
Zaterdag:
De zaterdag begint al vrij vroeg. Om twintig minuten voor twee – als ik nog langzaam aan het opstarten ben met koffie en een warme wafel – begint het Franse Hanry al aan zijn set in de Main Stage. Als ik de zaal binnenkom, blijkt het stikdonker: de band staat in sfeervolle, minimalistische belichting te spelen, waardoor alleen de silhouetten te zien zijn. Als ik met schuifelstapjes een plekje heb gezocht, kan ik al snel concluderen dat dit vijftal weet hoe post-rock in elkaar hoort te zitten. Het is niet bijster origineel – en de combinatie van post-rock, klassieke invloeden en wat lichte elektronica hebben we natuurlijk al veel vaker gehoord – maar de uitvoering is fraai. De heren staan geconcentreerd, maar daardoor ook ietwat in zichzelf gekeerd te spelen. De nummers bouwen rustig op en hebben daardoor vaak iets sereens, maar als de band echt losbarst, dan gaat de rem er ook af. Een mooie opener van een veelbelovende groep.
De internationele sludge/doom/hardcoregroep Norna pakt de zaken heel wat minder subtiel aan. Wie ondanks de koffie nog niet wakker is, krijgt nu de laatste slaapkorrels uit de ogen getrild door dit gezelschap rondom gitarist en brulboei Tomas Liljedahl. De beste man heeft een strot waar je bang van wordt: hij buldert en schreeuwt als een holbewoner op steroïden! Tegen het eind van de set lijkt de microfoon het zelfs te begeven, maar zelfs dat deert hem niet. De verfijning is ver te zoeken, maar de lekker lompe en log doorbeukende nummers komen live goed over, mede dankzij het werkelijk loodzware geluid. De opkomst valt tegen, maar degenen die er zijn, gaan ook echt in het optreden op.
De Hongaar Dávid Makó stond in 2024 niet op het podium, maar wel tussen het publiek met zijn project The Devil's Trade. Hij gaf toen een korte, akoestische set in de foyer. Twee jaar later staat de beste man met volledige band op het podium van Main Stage om zijn "gut-wrenching post-doom" ten gehore te brengen. Het geluid is helaas niet al te best afgestemd. Zo zien we iemand die vol overgave aan allerlei knopjes draait om achtergrondeffecten te verzorgen, maar horen we er niets van terug. Ik mis eerlijk gezegd ook een beetje de unieke sound uit de begindagen. Waar vooral Makó altijd enorm veel indruk maakte met zijn lange, gepijnigde zang, klinkt hij nu wat schreeuwerig, als een soort melancholisch lamenterende James Hetfield. Het komt de sfeer niet ten goede. Het viertal doet zijn best en het optreden is niet slecht, maar mede door de matige sound komt het materiaal nogal eentonig over. De zanger spreekt zijn waardering uit voor het feit dat het publiek zo aandachtig luistert, maar wie om zich heen kijkt, ziet toch ook een akelig lege zaal. The Devil's Trade kan beter dan dit.
De liefhebbers van het stevigere werk komen vandaag goed aan hun trekken in de Small Stage. Ook bij de ronkende post-/doom/deathmetal van het Zwitserse Zatokrev staat het geluid weer snoeihard. Het viertal heeft tien jaar lang nauwelijks nieuw materiaal uitgebracht, op een handvol singles na, totdat in 2025 dan eindelijk het vijfde album ...Bring Mirrors To The Surface verschijnt via – hoe kan het ook anders – Pelagic Records. Frontman en gitarist Frederyk Rotter doet zijn achternaam eer aan: zijn ietwat hese screams klinken namelijk behoorlijk – nou ja – verrot. Dat bedoel ik op een positieve wijze, want zijn smerige strot voegt urgentie toe aan de stuwende, ronkende en schurende nummers. De mannen leggen de nadruk op deze laatste telg, waarvan vier nummers voorbij komen. Ondanks enkele technische mankementen, waaronder een uitvallende gitaar, weet Zatokrev het publiek aardig op te zwepen.
De Parijse post-rockgroep Lost In Kyiv maakt twee jaar geleden zeer veel indruk tijdens Pelagic Fest 2024. Twee jaar later mag het viertal nogmaals de planken betreden, ditmaal om het nieuwe album We're All Going To Be Fine integraal ten gehore te brengen. Het begin is wat rommelig. Het viertal eindigt de soundcheck enkele seconden voor aanvang, loopt dan even weg en komt tien tellen later weer op. Die entree is de heren al snel vergeven, want ook al ken ik bij aanvang nog geen noot van de meest recente langspeler, het is direct duidelijk dat deze wederom van een zeer hoog niveau is. Met een mooie achtergrondprojectie van sfeervol vallende bladeren en mist, die voor een dromerige en melancholische stemming zorgt, vindt het kwartet de ideale combinatie van krachtige, ronkende (bas)gitaarpartijen, reflectieve spoken word-passages en zeer sfeervolle keyboardondersteuning. Het is de eerste keer dat de Main Stage echt goed gevuld is (en blijft). Volledig terecht, want iedereen is wederom onder de indruk van de muzikaliteit, het gevoel en de grootsheid die Lost In Kyiv in zijn toch niet spectaculair lange nummers weet te leggen. Wellicht een van de meest onderschatte bands in het genre. Ik ga in ieder geval eindelijk eens in de discografie van deze mannen grasduinen!
Slow Crush is de laatste jaren vaak op gerenommeerde festivals te vinden. Het shoegazende drietal stond al op de planken tijdens Soulcrusher en zelfs twee keer tijdens de afgelopen editie van Roadburn. Dat is meestal een teken dat je iets goed doet. En inderdaad: de combinatie van ruizige riffs, krachtig en opzwepend drumwerk en de dromerige zang van bassiste en zangeres Isa Holliday heeft iets onweerstaanbaars. Dat laat de groep ook horen op de meest recente langspeler Thirst (2025), waar vanavond het grootste deel van de setlist op gebaseerd is. Jammer genoeg is het geluid zeker in het begin matig. We horen vrijwel louter de basgitaar en drums, waardoor de noisy shoegaze-kant van het gitaarwerk en de zalvende zang van Holliday grotendeels wegvallen. Gelukkig wordt het geluid gaandeweg wat beter, hoewel Holliday nog steeds moeite heeft om boven het instrumentale geweld uit te komen. Het is een euvel dat de groep vaker parten speelt. De beleving van het drietal maakt echter veel goed – en ook in een minder verfijnde totaalsound blijft Slow Crush een boeiende band.
Er zijn al heel wat groepen geweest die ook twee jaar geleden op Pelagic Fest te horen waren en ook Oh Hiroshima mag zich in dat rijtje scharen. De Zweedse groep geeft aan het hele jaar naar dit optreden te hebben uitgekeken. Qua podiumaankleding en beleving is daar echter weinig van terug te zien, want het is allemaal wel wat aan de sobere kant. Het euvel bij Oh Hiroshima is dat de grotendeels instrumentale post-rocknummers van het viertal best lekker klinken, maar te onopvallend zijn om zich echt te kunnen onderscheiden. Het blijft ook bij het publiek bij wat vriendelijk mee knikken op de lekkere drumritmes. Af en toe meent gitarist Jakob Hemström ook te moeten zingen, maar dat kan hij net zo goed laten. Zijn stemgeluid is namelijk verre van bijzonder en doet juist afbreuk aan de sfeer die de band in instrumentaal opzicht wel weet neer te zetten. Oh Hiroshima is geen straf om te beluisteren, maar ook niet de groep die een festival in vuur en vlam weet te zetten.
Na de eetpauze volgt er in de Small Stage een van de meest bijzondere optredens van het weekend. Zangeres en geluidskunstenares Lane Oshi – inderdaad: de nieuwe zangeres van The Ocean – staat dan op de planken onder de naam Otay: Onii. De artieste heeft al meerdere keren op Roadburn gestaan, maar die optredens heb ik keer op keer gemist. Keuzes zijn immers onvermijdelijk, maar ik moet ook bekennen dat ik het expressieve en explosieve stemgeluid in combinatie met de experimentele klanken op plaat niet echt goed trek. Het optreden van vanavond zorgt er echter voor dat ik mijn mening moet bijstellen. Qua show lijkt het wel meer alsof we getuige zijn van een soort performancekunst. Oshi staat in haar eentje op het podium, af en toe dansend, dan weer indringend starend, terwijl ze haar indrukwekkende vocale bereik (van fluisteren tot screams) inzet over golven van ambient, folk, klassieke en industrial-klanken. Qua sfeer doet het af en toe aan Lingua Ignota denken. Oshi loopt een paar keer al zingend de zaal door. Op het podium grijpt ze regelmatig naar een soort stekkerdoos in de vorm van een bloem, waarmee ze allerhande noise-erupties weet te produceren. Het geheel is bevreemdend, verontrustend, boeiend en op een onheilspellende manier soms zelfs mooi. Ik zal de muziek thuis niet snel opzetten, maar het is live een indringende ervaring die ik niet had willen missen. Een dikke pluim tot slot voor het respectvol luisterende publiek!
De avond gaat verder in experimentele sferen, want ook The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble is zeker geen alledaagse band. De vijfkoppige groep uit Utrecht maakt muziek die zich niet makkelijk in een hokje laat duwen, hoewel de bandnaam wel al een tipje van de sluier oplicht. Het is deels jazz, deels klassiek, deels ambient en deels avantgarde. We krijgen meanderende, zeer traag opgebouwde nummers te horen die in ieder geval deels geïmproviseerd lijken. Helaas komt er nooit echt schwung in het optreden. De muziek sleept zich maar voort en ook in visueel opzicht gebeurt er niets interessants. Heel sporadisch werken de leden toe naar een voorzichtige versnelling waarin er wat beweging in de muziek lijkt te komen, maar het zakt net zo snel weer in. Zeventig minuten is veel te lang voor dit gefröbel. De band krijgt weliswaar een beleefdheidsapplausje, maar wat mij betreft is dit een miskleun, zeker op dit eersteklas tijdslot.
Gelukkig staat er met A.A. Williams een headliner in de Small Stage die nooit teleurstelt. Met haar eerste optreden ooit – op Roadburn 2019 – weet de Britse componiste en multi-instrumentaliste de aanwezigen, waaronder ondertekende, recht in de ziel te raken. Debuutalbum Forever Blue (2020) is adembenemend mooi en opvolger As The Moon Rests (2022) zelfs het beste album van het jaar. Eerder dit jaar verscheen met Solstice de derde langspeler van Williams, die eveneens vol prachtige, melancholische composities staat. Ik zag de band al eerder dit jaar in Eindhoven aan het werk. Wat toen opviel, is dat de groep als drietal op de planken staat. Daardoor valt toch wat van het rijkere gitaargeluid weg. Ook vanavond is dat het geval. Maar dat is ook het enige detail om over te zeuren, want A.A. Williams levert wederom een geweldig optreden af. Haar prachtige, mijmerende stemgeluid is een genot om naar te luisteren en de sublieme, droefgeestige composities weten keer op keer te raken. Met vier nieuwe nummers is Solstice goed vertegenwoordigd op de setlist. Met name de perfecte uitvoering van Wolves zorgt voor kippenvel, maar ook Little By Little bloeit live helemaal open door de dynamiek tussen ingetogen passages en harde uitbarstingen. Als de groep dan ook nog afsluit met het wonderschone Evaporate kan ik alleen maar nagenieten van zoveel fraais. Melancholie met een gouden rand.
De Franse psychedelische rockgroep Slift is inmiddels behoorlijk populair aan het worden, ook in onze contreien. Het drietal levert eerder dit jaar al een uitstekend optreden af tijdens Roadburn 2026, waar de heren hun nieuwste langspeler Fantasia integraal spelen. Een paar maanden later mogen de broers Jean (gitaar, vocalen) en Rémi Fossat (basgitaar) ook Pelagic Fest headlinen. En laat het maar aan de groep uit Toulouse over om dat op gepaste wijze te doen! Slift speelt snoeihard, retestrak, energiek en vol speelplezier. Niet alleen rockt de band er op los, maar de heren weten het publiek ook in hogere sferen te krijgen door de psychedelische riffs en de stuwende ritmes van drumbeest Canek Flores. De hallucinante visuals zorgen ervoor dat ook de ogen aan een trip worden onderworpen. Ik mis helaas de laatste twintig minuten om mijn laatste trein te halen, maar Slift maakt ook in het eerste deel van het optreden al duidelijk dat de bandleden alles geven wat ze in zich hebben. Zo sluit je een festival af!
Zo komt er een einde aan wederom een erg geslaagde versie van Pelagic Fest. De sfeer is zeer gemoedelijk en internationaal, de zaal is uitstekend geschikt voor het festival en het publiek luistert respectvol naar elke band. Desondanks lijkt ook Pelagic Fest niet te ontkomen aan de zware concurrentie die er momenteel is op de festivalmarkt. Het festival is niet uitverkocht en met name de Main Stage is vaak voor minder dan de helft gevuld. Dat komt deels omdat veel mensen in het gezellige bargedeelte bijkletsen, maar desondanks zal de organisatie toch niet helemaal tevreden zijn over de opkomst. Desondanks is dit festival een absolute aanrader voor de liefhebbers van zwaardere en experimentele muziek. Laten we hopen dat Pelagic Fest ook de komende jaren een vast onderdeel blijft van de Muziekgieterij!




