Van sommige artiesten vraag je je af of ze wel voldoende slapen. De hoeveelheid muziek die ze uitbrengen, is verbazingwekkend. Melissa Bonny is hier een goed voorbeeld van. Naast de albums die ze met Ad Infinitum en Dark Side Of The Moon heeft gemaakt, werkt de zangeres samen met Serenity, Warkings, Feuerschwanz en Kamelot en staat ze veelvuldig op het podium. Er lag echter songmateriaal op de plank dat niet bij een van haar bands paste en dat verschijnt nu dus onder haar eigen naam, niet geheel toevallig op haar drieëndertigste verjaardag.
In het verleden heeft de Zwitserse al bewezen meerdere stijlen te beheersen en die hoor je dan ook terug op haar solodebuuutalbum. Hoewel ze haar metalroots niet helemaal achter zich laat en in enkele songs screams te horen zijn, is pop de overheersende stijl, maar dan afgewisseld met wat stevigere alternatieve rock- en poppunkpassages. Dat zal sommigen afschrikken, maar de fans van Bonny kunnen de afwijkende muzikale richting gezien de positieve reacties op de singles zeker waarderen. Ze zingt dan ook de sterren van de hemel en bewijst zomaar een popster te kunnen zijn.
Nu zit er gelukkig wel meer afwisseling en diepgang in het songmateriaal dan op een gemiddeld popalbum. Het stevige Snake Bite, dat aansluit bij het materiaal van Poppy van de laatste jaren, contrasteert met ingetogen, reflectieve tracks als Highs And Lows en Mama, Let Me Go. Het titelnummer had zo in de top 40 kunnen staan en Spellbound is zelfs een dancetrack. Ook opvallend is Crescent Moon, een gesproken intermezzo over de balans tussen passie en offers met bijdragen van Adrienne Cowan (Seven Spires) en Fabienne Erni (Eluveitie, Illumishade).
Hoewel de videoclip bij Devil On My Tongue suggereert dat Bonny alle instrumenten speelt, doet ze uiteraard niet alles zelf op het album. Haar vriend Morten Løwe Sørensen (Amaranthe) zit achter het drumstel, Korbinian Benedict (Ad Infinitum) bast, Vikram Shankar staat achter de toetsen en er zijn maar liefst drie gitaristen aan het werk (Adrian Thessenvitz, Hanz Platz en Jonas Wolf). Desondanks gebeurt er op instrumentaal vlak niet veel bijzonders, al springt Mama, Let Me Go er wel uit. Teeth Of My Thieves, dat een wat rustigere fase inluidt, heeft dankzij de heren een lekkere vibe.
Shankar is niet alleen verantwoordelijk voor de toetsenpartijen, maar ook voor de productie. Hij heeft het geheel kort maar krachtig gehouden. Het geluid is helder en warm. Daarmee luistert het album heel prettig weg. Vooral de rustige passages komen heel goed uit de verf, zoals die in Snow On Mars. Het stevige gitaargeluid komt wat minder tot zijn recht, omdat het een overgeproduceerde waas is.
Wie niet vies is van artiesten als Taylor Swift, Poppy, Paramore, Fallout Boy en het moderne Within Temptation kan hier wellicht wat mee. Het is doorgaans toegankelijk, maar dan met wat meer diepgang dan een doorsnee popnummer. Sommige tracks springen er echt uit, terwijl andere wat inwisselbaar klinken. Hoewel het een zeer divers album is met zowel heel energieke als introspectieve tracks, zou het songmateriaal inderdaad niet bij Ad Infinitum passen. Vandaar dat een solo-album een goed idee is. Daarop laat Melissa Bonny horen een uitstekende zangeres met een onderscheidende stem te zijn.
Tracklist:
1. I'm A Monster
2. Snake Bite (Feat. Yu Umehara)
3. Devil On My Tongue
4. The Teeth Of My Thieves
5. Afterglow
6. Highs And Lows
7. Crescent Moon Interlude (Feat. Adrienne Cowan And Fabienne Erni)
8. Spellbound
9. Cherry Red Apocalypse
10. I Don't Like You
11. Oh no!
12. Mama, Let Me Go
13. Snow On Mars





