Nu 2025 definitief achter ons ligt, de oliebollen verteerd zijn, de vuurwerkresten weggeveegd worden en de kerstbomen opgeruimd zijn, is het de eerste maanden van 2026 nog één keer tijd om achterom te kijken naar het afgelopen muzikale jaar, voordat het vizier weer op de toekomst wordt gericht. Welke platen van vorig jaar zijn interessant genoeg om alsnog in de schijnwerpers te zetten? In deze terugblikkende reeks bespreek ik tien platen uit 2025 die zeker de moeite van het beluisteren waard zijn.
De vijfde in deze serie die ik bespreek, is na An Abstract Illusion de tweede uit de reeks die resideert bij het label Willowtip Records, een klein maar bijzonder fijn label dat een goed oor voor talent heeft. Het Amerikaanse Dessiderium heeft redelijk wat raakvlakken met zijn hierboven aangehaalde land- en labelgenoten. Wie de epische composities, progressieve insteek en het veelvuldige gebruik van orkestratie op Keys To The Palace hoort, zal zich moeilijk kunnen voorstellen dat het album het resultaat is van een eenmansproject. Toch blijkt alleskunner Alex Haddad grotendeels in zijn eentje verantwoordelijk te zijn voor de instrumentatie en zang, hoewel hij hulp krijgt van sessiemuzikanten Brody Smith (drumprogrammering) en Thomas Leroy Meier (die in twee tracks de pianopartijen verzorgt).
Hoewel ik nog steeds niet helemaal weet wat ik van de fantasy-achtige, maar nogal kitscherige albumhoes moet vinden (het ziet er een beetje uit als een AI-versie van The Hobbit), is het oordeel over de muziek een stuk eenduidiger. Dessiderium laat op dit album namelijk een zeer ambitieuze vorm van epische, verhalende metal horen, waarbij invloeden uit de progressieve metal, death metal, power metal, black metal en folk metal tot een bombastisch en vol grandeur gebracht geheel komen. Muzikale verwantschappen zijn – naast An Abstract Illusion – niet alleen (vooral) te vinden met het geweldige Wilderun, maar ook met groepen als Persefone en zelfs Wintersun.
Alleen al in het eerste kwartier wordt de luisteraar meegenomen op een reis door allerhande muzikale landschappen. Openingstrack In The Midst Of May combineert hakkende riffs en weelderige orkestratie met progressieve tempowisselingen en spannende soleersessies. Tegelijkertijd gebeurt er ook veel op vocaal gebied: Haddad wisselt ogenschijnlijk moeiteloos tussen gedragen, cleane zang en gepassioneerde, epische uithalen, met af en toe zelfs ruimte voor grunts. Dover Hendrix begint meer gitaargedreven, als progressieve death metal met lichte thrash-ondertonen. Als de prominente keyboardpartijen hun intrede maken zitten we (in combinatie met de screams en grunts) ineens in een soort fantasy-achtig Children Of Bodom-universum. Dat smaakt naar meer - zeker als de gitaarpartijen ook nog eens een heerlijk duet aangaan met het toetsenwerk.
Tegelijkertijd is de muziek van Dessiderium veel minder rechtlijnig en toegankelijk dan die van Laiho en consorten. Het is voor de luisteraar soms zoeken naar houvast in de goedmoedige, extravagante notenbrij. Neem het amper vier minuten durende Pollen For The Bees (Pt. 1), dat werkelijk uit zijn voegen barst van de melodieuze riffs en voortdurende wisselingen. De compositie loopt naadloos over in het ruim negen minuten durende tweede deel, dat ondanks de instrumentale pralerij eigenlijk een verrassend lichtvoetig en verkwikkelijk nummer blijkt. De uiteenlopende sfeerpaletten die Dessiderium schetst, komen ook in Magenta mooi tot hun recht. Na een vederlicht begin gaan in de tweede helft alle instrumentale registers open, om onder begeleiding van gepassioneerde, cleane zanglijnen naar een prachtig einde toe te werken.
Het drieluik Keys To The Palace vormt het epicentrum van deze plaat en omvat liefst zestien minuten in totaal. In deze tracks horen we de rijkheid en diversiteit van de band pas echt goed. Het eerste deel is als een heerlijk vloeiende ouverture door de zorgvuldige, instrumentale opbouw. Vooral het neoklassieke toetsenwerk is verrukkelijk. Dessiderium stuurt in het tweede deel richting woelige wateren. Het nummer wordt chaotischer door de hakkende riffs en de (wel enigszins misplaatste) blastbeats, maar behoudt door de warme orkestratie wel steeds een melodieuze ondertoon. Het laatste deel ontpopt zich tot een barok, neoklassiek riffbacchanaal, waarmee de band nog een laatste keer uitpakt.
Keys To The Palace is niet helemaal zonder mankementen. Zo is de productie weliswaar niet slecht, maar wel wat aan de ruwe kant. Zeker bij dit soort zeer gelaagde muziek had een rijkere sound ervoor kunnen zorgen dat alle elementen nog iets beter tot hun recht zouden komen. Daarnaast wil Haddad af en toe iets té veel ideeën in zijn nummers verwerken. Met name het afsluitende drieluik voelt daardoor nog niet helemaal als een logisch geheel, hoewel het nummer technisch heel knap in elkaar zit. Het is echter makkelijk om door die kleine mankementen heen te luisteren, omdat er zoveel te ontdekken valt. Het album is als het muzikale equivalent van een tuimeling in het konijnenhol van Alice In Wonderland, gecombineerd met een met verdovende middelen ondergane Efteling-droomvlucht. Het is een rijk, ambitieus en avontuurlijk werkstuk, gemaakt door een artiest die wars van conventies zijn eigen koers uitzet.
Tracklist:
1. In The Midst Of May
2. Dover Hendrix
3. Pollen For The Bees (Pt. 1)
4. Pollen For The Bees (Pt. 2)
5. A Dream That Wants Me Dead
6. Magenta
7. Keys To The Palace (Pt. 1)
8. Keys To The Palace (Pt. 2)
9. Keys To The Palace (Pt. 3)




