensen en is er een erg goede sfeer.

Soms klikt het ook gewoon tussen de mensen in het publiek onderling.

Roger: Ja precies. Het is een beetje geven en nemen. Als je speelt, merk je dat. Als je halverwege de set je energie verliest en het publiek geeft je dit, dan kun jij dit weer teruggeven aan de fans. Dat maakt het zo mooi. Maar als het publiek niet ontvankelijk is en daar staat met de foute instelling, dan kan je daar niks aan veranderen.

Laten we teruggaan naar het begin van de band. Jij en Brandon (zanger - red.) startten de band in 2011 als een studioproject.

Byron: Ja, het begon inderdaad als studioproject. In Canada zijn er niet veel bands die dit soort muziek maken. Ik begon en haalde meteen mijn broer (Brandon -red.) erbij. Niemand wilde bij de band komen. Maar nadat we de demo hadden uitgebracht, snapten meer mensen wat we wilden doen en dat het een nieuwere stijl was. Toen konden we wat meer mensen rekruteren en zo vonden we Roger. Daarna verliep alles wat vlotter, maar het was zeker lastig om dit aan de gang te krijgen en te kunnen uiten wat we wilden doen zonder dat er echt hele nummers klaar waren. Maar het is gelukt en we hebben nu zelfs een tiende lid, haha.

Er is dus niet echt een postblackmetal- of alternatieve blackmetalscene in Canada?

Byron: Nee, niet echt. Er zijn wel bands geweest maar die deden nooit echt veel. Maar misschien is dat omdat ze er in Canada gewoon niet zo veel om geven. In de Verenigde Staten gebeurt dat wel meer. Als je me vraagt naar een postblackmetalband in Canada kan ik er geen verzinnen.

Dus jullie zijn pioniers.

Byron: In Canada misschien.

Roger: Je hebt wel de ruigere blackmetalbands in Canada, zoals Forteresse, Revenge. Maar experimentele niet echt. Het lijkt wel alsof muzikanten daar bang voor zijn.

Byron: Dat je te veel melodie hebt, haha.

Roger: Maar het is vreemd. Het lijkt wel alsof we vijf jaar achterlopen. Iets is ergens anders groot en wanneer dat is weggeëbd, dan komt het naar Calgary.

Byron: Als je kijkt naar de statistieken, waar we het meest verkopen, dan is dat vooral Europa. Mijn opa komt uit Duitsland, dus ik ben deels Europees, misschien ligt het daar wel aan.

Roger: Thuis heb je wel de Cascadian metalscene, wat erop lijkt.

Byron: Ja, het is erg anders over de grens.

Toen jullie de band startten, bedachten jullie toen ook meteen de naam? Het zal vast wel uit Lord Of The Rings komen.

Byron: Klopt, Aragorn was de laatste Numenoreaan. Ik ben fan van Lord Of The Rings en Tolkien. Maar ik was vooral al zo lang bezig een bandnaam te verzinnen. Zeker een bandnaam van maar één woord verzinnen is erg moeilijk. Maar ik had op een gegeven moment een baantje als beveiliger.

Roger: Oh haha, dit is echt een leuk verhaal.

Byron: Dit is ook de eerste keer dat dit publiekelijk wordt verteld in Europa, bedenk ik me nu. Het was vier uur ’s morgens en er was één licht aan in een gebouw dat ik moest bewaken. Ik wist niet waar die kamer was, maar ik moest het licht uitdoen. Dat was gewoon onderdeel van mijn baan. Dus ik loop naar binnen met mijn partner. We moesten lang zoeken naar de juiste deur, maar toen vonden we er één waar licht onderuit kwam. Toen nog lang zoeken naar de sleutel, maar daarna konden we naar binnen. Het was een soort lunchkamer en er scheen één lamp op tafel. Daar lag een soort encyclopedie van Lord Of The Rings op. Ik bladerde er een beetje doorheen en toen zag ik die naam. Ik dacht meteen: dat is het, met die twee n’en aan het begin en het einde. Het is een erg mooi woord, lekker symmetrisch. Ik ging een beetje onderzoeken wat het woord betekende en kwam erachter dat Aragorn dus de laatste Numenoreaan is. In het begin hadden we het gevoel dat we de band dan een beetje de kant van Lord Of The Rings op moesten duwen. Maar bands als Amon Amarth en Gorgoroth doen dat ook niet. En ik houd nog steeds van de naam, ook al spreken mensen deze verkeerd uit.

Ja, gebeurt dat zo veel?

Roger: Numereion, Numerian.

Jullie hebben een crowdfundingcampagne gestart voor Adore. Hoe was dat? Zouden jullie het opnieuw doen, indien nodig?

Roger: Numenorean - Adore Het ging wel goed. We hebben gekregen wat we nodig hadden. Maar het was wel overweldigend. We stonden er niet bij stil hoeveel werk het zou kosten om het product, als we dat eenmaal hadden, te versturen. We hadden op dat moment geen distributie of de middelen daarvoor, dus we moesten het allemaal met de hand doen. Het duurde dus even voordat we alle producten konden verschepen, wat niet eerlijk was naar de mensen die hadden betaald, ook al deden we alles wat in onze macht lag. Puur alleen hierom zou ik het niet opnieuw doen.

Byron: Aan de andere kant was de respons geweldig. We hadden studiotijd geboekt en dat kostte zoveel geld. Op een gegeven moment vertrokken we bij de studio. We hadden de Indiegogo-campagne (crowdfundingwebsite – red.) nog niet live en de studio nog niks gegeven voor het opnemen. We zetten de Indiegogo-campagne aan en reden weg. We hadden elkaar beloofd om een paar uur niet te kijken, zodat je niet steeds zit te kijken of er geld binnenkomt. En na vier of vijf uur keken we.

Roger: We hadden een weddenschap. Iedereen moest zeggen hoeveel ze dachten dat er tot nu toe binnen was gekomen. En iedereen dacht iets van zestig of honderd dollar.

Byron: Maar na de eerste paar uur hadden we al duizend dollar binnen. We hadden om vijfduizend gevraagd. Aan het einde van de week zaten we rond de zevenduizend. We hadden dus 120% van ons doel bereikt. We hebben het nog iets langer laten lopen en hebben uiteindelijk achtduizend opgehaald. Daarmee hebben we het hele album gefinanceerd, dus al het geld is wel goed besteed. Het idee dat mensen ons hun geld wilden geven, hoor je ook terug op het album. Er zit zoveel liefde in van en voor de mensen die in ons geloven. Dat is groter dan wat wij zijn. Het was echt een keerpunt.

Roger: Het is ook erg motiverend.

Dus dit was op het moment dat jullie al de nummers voor het album klaar hadden en jullie gingen opnemen?

Byron: Voor het merendeel. Maar er waren nog steeds veel concepten en ideeën die we nog niet helemaal hadden uitgewerkt. We hadden het skelet van wat we wilden doen, maar wilden de atmosfeer en de omgeving ons laten beïnvloeden. We wilden niet aankomen met iets dat we een jaar geleden al geschreven hadden. Iets wat we niet meer voelden als we bij de studio aankwamen. We hadden vertrouwen in onszelf en in de ideeën die al op papier stonden. We wilden niet aankomen met een volledig geschreven album, want je staat niet meer op dezelfde manier in het leven als een jaar geleden. Muziek is, voor ons in ieder geval, een verklaring van hoe je op dat moment in het leven staat. We spelen bijvoorbeeld geen nummers van de demo meer, want dat was de demotijd.

Roger: Het is een heel krachtig moment. Dat was ook het grootste verschil tussen Home en Adore. Ik vind Home nog steeds een goed album, maar het was voor ons niet echt diepgeworteld. Maar Adore is geschreven op dat moment, en ik denk dat het een perfecte tijdcapsule is van dat moment, van waar we waren in ons leven. Er is een veel diepere emotionele connectie tussen ons en de muziek en ik denk dat je dat wel hoort.

Voelen jullie je nog steeds alsof je in dat moment van je leven zit? Het album is natuurlijk niet heel lang geleden uitgekomen, maar er is voor jullie wel veel gebeurd.

Roger: Voor mij niet.

Byron: Op sommige punten voor mij niet, maar op andere punten ook weer wel. Ik voel sommige stukken van de muziek, en zeker de teksten, nog wel. Het is in zeker opzicht profetisch. Je kunt een deel van je toekomst, zoals je ondergang, zien door te kijken naar sommige dingen die in je leven zijn gebeurd. Je kan terugkijken op sommige passages alsof je tegen je toekomstige zelf spreekt. Dat is waarom ik nog steeds een beetje op dat punt in mijn leven zit. Sommige nummers gaan bijvoorbeeld over alcoholisme en Roger is nuchter na het album.

Oh wow, goed van je.

Roger: Dank je.

Byron: Maar ik drink nog steeds, dus daarom voel ik me nog steeds verbonden met deze teksten en onderwerpen. Omdat ik dit nog steeds doe en moet verwerken. Maar voor Roger was het meer verwerking en alles op tafel gooien. En hij heeft het op de tafel gelaten. We kwamen in een toestand dat we gewoon opschreven wat we voelden en niet dachten wat anderen daarvan zouden vinden. Dit is voor ons echt. Het is voor sommigen therapie en heeft sommigen van ons echt geholpen om bepaalde problemen te kunnen verwerken.

Het is dus best catharsisch, omdat de teksten zo persoonlijk zijn?

Roger: Ja, heel erg.

Hadden jullie door dat het album bij zo’n relatief groot publiek zou belanden? Ik kan me voorstellen dat veel mensen niet willen dat zoveel mensen kennis nemen van hun persoonlijke problemen.

Roger: Voor mij was het trots, over wat ik had geschreven. Ik heb het gevoel dat dit iets is waar men meer over zou moeten praten, vooral in de muziekwereld. Het is bijna een feit, als je in een band speelt, je alcohol drinkt en drugs gebruikt. Er is bijna niemand die zegt dat het oké is dat je aangeeft dat je een probleem hebt. Dat je met deze demonen vecht. Dat het oké is om creatief te zijn, maar niet onder invloed. Dat was mijn grootste angst toen ik nuchter werd: of ik nog steeds in staat was om muziek te schrijven en al deze dingen te doen. Maar ik denk dat je als artiest de verantwoordelijkheid hebt, zeker als je in staat bent mensen te bereiken, om mensen te helpen. Je hebt de verantwoordelijkheid om te zeggen: “Dit is waar ik doorheen ben gegaan en jij, aan de andere kant, kan dat ook.” Ik was er dus niet bang voor dat veel mensen het zouden zien. Tenminste niet voor de mensen die ik niet kende. Maar de mensen die mij wel kenden, maar niet wisten dat ik een probleem had, dat deel maakte me wel bang. Maar het is uiteindelijk goed ontvangen en ik heb er geen spijt van.

Byron: Het duurde even om op het punt te komen dat je echt persoonlijke dingen kan schrijven, dat je al je muren laat vallen. Dus we proberen echt als een team te schrijven. We kijken naar wat we op dit moment voelen en dat schrijven we op. Laten we er niet meer om geven dat we kwetsbaar zijn. We dachten op het moment dat het niet goed zou zijn voor ons, maar uiteindelijk hebben zoveel meer mensen ons ontdekt. Ook mensen die niet per se van deze stijl muziek houden, maar zich wel kunnen vinden in de teksten, of in ieder geval de onderwerpen. Juist omdat wij zo eerlijk zijn geweest. We hebben het echt geschreven zonder eigen barrières. We keken niet naar wat we op Home hadden gedaan, maar schreven wat we ook maar voelden of meemaakten op dat moment. Voor mij is dit album dus ook vele malen beter dan Home. Maar veel mensen kopen juist Home op deze tour, dus ik weet het ook niet meer.

Waarschijnlijk hebben de meeste mensen Adore al.

Byron: Dat zou goed kunnen. Adore was op de tweede dag al uitverkocht.

Roger: Dit is de tweede druk. Die is net binnen.

Je zei dat jullie de teksten als groep schreven. Hebben jullie het hele album zo geschreven of hebben jullie bepaalde dingen wel echt zelf gedaan, bijvoorbeeld over je alcoholisme.

Roger: Coma bijvoorbeeld, die hebben we samen geschreven. Alone was een nummer dat ik eigenlijk op het moment zelf heb geschreven, Stay is van Byron. De andere, langere nummers waren een mengelmoes van mezelf, Byron en Brandon. Vooral Adore is daar een goed voorbeeld van. We hebben geprobeerd al onze ervaringen, die op een manier zijn verbonden, bij elkaar te voegen terwijl de muziek wel coherent bleef. Het moest de focus niet verliezen. We hebben zoveel teksten vergeleken en we zaten ook met onze producent Josh (Schroeder – red.) te kijken wat wel en niet werkte. Dit waren soms ook teksten uit onze dagboeken die we samenvoegden.

Byron: We wisten wanneer iets logisch zou klinken. Het hielp erg dat iedereen open kon zijn zonder beoordeeld te worden. Zo kwam er een soort warmte van iedereen die bijeenkwam in hetzelfde idee en dezelfde gedachte.

In Adore zitten ook een soort tegenstrijdige berichten. Bijvoorbeeld het verschil tussen de brug en het einde, van heel positief naar negatief. Komt dat ook omdat jullie het samen hebben geschreven.

Byron: Ja. We zijn begonnen met het refrein, "I feel low again, I feel whole again"’. Dat kan gaan over iedereen in wat voor situatie dan ook. Maar voor mij gaat het over alcoholisme. Ik heb nu een biertje en voel me goed, maar morgen voel ik me weer kut. Het is alsof de duivel en de engel binnenin je strijden. Iedereen voelt dat, het maakt niet uit waarover. Zo is het leven. We hebben dit album Adore genoemd, omdat we willen houden van het leven en de dingen erin. Home ging juist meer over verlies en dat aspect van depressie, met een klein beetje hoop. Nu wilden we vanaf het begin af aan al laten zien dat er meer hoop is. het album gaat meer over de vraag "waarom leven we". Waarom zijn we hier, waarom doen we dit, waarom zijn we in Europa? Omdat het iets is waar we van houden. Het hele album is een soort reis. Het gaat continu van "whole" naar "low". Het laat je een heel scala aan emoties voelen, maar behoudt hetzelfde gedachtegoed. Dat is wat we wilden bereiken. We hadden het album een jaar voordat het uitkwam en hebben er dagelijks naar geluisterd.

Roger: Als je het live speelt, ga je ook elke keer weer door al die emoties heen. Je gaat terug naar dat moment in je leven. Het kan ontmoedigend zijn om dat telkens weer te doen.

Er staan veel rustigere nummers op het album, zoals Stay en Alone. Is dat voor jullie een ander schrijfproces dan de hardere nummers?

Byron: Bij het schrijven van een nummer zijn er zoveel verschillende kanten die je op kan gaan. Voor elk nummer is er een reden dat het daar is. Je kunt niet van een nummer met allemaal blastbeats en een muur van geluid naar een nummer gaan dat precies hetzelfde doet. We hebben extreem ons best gedaan om dit album vloeiend te laten klinken. Niet dat het uitmaakt. Mensen luisteren toch alleen maar naar nummers afzonderlijk en niet meer naar hele albums. Het is bijna een verloren kunstvorm. Maar veel bands, zeker in metal, maken nog wel echt albums en dat is iets wat wij waarschijnlijk ook altijd zullen blijven doen. Hoewel de nummers op zichzelf kunnen staan, biedt het hele album een ervaring. Als we schrijven, willen we de emotie op zoveel verschillende manieren kunnen overbrengen. Daarom hebben we die rustigere nummers. Coma zou bijvoorbeeld niet uit het niks over kunnen gaan in Adore. Daar moet wat tussen.

Roger: Dit hele album is eigenlijk alsof je uit het as herrijst. Coma gaat over zelfvernietiging en in Alone erna ben je dus alleen. Adore gaat juist over uit deze plek ontsnappen, herrijzen en opnieuw het licht vinden. Dat is mooi.

Byron: Aan het einde voel je je beter over jezelf. Of dat is tenminste de bedoeling. Of je dat ook echt doet, is niet meer mijn probleem, haha.

Op het album worden verschillende aspecten van depressie behandeld. Daarom zullen verschillende nummers meer resoneren met verschillende mensen. Hebben jullie dat ook? Zijn er nummers die, hoewel je ze samen hebt geschreven, een stuk persoonlijker aanvoelen?

Roger: Oei, dat is een lastige. Ik denk Horizon, puur omdat het een perfect voorbeeld is van de invloeden en manier van muziek schrijven van Byron en mezelf. Ik ben geen enorme metalfan, maar Byron wel. In dit nummer kun je de samenkomst van die verschillende invloeden goed horen en dat hebben we goed laten werken. Daarom denk ik dat dit het nummer is waar ik het trotst op ben.

Byron: Geen van de nummers voelen echt individueel aan. Sommige passages in Home zijn bijvoorbeeld geschreven door Roger, maar door mij ingespeeld op het album. Dat is dus mijn nummer, maar evenveel dat van hem. In sommige bands, zeker als ze groter worden, kan ego een probleem worden. Vanaf het begin hebben we afgesproken dat dit bij ons geen probleem zal zijn. Je bent onderdeel van de band. Het maakt niet uit wie wat heeft geschreven. Ik denk dat we juist door deze instelling alles goed kunnen laten samenkomen. We werken hard zonder te denken dat we hier verdienen te zijn. Bij liveshows werkt het ook zo. Er zijn drie gitaristen en soms zijn er zalen met een grote pilaar voor het podium. Dan is er altijd wel iemand die zich opoffert en achter de pilaar speelt. Het is natuurlijk wel lastig om je ego onder controle te houden, zeker wanneer mensen je vertellen hoeveel ze van de muziek houden. Maar op het moment dat we ons ego een grotere rol laten spelen, denk ik dat onze muziek enkel slechter wordt.

Jullie hebben, zoals je zei, nu drie gitaristen. Waarom hebben jullie de derde gitarist (Evan Paulson - red.) aangenomen en gaat hij ook meespelen op het volgende studio-album?

Byron: We hebben veel verschillende melodieën ingespeeld op het album en moeten dus wel een extra gitarist meenemen.

Roger: Anders kunnen we de muziek geen eer aandoen.

Byron: We kunnen op geen enkele manier dit album opvoeren zoals het zou moeten klinken met maar twee gitaristen. Het gaat ook weer om de liefde die de mensen aan ons geven en die wij terug kunnen geven. En wij zouden het verschrikkelijk vinden als we de mensen niet kunnen geven waar ze voor komen. Ook al kost het erg veel geld.

Dure man dus?

Roger: Ja het is gewoon de extra kosten voor vliegtickets en voedsel enzo.

Byron: Meer alcohol, haha.

Roger: Maar om terug te komen op de vraag of Evan in de toekomst meespeelt: dat weet ik nog niet. De kern zal altijd bestaan uit Byron, mezelf en Brandon, zeker voor het schrijven. Anderen kunnen wel dingen inbrengen, maar wij zullen altijd wel de kern zijn. We blijven natuurlijk openstaan voor ideeën, maar dit gaat meer over de directie, de overkoepelende visie.

Byron: Het zou gek zijn zonder één van ons.

Evan is er nu dus vooral voor de live-ervaring. Zijn er nog meer dingen die jullie doen om de intensiteit van het album live neer te kunnen zetten?

Roger: Wie bepaalde stukken het beste kan spelen en persoonlijk kan laten voelen, speelt dat stuk. Ik speel stukken die ik op het album niet heb ingespeeld, net als Byron. Het gaat ook om timing en om pedaalwisselingen. Soms is het gewoon wie het snelst bij de pedalen kan komen.

Byron: Ja ik geef graag de moeilijke stukken, waarbij ik veel met pedalen moet werken, aan anderen, haha.

Numenorean

Adore is erg goed ontvangen, maar toch stopten Alex (Kot, bassist – red.) en David (Horrocks, drummer – red.) met de band. Hoezo hebben ze dat gedaan?

Byron: David en Alex zijn niet op hetzelfde moment gestopt. Ze wilden andere dingen doen in het leven. We waren na dit album zo trots op het album en dat waren zij ook. Maar ze hadden ook door wat de kern van de band wilde doen en dat hun levens daar nooit echt goed in zouden passen. We houden van ze en hebben extreem veel respect voor ze. Ze hebben veel bijgedragen aan de band. Maar vanaf het begin hebben we ook aangegeven dat als ze zich hier ooit niet meer thuis voelen of andere dingen in het leven willen doen, dat ze dat vooral aan moeten geven. En wij waren ook open over wat wij wilden doen, namelijk gaan touren en deze muziek voor mensen spelen. De twee nieuwe leden zijn heel fijn, maar het is wel kut dat Alex en David weg zijn.

Dus de nieuwe mensen (Tomas Ingham, bassist en Jordan Daikur, drummer – red.) vullen deze leegte wel op? Of is het nog te vroeg er wat van te zeggen?

Roger: Ik denk van wel ja.

Byron: Ja, het gaat goed. Brandon, Roger en ik wonen in dezelfde stad, maar de rest woont ergens anders. Dus we weten nog niet hoe dat zal gaan met schrijven. Maar tot nu toe gaat het erg goed.

Mr. Broody Brood is een sideproject van je, als ik het goed heb.

Roger: Klopt, dat ben ik.

Het is erg andere muziek. Komt de inspiratie daarvoor ook uit andere plekken dan voor Numenorean?

Roger: Het komt wel uit dezelfde bron. De tape (Long Days Journey Into Night - red.) is het eerste wat ik schreef toen ik nuchter werd. Dit was direct na Adore, dus ik zat nog steeds in die mindset. Maar ik kon hier wel meer mijn stijl muziek maken en hoefde me geen zorgen te maken dat anderen het beïnvloedden. Maar toch heb ik veel eerst doorgestuurd naar Byron en gevraagd wat ik eraan zou kunnen veranderen om het te verbeteren. Vooral omdat ik hem zoveel respecteer als muzikant en individu.

Byron: Dank je.

Roger: Haha, de rekening komt nog. Ik wil gewoon altijd, en waarschijnlijk voelt Byron zich ook zo, schrijven vanuit het hart. Ik wil nooit iets schrijven wat gewoon goed klinkt. Ik moet het ook voelen.

Byron: Ik denk dat onze relatie daarom zo goed werkt, omdat we zo eerlijk zijn. We zullen nooit zomaar zeggen dat iets gewoon goed klinkt. Omdat we zo eerlijk zijn, kan hij de muziek van Mr. Broody Brood opnemen. Dit is iets wat ik misschien niet meteen snap. Als hij daarmee bij Numenorean aan zou komen, zou ik hem zeggen dat hij op moet rotten. Het is een erg symbiotische relatie, waardoor we allemaal verder kunnen groeien. Ik houd nu van Mr. Broody Brood, maar snapte het in het begin echt niet.

Denken jullie al na over jullie volgende album? Jullie willen muziek maken vanuit het hart, maar jullie hebben ook getekend bij Season Of Mist, dat een relatief groot label is. Legt dat geen druk op jullie?

Byron: Er komen langzaam wat ideeën samen. Er gebeurt zoveel in ons leven. Nu focussen we ons vooral op dit album. We weten wanneer iets goed is. We gaan dat niet forceren. Dat hebben we weleens geprobeerd. Die bestanden staan op onze Dropbox, maar daar word je niet gelukkig van. We voelen meteen aan wanneer de muziek niet uit het hart komt. Ook al is er druk vanuit het label, het moet 100% vanuit ons komen. Anders wil ik het niet uitbrengen. Misschien verliezen we dan wel veel geld, maar dit is denk ik wel de beste manier.

Roger: Maar Season Of Mist is erg fijn. De medewerkers van het label hebben ons altijd gesteund. Ook met de albumcover van het eerste album (die was controversieel omdat er een dood kind op staat – red.). Ze stonden helemaal aan onze kant en snapten onze visie. We hebben ze gisteravond ook ontmoet. Ze komen erg familiair over. We zijn daar geen nummer, wat voor ons erg belangrijk is. Ze gaven ons ook tips. Over wat we moeten doen om het volgende stadium in onze carrière te bereiken. Ik voel totaal geen druk van hen.

Byron: Het scheelt dat het nog steeds een onafhankelijk label is. De mensen daar respecteren wat wij willen doen en zetten de artiest op de eerste plaats.

Roger: Ja ik denk dat de bands die bij het label getekend hebben, om die reden daar zitten en blijven. Er zitten daar bands die vast meer kunnen verdienen, maar ze willen daar blijven vanwege de artistieke integriteit.

De laatste vraag is een kleintje. Het album eindigt met een nummer genaamd Ddhs. Ik heb overal naar de betekenis gezocht, maar kon deze niet vinden. Wat betekent het?

Roger: Hahahahaha, ja het heeft wel een betekenis. Maar die houden we geheim.

Byron: Misschien dat we het later een keer vertellen.

Roger: Het is wel een erg luchtig verhaal. Het is wel grappig, want waarschijnlijk proberen mensen het te ontcijferen en denken ze aan iets als ‘death, despair, hanging’. Maar het is een grap tussen ons van tijdens het opnemen.

Byron: We hadden nog geen einde voor het album en dachten dat we daar wel op zouden komen als het zover was. Dit is trouwens niet het verhaal, sorry daarvoor. We hadden nog een dag voordat we klaar moesten zijn en ik ging even een sigaret roken. Ik voelde me erg nostalgisch en verdrietig dat het bijna klaar was. De melodieën kwamen in me op terwijl ik aan het roken was en vijf minuten later had ik het hele nummer. Binnen een uur was het toen opgenomen. De afkorting komt van een erg dom verhaal en voor ons was dat de perfecte afsluiter.

[ Terug naar de Interviews ]