Zondag
Wie alle bands op dit festival wil zien, moet een beetje aanpoten. Lang uitslapen om bij te komen van een middag en avond vol speciaalbier is er namelijk niet bij. Al om half een ’s middags wordt de zondag namelijk geopend door de Hongaarse band Törzs, die door het label wordt omschreven als “de grootste instrumentale post-rockband van Hongarije”. Nu is Törzs ook de enige instrumentale post-rockband uit Hongarije die ik ken, dus de kwalificatie van het label moeten we maar met een korreltje zout nemen. Hoe dan ook: de band blijkt een ideale opener. De bedachtzame, mooi opgebouwde, minimalistische post-rock van het drietal leent zich uitstekend om mee wakker te worden onder het genot van een kop koffie. En hoewel de mannen toewerken naar enkele mooie uitbarstingen, blijft de band zelfs tijdens die momenten stemmig en sereen. De Small Stage is zeker voor dit tijdstip nog best redelijk gevuld en de aanwezigen luisteren aandachtig naar deze ingetogen, lieflijke muziek. Tot grote dankbaarheid van de band overigens, voor wie Pelagic Fest aanvoelt als ‘thuiskomen’.
De mannen van You, Infinite stonden gisteravond als laatste band op de planken van Main Stage en vandaag als eerste. Het is namelijk een nieuw project van Jeremy Galindo en Raymond Brown, de oprichters van This Will Destroy You. Het titelloze debuut verscheen eerder dit jaar. Helaas blijkt het gisteren al gespeelde nummer Shine Eternal het beste dat de band te bieden heeft, want de rest van het optreden is eigenlijk behoorlijk saai. De muziek kabbelt maar wat voort en de band ontwikkelt nauwelijks interessante ideeën. Er denken blijkbaar meer mensen zo over, want de Main Stage is angstvallig leeg. Het is een koud kunstje om tot vooraan het podium te lopen. Van zulke ervaren muzikanten mogen we meer verwachten dan deze lauwe pastiche aan halve ideeën.
Het contrast met het hieropvolgende The Gorge kan nauwelijks groter zijn. De muziek van het viertal is technisch, tegendraads en vaak onnavolgbaar. Strak hakkende, eigenzinnige, djent-achtige riffs, onstuimige tempowisselingen en eigenzinnige maatsoorten die aan mathcore refereren, aangevuld met sludge-achtige doom en een vleug progressieve metal – de sound van de Amerikanen laat zich moeilijk omschrijven, maar 'easy listening' is het geenszins. Omdat de band veel energie in het optreden legt, weet het kwartet de ingedutte zaal langzaam wakker te schudden. Op de momenten waarin The Gorge wat langer de tijd neemt om op te bouwen, komt de muziek ook beter tot zijn recht. Maar de technisch verfijnde chaos van het gezelschap leent zich uiteindelijk toch beter voor aandachtige luisterbeurten met een goede hoofdtelefoon.
Voor het eerst vandaag is er sprake van een behoorlijk volle zaal. Het Belgische Pothamus is populair. Het is dan ook dringen geblazen voor een fatsoenlijk plekje. Het drietal uit Mechelen speelt vandaag zijn nieuwe, onlangs verschenen langspeler Abur integraal. Dat blijkt een fascinerende ervaring. De bandleden staan in een soort driehoek opgesteld, met de blikken op elkaar gericht, terwijl zanger/gitarist Sam Coussens en bassist Michael Lombarts ritmisch bewegen, alsof ze krijgers op oorlogspad zijn.
Het publiek wordt beetje bij beetje gehypnotiseerd door de tergend langzame opbouw, de vette lichtshow, de meditatieve, mystieke klanken en de tribale ritmes van drummer Mattias Van Hulle. Qua stijl valt Pothamus nog het best te beschrijven als een soort smeltkroes van Heilung (de ritualistische insteek), Amenra (de emotionele, louterende vocalen) en Wolvennest (de hypnotiserende ritmes). Alles vloeit samen in het machtige, een kwartier klokkende titelnummer, waarmee het trio afsluit. Een luid, welgemeend applaus valt de mannen ten deel.
Daar waar de programmering gisteren redelijk monotoon was (veel bands in dezelfde stijl), is het contrast op de zondag soms té groot. Zo is de overgang van de hypnotiserende klanken van Pothamus naar de chaotische hardcore-mathcore-relmuziek van Bear toch echt een paar stappen te groot voor de meesten. De Small Stage blijft dan ook behoorlijk leeg. Aan de bandleden zal het niet liggen, want die brengen de hectische, loeiharde muziek met ongekend veel energie (en de nodige indrukwekkende podiumsprongen) ten gehore. Ik kan me voorstellen dat de volstrekt ontoegankelijke muziek in sommige gevangenissen als martelmethode wordt gebruikt. Het monotoon hakkende, afsluitende nummer klinkt als het muzikale equivalent van je gezicht ingebeukt krijgen met een stoeptegel. De band eindigt in stijl door zijn instrumenten aan gort te meppen. Qua programmering is dit een geval ‘de goede band, maar het verkeerde moment’.
Het Franse Hypno5e is typisch zo’n band waarvan ik de naam regelmatig voorbij zie komen, maar desondanks nog geen noot van heb gehoord. En om de intrigerende, vaak uitgesponnen composities van deze groep te doorgronden, is dat wel nodig. De term ‘post-metal’ is eigenlijk te kort door de bocht om de tegelijkertijd avontuurlijke en sfeervolle muziek van het viertal te beschrijven. We horen eveneens djent-invloeden in het gitaarwerk, stemmige post-rock, melancholische samples van allerhande Franstalige films en abrupte versnellingen. Helaas laat de sound behoorlijk te wensen over, waardoor de basgitaar en drums overheersen en de details wegdrukken. De cleane zang van Emmanual Jessua is niet erg sterk. Gelukkig zijn de hese screams, die wel wat aan Envy doen denken, een stuk overtuigender. Tijdens de tweede helft van het optreden komt Hypno5e wat beter uit de verf. De sound trekt enigszins bij en dan valt het zeer strakke spel in positieve zin op. De band laat zijn kwaliteiten horen, maar overtuigt toch niet helemaal.
Omdat A Burial At Sea helaas heeft moeten annuleren, heeft de organisatie Lizzard als last-minute vervanger weten op te trommelen. Het drietal heeft een wat zeurderige sound, die het midden houdt tussen grunge en rock. En hoewel gitarist/zanger Mathieu Ricou vol overtuiging zingt, is zijn stemgeluid zeer bedenkelijk en weinig toonvast. Het valt de band te prijzen dat ze met waarschijnlijk beperkte voorbereiding het podium betreden om een gat in het schema op te vullen, maar daarmee is ook alles wel gezegd. Halverwege houd ik het voor gezien om op mijn gemak te kunnen eten.
En die tijd is nodig, want ik wil op tijd terug zijn voor het tweede optreden van BRUIT =. Met het uitstekende optreden van gisteren nog vers in het geheugen ben ik benieuwd of het oudere materiaal net zo’n impact heeft. En daar hoeven we niet lang over te twijfelen, want wederom spatten het compositorische vakmanschap, de instrumentele klasse en de emotionele rijkheid van het podium af.
Ook nu drukken Blanchot en Libes hun stempel op de sound middels ondersteuning op de viool en cello. Tijdens de grootse culminaties van gitaargeweld zien we de bandleden alles geven wat ze in zich hebben. Als de band het twaalf minuten durende meesterwerk The Machine Is Burning inzet, is de ontlading in de zaal voelbaar. Dit prachtige nummer mag gerust als moderne klassieker de boeken in. Na een zeer stemmig en zelfs plechtig begin zwelt de muziek aan totdat het publiek volledig wordt ingekapseld in een hemels bad van ruis. Wat een einde, wat een band!
In de Small Stage mag een band afsluiten die een heel andere stijl hanteert. Gösta Berlings Saga is namelijk een beetje de vreemde eend in de bijt dit weekend. Niet alleen in visueel opzicht overigens (de bandleden lijken wel maanmannetjes in hun witte, steriel ogende outfits en mutsen), maar vooral ook muzikaal gezien. De groep maakt een buitengewoon aangename en uitnodigende mengeling van psychedelische rock, krautrock en progressieve rock. Het funky toetsenwerk van David Lundberg zorgt ervoor dat de heerlijke drumritmes en de vloeiende gitaarpartijen nog beter tot hun recht komen. Gösta Berlings Saga swingt aan alle kanten en het speelplezier spat van het optreden af. En dat is wel bijzonder lekker na een weekend vol laaggestemde riffs en brommende basgitaren. En hoewel ook nu de muziek volledig instrumentaal is, weet de band te imponeren met zijn enorme veelzijdigheid. Wat een fijne kennismaking! Dit smaakt naar meer.
Vegard Sverre Tveitan zou vorig jaar al op de planken staan als headliner, maar de Noor, beter bekend onder de naam Ihsahn, moest met zijn band verstek laten gaan. Een stakende luchtvaartmaatschappij gooide namelijk roet in het eten. Vanavond loopt gelukkig alles zoals het hoort. Iets na tien uur start het intro Cervus Venator, afkomstig van het meest recente, titelloze album, dat vorig jaar verscheen. Het viertal legt de nadruk op die ijzersterke laatste telg, met vlammende uitvoeringen van het spannende en dreigende The Promethean Spark, het oppermachtige, bij vlagen neurotische Pilgrimage To Oblivion en het stoere, krachtige Twice Born.
Helaas is het gitaargeluid in het begin wat slecht te horen (in ieder geval helemaal vooraan), waardoor deze fantastische nummers iets minder impact hebben dan ze bij een perfect afgestelde sound zouden hebben. Gelukkig wordt het geluid gaandeweg bijgetrokken. Ihsahn zelf ontpopt zich intussen als de vriendelijkheid zelve. Naast het nieuwe album heeft de band ook verrassend veel aandacht voor de ep Telemark, waarvan liefst drie nummers voorbijkomen.
De tijd vliegt voorbij met zoveel vakmanschap en eigenlijk is de speeltijd van een uur te kort, want de sympathieke Noor heeft genoeg materiaal om de zaal langer te boeien. Nu blijft er weinig ruimte over voor enkele uitstekende nummers van de oudere platen, maar een mens kan niet alles hebben. Het is knap hoe de band de toch behoorlijk rijke en gelaagde nummers zo soepel weet te vertolken – en Ihsahn toont zich dan ook een waardig afsluiter van het festival.
Zo komt er een einde aan een wederom geslaagde editie van Pelagic Fest. De prachtige locatie, de zeer relaxte en vriendelijke sfeer, het respect waarmee het publiek de bands bejegent (het is ook echt stil tijdens de rustige passages, wat een genot!), en de vele sterke optredens maken het festival ook dit jaar tot een succes. Wel dient erbij opgemerkt te worden dat het de gehele zondag redelijk rustig is en het bezoekersaantal dus wel wat tegenvalt. Ook qua programmering zou er iets meer balans kunnen zijn, met op de zaterdag iets te veel bands die qua stijl zeer dicht tegen elkaar aan zitten, en op zondag juist soms té grote contrasten tussen optredens. Maar ondanks die kleine verbeterpunten is Pelagic Fest een uniek en zeer sfeervol festival, dat in Maastricht een thuis lijkt te hebben gevonden. Laten we dus hopen dat dit bijzondere festival ook de komende jaren in het zuiden blijft neerstrijken.
Met dank aan Femme von Steel voor de foto's.

















