Nu 2025 definitief achter ons ligt, de oliebollen verteerd zijn, de vuurwerkresten weggeveegd worden en de kerstbomen opgeruimd zijn, is het de eerste maanden van 2026 nog één keer tijd om achterom te kijken naar het afgelopen muzikale jaar, voordat het vizier weer op de toekomst wordt gericht. Welke platen van vorig jaar zijn interessant genoeg om alsnog in de schijnwerpers te zetten? In deze terugblikkende reeks bespreek ik tien platen uit 2025 die zeker de moeite van het beluisteren waard zijn.
Onze zuiderburen zijn uitstekend vertegenwoordigd in deze lijst, want de negende uit de reeks is – net als Psychonaut, Wolvennest en Pothamus – afkomstig uit België. Het zegt veel over de bloeiende, creatieve scene in die contreien. Het uit Leuven afkomstige Slow Crush begint zichzelf inmiddels ook nadrukkelijk op de radar te zetten. Het aan het eind van de zomer verschenen, derde album Thirst oogst behoorlijk wat lof. De plaat maakt zodanig indruk dat Slow Crush komend jaar liefst twee optredens mag geven op het vermaarde Roadburn-festival, waaronder een integrale vertolking van deze nieuweling.
Wat kan de luisteraar verwachten? Naar eigen zeggen maakt dit gezelschap “grungy shoegaze-soaked noisepop”. Die beschrijving dekt de lading eigenlijk uitstekend. Nevelig als een dikke New England IPA speelt Slow Crush een aangenaam spel van contrasten in de vorm van het dromerige, zoetgevooisde stemgeluid van zangeres/bassiste Isa Holliday (dat af en toe wel wat weg heeft van Serena Cherry van Svalbard) en de luidruchtig ronkende gitaar- en baspartijen. Het blijkt het ideale recept om bij weg te zweven, zoals tijdens het titelnummer en Haven, waarin de al snel in aangenaam schemergebied verkerende luisteraar kundig wordt begeleid door de soepele riffs van het gitaristenduo Jelle Ronsmans en Nic Placklé.
Door die prettige schemersfeer doet de muziek wel wat denken aan het uit Londen afkomstige Zetra, dat net zo’n fijne, ruizige wolk aan etherische klanken weet te creëren. En uiteraard is de band ook schatplichtig aan klassieke namen als My Bloody Valentine en Deftones. De tien nummers op Thirst bevatten ondanks die weldadige totaalsound nog verrassend veel diversiteit. Zo onderscheidt Covet zich door zijn post-punk-achtige vibe en een naar meer smakende saxofoonbijdrage. Ook Cherry blijkt behoorlijk stevig, met name door de prominente rol die is weggelegd voor het bevlogen drumwerk van Frederik Meeuwis. De band schakelt echter ook steeds terug naar dromerigere oorden, waarbij de luisteraar kan wegzweven op een bed van ruizige riffs en zalvende zanglijnen. Op andere momenten, zoals in Hollow en in het zeer minimalistische O´gilt, is de muziek juist heel mijmerend en bijna meditatief.
Met een speelduur van iets meer dan veertig minuten is deze fijne roes wel wat snel uitgewerkt. Ik ben dan ook benieuwd wat er zou gebeuren als Slow Crush nog wat meer de tijd neemt om zijn composities te ontvouwen en ervoor durft te kiezen om te vertragen en meer lagen in te bouwen. Ik vermoed dat de sterkste kanten van deze band dan nog beter uit de verf komen. Maar ook in relatief toegankelijke en korte nummers weet Slow Crush aangenaam te verrassen. Ik ben dan ook heel benieuwd hoe deze nummers voor een groot publiek tot hun recht gaan komen in Tilburg komende april.
Tracklist:
1. Thirst
2. Covet
3. Cherry
4. Leap
5. Hollow
6. Haven
7. While You Dream Vividly
8. Bloodmoon
9. O´gilt
10. Hly´tt





