Metalfan.nl - Metal nieuws, reviews, interviews en meer...

22-05-2018

Interview: Black Stone Cherry
Met Chris Robertson
Door Rene
Geplaatst in april 2018

Black Stone Cherry is toe aan haar zesde album genaamd Family Tree en is neergestreken in Amsterdam om over haar nieuwe kindje te praten. Wij krijgen zanger en gitarist Chris Robertson toebedeeld. Hij stuurt ons naar huis met de nodige informatie over Family Tree en de band zelf. Maar we komen ook te weten waarom we zijn band vooral niet met Nickelback moeten vergelijken en dat hij van mening is dat Metallica en Judas Priest geen metalbands zijn.

Black Stone Cherry

De hele band is al bijna twee weken op perstournee. Opmerkelijk, want vaak worden hooguit de twee belangrijkste bandleden op pad gestuurd voor de promotie.

We reizen altijd samen en dat is altijd dikke lol. Bij thuiskomst gaan we direct door naar een video-shoot. En daarna hebben we tot aan mei elk weekeinde concerten in de Verenigde Staten.

Jullie lijken haast wel een echte familie. Toevallig heet het nieuwe album ook nog eens Family Tree.

Er staat een nummer op het album met dezelfde naam. Toen we die song hadden geschreven, lag het opeens voor de hand om het album ook Family Tree te noemen. Het is zonder voorbedachte rade ontstaan en het is ook niet onderdeel van een concept. Maar we zijn zeker een band die familie belangrijk vindt en onze muziek is daar ook onderdeel van. Dus waarom zouden we het album niet zo noemen als we er toevallig een geweldig nummer over hebben?

Willen jullie die familieband ook naar voren laten komen in de video?

Nee, dat wordt gewoon een grappige clip. Wij gebruiken een video om de humoristische kant van Black Stone Cherry te laten zien. Op tv worden videoclips niet meer vertoond, want in de Verenigde Staten hebben we geen muziekzender meer. Op MTV zijn het tegenwoordig alleen maar realityshows. Een clip maak je daarom tegenwoordig voor de hardcore-fans en die zien graag dat hun band lol heeft.

Met online videokanalen zoals YouTube heb je geen MTV meer nodig, toch?

Het zou wel gaaf zijn als er nog zo’n soort muziekvideozender bestond. Als kind keek ik er altijd naar na schooltijd. Toen kwamen er ook nog eens hardrock- en metalbands voorbij, zoals Limp Bizkit en Metallica. Later was het alleen maar popmuziek. Persoonlijk vind ik dat niet erg, want daar luister ik ook graag naar. Maar hardrock was in mijn jeugd nog echt een mainstream-gebeuren.

Dan had je zeker ook wel liever gewild dat Black Stone Cherry al bestond in die tijdsperiode?

Black Stone Cherry - Family Tree Ja, haha, en dan hadden we ook veel meer geld verdiend dan we nu doen. De muziekindustrie is vergeleken met vroeger zoveel anders. Als band moeten we ons op andere manieren in de kijker van het publiek zien te spelen. En dat gaat tegenwoordig voornamelijk via de digitale snelweg. Alleen vinyl wordt nog gekocht door de echte fans. Als ik muziek koop, dan doe ik dat via iTunes. Cd’s worden bij mij in de omgeving nergens meer verkocht. Daarom koop ik nieuwe muziek maar gewoon op de telefoon. Maar ik schaf ook nog graag een vinylplaat aan. Zo heb ik op Sweden Rock Festival de originele uitgave van Lynyrd Skynyrds Street Survivor weten te bemachtigen. Dat vind ik nog altijd erg cool om te hebben.

Muziek binnenhalen op je telefoon is makkelijk en superhandig. Maar ik neem aan dat het vinden van zo’n toffe vinylplaat extra voldoening geeft, of niet?

Daarom zou ik nog veel liever naar een platenzaak gaan om muziek te kopen. Vroeger kon niet wachten om met mijn zuurverdiende twintig dollar de nieuwe Pantera-cd aan te schaffen. Ik geef mijn geld en de verkoper overhandigt me het product. Eenmaal thuis open ik de verpakking, ruik ik de geur die er vanaf komt en lees ik de tekst in het cd-boekje. Voor mij was dat de ‘coolest shit in the world’. Mijn zoontje van vijf zal dat nooit gaan ervaren. De cd-winkel is helaas een stervend fenomeen in de Verenigde Staten.

Laten we teruggaan naar het nieuwe album Family Tree. Op de cover staat een mooie foto van een boom. Is die weer in jullie directe omgeving gemaakt, zoals dat ook het geval was met het vorige studioalbum Kentucky? Daar staat namelijk jullie oefenhok op de cover.

Het oefenhok op Kentucky staat op het erf van een boerderij. De boom op Family Tree staat daar ook, in het midden van een groot veld. De foto is gemaakt met een sluitertijd van dertien minuten. Zolang heeft het dus geduurd om het beeld te vangen dat je nu ziet op de cover. Het heeft er onder meer voor gezorgd dat je de sterrenhemel heel goed kan zien.

Black Stone Cherry kenmerkt zich op alle voorgaande albums door haar zware, haast heavy metal-achtige geluid. Hoewel de band zeker niet soft is geworden, klinkt Family Tree wat organischer en meer rock ‘n’ roll.

Wij hebben onszelf nooit gezien als een metalband, hoewel onze albums soms terug te vinden zijn bij de metalsectie in de platenzaak. Wij zien onszelf als een rock ‘n’ roll-band. Voor Family Tree hebben we het conceptueel anders aangepakt dan het donkere Kentucky. De nieuwe plaat is opzwepend en vrolijk. Luisteraars zullen meteen het verschil gaan horen. We hebben bewust gebruik gemaakt van twee gitaarlagen in de mix en gekozen voor een cleane sound.

Jullie zien jezelf niet als een metalband, maar zoals gezegd bevat een typische Black Stone Cherry-song een stel loodzware riffs. Zijn er metalbands waar jullie door zijn beïnvloed?

Oh jazeker! Ik wil Metallica noemen, maar die band zie ik eigenlijk niet als metalband.

Pardon?

Ik ken Metallica niet van Ride The Lightning en Kill ‘Em All. Voor mij begon het bij Load en ReLoad. In 1995 was ik tien jaar oud toen ik voor het eerst King Nothing hoorde. Ik werd omvergeblazen door dat nummer. Daarom associeer ik Metallica met die twee platen en is het voor mij dé beste hardrockband aller tijden. Black Sabbath is eigenlijk ook geen metalband, want die band speelt blues met ontzettend luide gitaren.

Ik spreek pas over metal als we het hebben over bands zoals Pantera en Lamb Of God, mijn favoriete metalbands. Ook luister ik graag naar Killswitch Engage. Dus bij die bands denk ik aan metal, en bij Metallica aan hardrock, omdat ik ben opgegroeid met Load en ReLoad. En ik weet dat er veel fans zijn die die albums ontzettend haten. Oh, en vergeet Judas Priest niet, ook dat vind ik een hardrockband. Breaking The Law? Dat is gewoon een vet hardrocknummer.

Ik weet het niet, hoor. Nummers als Sinner en Painkiller zijn toch echt pure metalsongs. En Judas Priest heeft het hele heavy metal-imago verzonnen.

Maar het ding is, ik ken de band van de radio met de commercieel succesvolle nummers. Mijn vader luistert naar de band, maar is totaal geen metalhead. Hij luistert naar Bad Company, Lynyrd Skynyrd en Judas Priest. En ik begrijp wel dat Priest in dat rijtje past.

Met het cover-album Black To Blues wilden jullie de blues-invloeden van Black Stone Cherry laten horen. Zouden jullie hetzelfde kunnen doen met jullie metal-invloeden?

Oeh, dat weet ik niet. Ik denk dat het onnatuurlijk voor ons zou zijn. Dat is zoiets als Pantera dat een blues-album gaat maken. Misschien zou het interessant zijn, maar ik weet niet of het zou werken voor ons. Ik zou wel graag meer EP’s willen maken waarop we andere genres verkennen. Het is een leuke manier om de artiesten te eren waar je graag naar luistert, zoals Metallica deed met Garage Inc.. Het is geweldig om te horen wat ze met Turn The Page en Whiskey In The Jar hebben gedaan. Maar om terug te komen op je vraag, ik denk dat Black Stone Cherry moeilijk weg zal komen met een puur metal-album. Alter Bridge zou dat bijvoorbeeld veel makkelijker kunnen. Die band zie ik wel Judas Priest en King Diamond coveren.

Zou jij wel nummers kunnen spelen van bijvoorbeeld een Pantera?

Mijn eerste metal-album dat ik ooit heb aangeschaft is Cowboys From Hell. En van die plaat heb ik veel nummers ingestudeerd. Maar ander zwaar materiaal dat ik vroeger leerde, kwam toch vooral van Metallica’s Load en ReLoad. En zoals ik al eerder aan je vertelde, vind ik dat eerder hardrock dan metal.

Voor jullie eigen studioalbums heb ik begrepen dat het gros van het materiaal tijdens tournees wordt geschreven. Sommige bands kunnen dat niet en moeten zich van de buitenwereld afzonderen om te werken aan nieuw plaatwerk. Hoe kan het dat jullie wel ‘on the road’ kunnen schrijven?

Ik eet, adem en slaap muziek. Naast mijn vrouw en kind beslaat muziek mijn hele leven. Ik denk haast aan niets anders. Daarom hebben we bijvoorbeeld in onze tourbus altijd ergens een plek waar we onze instrumenten kunnen inpluggen en muziek kunnen opnemen. Het komt vaak voor dat we na een show meteen naar de bus gaan om te werken aan nieuwe muziek. Dan is er een gitaarriff voorbijgekomen die inspirerend werkt waar we dan meteen iets mee moeten gaan doen. Ik kan het me niet voorstellen dat wij als band pas in de studio gaan beginnen met het schrijven van al het materiaal. De studio is voor ons juist de laatste stap. We oefenen dan niet eens meer en spelen kant-en-klare nummers in.

Haal je ook inspiratie uit de landen waar je op dat moment doorheen reist?

Zekers, dat is ook logisch als we zoveel reizen. Als we wakker worden in Parijs of Amsterdam, dan halen we daar onze inspiratie vandaan. Voor ons nieuwe album Family Tree heeft het cover-album Black To Blues ons geleid naar de oude blues-albums waarvan de productie zo minimaal mogelijk was. Het schrijfproces deed zich in dit geval voornamelijk voor tijdens tournees in de Verenigde Staten.

Zijn er nummers waarvan jij je nog herinnert in welk land ze zijn geschreven?

Meestal is het zo dat een idee ontstaat op een plek, maar dat we daar ergens anders verder mee aan de slag gaan. Maar van een specifiek nummer weet ik nog wel precies waar dat is ontstaan. Het gaat om Such A Shame van Between The Devil And The Deep Blue Sea, dat is geschreven in Duitsland. We liepen rond op de Reeperbahn in Hamburg en ons vielen de vele prostituees op. Als mannen voorbij liepen, dan hadden ze een glimlach op hun gezicht. Maar als die mannen buiten zicht waren, dan kwam de meest trieste blik tevoorschijn. Er zijn vrouwen die bewust voor dat beroep hebben gekozen, maar ook die het doen uit pure noodzaak. Hoe zou het zover zijn gekomen? Wij komen uit het plaatsje Edmonton in de staat Kentucky en hebben dat nog nooit gezien. In zekere zin was die ervaring een reality-check voor ons, een kijkje in de echte wereld. En dat had een behoorlijke impact op ons.

Je noemt zojuist Edmonton, de stad waar jij en je bandleden Black Stone Cherry als klasgenoten hebben opgericht. Het titelloze debuut uit 2006 sloeg vooral aan in Europa. Hoe was dat jullie toen eigenlijk gelukt, als band uit een klein Amerikaans stadje?

De vader van drummer John Fred Young speelt in de southernrockband Kentucky Headhunters en heeft successen gekend met die band. Hij heeft ons als het ware begeleid en kwam met advies over de muziekindustrie, want hij heeft zowel de hoogte- als dieptepunten meegemaakt. Ook hielp hij ons met het regelen van shows.

Een van die shows was het voorprogramma van Shinedown, dat op dat moment haar eerste album had uitgebracht. Via die band kwam onze cd in handen van het management en konden we een showcase gaan doen voor platenmaatschappij Atlantic Records. Maar het moment dat de platenbonzen ons zagen optreden, zagen ze niks meer in onze band. Het heeft ons wel een deal met een management opgeleverd, waardoor we wederom een showcase konden doen voor meerdere platenmaatschappijen tegelijk. Roadrunner Records toonde als enige interesse en daar zijn we uiteindelijk terechtgekomen.

In het begin verliep de samenwerking uitstekend, tot er een moment kwam dat de maatschappij ervan uitging dat wij de volgende Nickelback zouden gaan worden. Wij zijn vrienden met die band en ik kan de muziek zeker waarderen. Maar ik wil niet dat Black Stone Cherry zo gaat klinken. Dat is nooit de intentie geweest. Wij hebben bands uit de jaren zestig en zeventig als leidraad, zoals Lynyrd Skynyrd. Nickelback is simpelweg een hardrock-radioband en Black Stone Cherry is dat niet.

Je hebt het zeker over de periode van Between The Devil And The Deep Blue Sea uit 2011? Dat is namelijk zonder enige twijfel jullie meest radiovriendelijke album.

Dat klopt. Roadrunner heeft ons ontzettend gepusht om een commercieel succes te gaan worden.

Black Stone Cherry

In zeker zin is dat gelukt dankzij dat album. Vooral in Engeland spelen jullie tegenwoordig in grote arena’s als gevolg van het succes van Between The Devil And The Deep Blue Sea.

We kregen ook zeker meer airplay door dat album. En we zijn nog steeds erg trots op de songs, waarvan er nog altijd een aantal op onze huidige setlist staan. Maar de muziek die wij destijds maakten, moesten we opeens gaan versimpelen. Dat werkt super voor Nickelback. Voor ons was het echter tijd om verder te kijken. We hebben Magic Mountain nog afgeleverd voor Roadrunner.

Nu zitten we bij Mascot Label Group en dat label is echt geweldig. We hebben nu al twee compleet verschillende albums voor de platenmaatschappij gemaakt. Het label is tot nu toe erg tevreden en ondersteunend. Mascot begrijpt dat bands een eigen visie hebben over hun geluid en hoe ze willen klinken. Het bedrijf heeft zijn vertrouwen uitgesproken en laat ons vervolgens ons ding doen. Je hoort het bands vast niet altijd zeggen, maar wij hebben een geweldige relatie met onze platenmaatschappij.

Vroeger zeiden bands dat ook van Roadrunner Records. In de begindagen was het dé platenmaatschappij waar je moest zijn voor de beste metalreleases.

Totdat Nickelback werd getekend en die band het label veertig miljoen albumverkopen heeft opgeleverd. Dan gaat zo’n label opeens groter denken, want het realiseert zich dat het het in zich hebben om met commerciële successen te komen. Daar kan ik volledig in meegaan, want het bedrijf zit in de eerste plaats in de muziekindustrie om geld te verdienen. Tegelijkertijd denk ik, flikker op met je op geldbeluste insteek. Ik zal nooit begrijpen dat een label een band wil tekenen en die vervolgens wil veranderen. Als de muziek niet bevalt, teken ons dan niet.

Wil Black Stone Cherry desondanks nog steeds de wereld veroveren?

We doen het fulltime en kennen geen ander leven. Wij zijn allang blij dat we onze gezinnen met onze muziek kunnen onderhouden en positiviteit kunnen verspreiden. Er is al genoeg negativiteit in de wereld. Vandaar dat Family Tree een vrolijk album is geworden. Ik denk dat we daar in zijn geslaagd.

[ Terug naar de Interviews ]