Metalfan.nl - Metal nieuws, reviews, interviews en meer...

22-02-2017

Column: De Stenen Wortels van Heavy Metal: Magnum - Kingdom Of Madness

Door Lennert, september 2016

Wat is de reden om een band te starten? Aan een hobby willen beginnen? Frustraties afreageren? Een boodschap willen vertellen? De mogelijkheden zijn eindeloos. Wie zette je aan tot het spelen van metal? Dat zijn hoofdzakelijk grote bands uit de jaren tachtig wiens invloeden tot het heden doordreunen. Zij hebben hier op hun beurt ooit mee te maken gehad en besloten niet zomaar hun helden te kopiŽren. Wie die helden zijn, is niet lastig te achterhalen, maar het betreffen artiesten wiens namen niet vaak meer genoemd worden. En dat terwijl ook zij ooit tot de rebelse jeugd behoorden en muziek maakten die de oren van hun ouders tergden.

Met de rubriek De Stenen Wortels van Heavy Metal duiken we in de veelal vergeten jaren zestig en zeventig. Tijden waarvan velen onder ons slechts The Beatles, The Rolling Stones, Led Zeppelin en Black Sabbath kunnen noemen. We werpen een licht op bekende ťn obscure platen die onze metalhelden ooit hebben bewogen om een instrument te bespelen of achter de microfoon te kruipen. Iedere maand kiezen we een album en laten we vervlogen tijden weer even herleven.

De oplettende lezer zal al gezien hebben dat het Britse Magnum geen onbekende band is op Metalfan.nl. Dit is vanzelfsprekend niet vreemd, aangezien de band al sinds 1972 vele albums op de wereld heeft losgelaten die door menig liefhebber van hardere gitaarmuziek met open armen zijn ontvangen. Het zou echter te ver gaan om Magnum een metalband te noemen, aangezien de band nooit echt heel erg hard en heavy te noemen is geweest. Van de frivole symfohardrock die de band op de eerste vier albums speelde, naar de meer AOR/stadionrock van hun werk uit laat jaren 80 en begin jaren 90, tot de stevigere (maar nog steeds met rijke keyboardpartijen ondersteunde) hardrock die men sinds de heroprichting in 2001 speelt, heeft de band altijd rijkelijk 'gerockt', maar nooit echt 'gerost'. Toch heeft de band dankzij tours met Judas Priest (1977), Blue ÷yster Cult (1979) en Ozzy Osbourne (1982) flink wat credits opgebouwd bij het heavymetalpubliek en wordt de band vandaag de dag nog steeds op metalfestivals geprogrammeerd.

Voor deze columnreeks kijken we echter niet alleen naar de raakvlakken die bands met het metalgenre hebben, maar vooral naar de invloeden die zij hebben gehad op groepen die wel overduidelijk de genrenaam 'metal' hanteren. Gezien het feit dat Magnums debuutalbum pas uit 1978 komt en men zodoende relatief laat pas komt kijken in het hardere muziekwereldje, is het ogenschijnlijk lastig om Magnum een duidelijke plaats toe te kennen. Ondanks het feit dat de heren namelijk al sinds begin jaren 70 veelvuldig optraden in eigen land en zodoende al aardig wat fans hadden ten tijde van het debuutalbum, blijft het feit dat de band pas in 1982 echt doorbrak met het fenomenale Chase The Dragon, in een tijd dat heavy metal al een duidelijk afgebakend genre was. Waarom dan toch de keuze om Magnum in onze rubriek te noemen?

Magnum - Kingdom Of Madness

Om deze vraag te beantwoorden, is het belangrijk om de twee belangrijkste smaakmakers van Magnums sound te benoemen: gitarist/componist Tony Clarkin en zanger Bob Catley. Clarkin is als gitarist een man die altijd in dienst van het lied speelt, wat betekent dat nummers draaien rondom een aantal sterke en goed in het gehoor liggende riffs en opgeleukt worden met gitaarmelodiŽen en solo's die altijd prettig klinken, maar nooit echt in technisch opzicht uitblinken. Frontman Catley is hierop de perfecte aanvulling, aangezien ook hij altijd 'in dienst' zingt. Zijn bereik is behoorlijk, maar uithalen in de stijl van een Ian Gillan, Freddy Mercury of Robert Plant zijn praktisch niet te horen. Wat de beste man echter wel heeft, is een breed scala aan weldoordachte zanglijnen die zich met gemak in je geheugen nestelen en een klank die de mysterieuze en/of intelligente teksten van Clarkin veel eer aandoen. In combinatie met de warme toetsenlagen hebben we zodoende en band die over de gehele loopbaan steevast memorabele nummers creŽert, die een gat vullen tussen harde gitaarmuziek en melodieuze, symfonische klanken. Een iets minder kunstzinnige Queen, of een iets directere Jethro Tull? Misschien wel als de vroege Rainbow, maar dan zonder de ellenlange solopassages, of toch misschien een veel hardere Foreigner?

De ontwikkelingen van Magnum en het heavymetalgenre dat door de N.W.O.B.H.M. in volle bloei was, lijken in het begin redelijk samen te lopen, maar de twee splitsen zichzelf net af ten tijde van Chase The Dragon. Op dit album staan tracks als Soldier On The Line en The Spirit, die een sterke heavymetalvibe hebben, maar op de commerciŽel minder succesvolle opvolger The Eleventh Hour is het vooral weer frivole symfo/prog die de hoofdrol speelt. Metal werd harder en Magnum werd softer, waardoor een lidmaatschap tot de metalkringen uitgesloten leek te zijn. Vooral de gladdere AOR-albums als Vigilante en het zeer geslaagde Wings Of Heaven hebben meer raakvlakken met de meer gestroomlijnde sound van Amerikaanse hardrockbands, waar de echte heavymetalliefhebbers in die tijd hun neus voor ophaalden. Het zou echter een grove fout zijn om de invloed van een band puur en alleen af te rekenen op de zwaarheid van de muziek, helemaal omdat het metalgenre hiervoor een te breed scala aan substijlen hanteert, waarbij 'hard' niet de hoofdrol speelt. Welke stijlen hebben wij het in dit geval het meeste over? De Europese tak van power metal en symfonische metal!

De voornaamste liefhebbers van Magnum als band en het stemgeluid van Bob Catley zijn tevens de grootmeesters achter de beste bombastische metalopera's, namelijk Tobias Sammet van Edguy/Avantasia en Arjen Anthony Lucassen, het genie achter Ayreon en Star One. Sammet heeft met het gelijknamige Kingdom Of Madness bij Edguy al een subtiele verwijzing gegeven, maar de cover van Magnums The Spirit op de Super Heroes-ep is weinig subtiel te noemen. Lucassen op zijn beurt had ten tijde van 01011001 al niets dan complimenten voor Magnum en Catley's stem en bood de man dan ook een prachtige rol op het desbetreffende album aan. Sammet op zijn beurt heeft Catley al vanaf Avantasia's The Scarecrow uit 2008 op ieder opvolgend album een plaats toebedeeld. Beide metalhelden maken in dit opzicht gebruik van een bepaald aspect van de Magnumsound: Sammet vooral van Catley's mogelijkheid om sterke melodielijnen uit te dragen, terwijl Lucassen vooral toespeelde op de mogelijkheid om een zanger met een verhalende stem te gebruiken voor zijn epische concept.

De vroege Magnum heeft namelijk een voet in de hardrock en een andere voet in de proghoek waar acts als Jethro Tull, Genesis, Hawkwind en Queen ook staan. Theatraliteit met een stevige insteek, een combinatie die bij de Europese tak van de power metal zeer hoog in het vaandel staat. Hier biedt Magnum een blauwdruk voor muziek die bombastische zangpartijen en sterke melodieŽn geniet, waarbij de songs niet puur en alleen draaien om hardheid en technische hoogstandjes. Ook Arjen Lucassen heeft deze combinatie door, aangezien zelfs de langere solopassages van Ayreon altijd in dienst staan van het lied en nooit doordraven in technisch gepriegel (iets waar een progmetalact als Dream Theater zich nog wel eens schuldig aan maakt).

Kingdom Of Madness is in dat opzicht nog steeds het meeste eigenzinnige album dat de band ooit heeft uitgebracht en biedt een perfecte mix van Hawkwind-achtige psychedelica, Queen-achtige bombast, aan Jethro Tull-herinnerende dwarsfluit en stampende hardrockriffs. Opener In The Beginning is een genot voor de (neo-)symfoliefhebbers, met opzwepende toetsenpartijen die zowel bij Genesis als een vroege Marillion te horen zijn, waar Baby Rock Me weer de speelse hardrockkant op gaat. Titeltrack Kingdom Of Madness is echter de song die het album en de sound van de band het beste opsomt. Een stampende proto-metalriff luidt het nummer in, terwijl Catley's zang de dreigende en fantasievolle lyrics vol overgave naar de luisteraar spuwt. Een uithaal doet hem wegzinken in 'despair', waarna het ongelooflijk aanstekelijke en aan Queen-herinnerende refrein zich in je onderbewuste brandt. Stevig en naargeestig, maar ook majestueus en toegankelijk: de gouden combinatie voor een geslaagde proto-powermetalsong.

Liederen als The Bringer, Invasion en het opzwepende Lords Of Chaos (gebaseerd op de werken van Michael Moorcock, een bekende in metalland door bands als Blind Guardian en Domine) vloeien snel in elkaar over, waardoor het lijkt alsof het laatste deel van het album ongezien een conceptalbum is geworden waarbij profetieŽn en veldslagen centraal staan. Magnum zou later gestroomlijnder gaan klinken en de speelse symfo/proginvloeden later verruilen voor iets conventionelere songstructuren, maar de blauwdruk voor epische, doch goed in het gehoor liggende metalsongs, is goed te horen op dit album. Gerugsteund door fantasierijke albumcovers met sprookjesachtige taferelen, heeft Magnum mijns inziens een even belangrijke rol als een band als Queen dit heeft. Het is zodoende niet gek dat de band vandaag de dag nog steeds door metalliefhebbers wordt gewaardeerd. Soms zelfs net iets te stiekem. Let maar eens op het van Dimmu Borgir's StormblŚst afkomstige Alt Lys er Svunnet Hen en leg dit eens naast het van Chase The Dragon afkomstige Sacred Hour. Niet gek dat de band dit op de heruitgave in 2005 heeft aangepast, aangezien de term plagiaat hier compleet van toepassing is. Het blijft in dat opzicht spijtig dat Magnum nooit de roem van menig ander band hebben ervaren, maar het stemt me alsnog gelukkig dat men sinds het in 2002 verschenen Breath Of Life wel gewoon een constante stroom aan optredens kan doen die steevast goed bezocht worden. De gunfactor is hoog, helemaal voor een groep die toch een vrij belangrijke stempel op een van mijn favoriete genres heeft gedrukt.

Tracklist:
1. In The Beginning
2. Baby Rock Me
3. Universe
4. Kingdom Of Madness
5. All That Is Real
6. The Bringer
7. Invasion
8. Lords Of Chaos
9. All Come Together

[ Terug naar de Artikelen ]